Mark 5:41

“En2532 Hij vatte2902 5660 de hand5495 des kinds,3813 en zeide3004 5719 tot haar:846 Talitha5008 kumi!2891 hetwelk3739 is,2076 5748 zijnde overgezet:3177 5746 Gij dochtertje2877 (Ik zeg3004 5719 u4671), sta op.1453 5669”

Mark 5:41 — Statenvertaling (1637)

Verse 41 of 43 in Mark chapter 5 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Mark 5 — full chapter (Statenvertaling (1637))

En2532 zij kwamen over2064 5627 op1519 de andere zijde4008 der zee,2281 in1519 het land5561 der .1046 En2532 zo uit1537 het schip4143 gegaan was,1831 5631 terstond2112 ontmoette528 5656 ,846 uit1537 de graven,3419 een mens444 met1722 een onreinen169 geest;4151 Dewelke3739 [zijn] woning2731 in1722 de graven3419 had,2192 5707 en2532 niemand3762 kon1410 5711 hem846 binden,1210 5658 ook zelfs niet3777 met ketenen.254 Want1223 hij846 was menigmaal4178 met boeien3976 en2532 ketenen254 gebonden geweest,1210 5771 en2532 de ketenen254 waren1288 van5259 hem846 in stukken getrokken,1288 5771 en2532 de boeien3976 verbrijzeld,4937 5771 en2532 niemand3762 was machtig2480 5707 om hem846 te temmen.1150 5658 En2532 hij was2258 5713 altijd,1275 nacht3571 en2532 dag,2250 op1722 de bergen3735 en2532 in1722 de graven,3418 roepende2896 5723 en2532 slaande2629 5723 zichzelven1438 met stenen.3037 Als1161 hij nu Jezus2424 van575 verre3113 zag,1492 5631 liep hij5143 5627 [toe], en2532 aanbad4352 5656 .846 En2532 met een grote3173 stem5456 roepende,2896 5660 zeide hij:2036 5627 Wat5101 heb ik1698 met2532 U4671 [te] [doen], Jezus,2424 Zone5207 ,2316 des ?5310 Ik bezweer3726 5719 U4571 bij God,2316 dat mij3165 niet3361 pijnigt!928 5661 (Want1063 zeide3004 5707 tot hem:846 onreine169 geest,4151 ga1831 5628 uit van1537 den mens!444) En2532 vraagde1905 5707 hem: 846 Welke5101 is uw4671 naam?3686 En2532 hij antwoordde,611 5662 zeggende:3004 5723 Mijn3427 naam3686 is ;3003 want3754 wij zijn2070 5748 velen.4183 En2532 hij bad3870 5707 Hem846 zeer,4183 dat2443 hen846 buiten1854 het land5561 niet3361 wegzond.649 5661 En1161 aldaar1563 aan4314 de bergen3735 was2258 5713 een grote3173 kudde34 zwijnen,5519 weidende.1006 5746 En2532 al3956 de duivelen1142 baden3870 5656 ,846 zeggende:3004 5723 Zend3992 5657 ons2248 in1519 die zwijnen,5519 opdat2443 wij in1519 dezelve846 mogen varen.1525 5632 En2532 Jezus2424 liet2010 het hun846 terstond2112 toe.2010 5656 En2532 de onreine169 geesten,4151 uitgevaren zijnde,1831 5631 voeren1525 5627 in1519 de zwijnen;5519 en2532 de kudde34 stortte3729 5656 van2596 de steilte2911 af2596 in1519 de zee2281 (daar waren2258 5713 er nu1161 omtrent5613 twee duizend1367), en2532 versmoorden4155 5712 in1722 de zee.2281 En1161 die de zwijnen5519 weidden1006 5723 zijn gevlucht,5343 5627 en2532 boodschapten312 5656 [zulks] in1519 de stad4172 en2532 op1519 het land.68 En2532 zij gingen uit,1831 5627 om te zien,1492 5629 wat5101 het was,2076 5748 dat er geschied was.1096 5756 En2532 zij kwamen2064 5736 tot4314 ,2424 en2532 zagen2334 5719 den bezetene1139 5740 zittende,2521 5740 en2532 gekleed,2439 5772 en2532 wel bij zijn verstand,4993 5723 [namelijk] die het legioen3003 gehad had,2192 5761 en2532 zij werden bevreesd.5399 5675 En2532 die het gezien hadden,1492 5631 vertelden1334 5662 hun,846 wat4459 den bezetene1139 5740 geschied was,1096 5633 en2532 [ook] van4012 de zwijnen.5519 En2532 zij begonnen756 5662 Hem846 te bidden,3870 5721 dat van575 hun846 landpalen3725 wegging.565 5629 En2532 als in1519 het schip4143 ging,1684 5631 bad3870 5707 Hem846 degene, die bezeten was geweest,1139 5679 dat2443 hij met3326 Hem846 mocht zijn.5600 5753 Doch1161 Jezus2424 liet863 hem846 [dat] niet3756 toe,863 5656 maar235 zeide3004 5719 tot hem:846 Ga heen5217 5720 naar1519 uw4675 huis3624 tot4314 de uwen,4674 en2532 boodschap312 5657 hun,846 wat grote3745 [dingen] u4671 de Heere2962 gedaan heeft,4160 5656 en2532 [hoe] uwer4571 ontfermd heeft.1653 5656 En2532 hij ging heen,565 5627 en2532 begon756 5662 te verkondigen2784 5721 in1722 het [land] van ,1179 wat grote dingen3745 hem846 Jezus2424 gedaan had;4160 5656 en2532 zij verwonderden zich2296 5707 allen.3956 En2532 als Jezus2424 wederom3825 in1722 het schip4143 overgevaren was1276 5660 aan1519 de andere zijde,4008 vergaderde4863 5681 een grote4183 schare3793 bij1909 ;846 en2532 was2258 5713 bij3844 de zee.2281 En2532 ziet,2400 5628 er kwam2064 5736 een1520 van de oversten der synagoge,752 met name3686 ;2383 en2532 Hem846 ziende,1492 5631 viel hij4098 5719 aan4314 Zijn846 voeten,4228 En2532 bad3870 5707 Hem846 zeer,4183 zeggende:3004 5723 3754 Mijn3450 dochtertje2365 is in haar2192 5719 uiterste;2079 [ik] [bid] [U], dat komt2064 5631 en2443 de handen5495 op haar846 legt,2007 5632 opdat3704 zij behouden worde,4982 5686 en2532 zij zal leven.2198 5695 En2532 ging565 5627 met3326 hem;846 en2532 een grote4183 schare3793 volgde190 5707 ,846 en2532 zij verdrongen4918 5707 .846 En2532 een zekere5100 vrouw,1135 die twaalf1427 jaren2094 den vloed4511 des bloeds129 gehad had,5607 5752 1722 En2532 veel4183 geleden had3958 5631 van5259 vele4183 medicijnmeesters,2395 en2532 al3956 het hare1438 3844 [daaraan] ten koste gelegd1159 5660 en2532 geen3367 baat gevonden had,5623 5685 maar235 met welke het veeleer3123 erger1519 5501 geworden was;2064 5631 [] van4012 Jezus2424 horende,191 5660 kwam2064 5631 onder1722 de schare3793 van achteren,3693 en raakte680 Zijn846 kleed2440 aan;680 5662 Want1063 zij zeide:3004 5707 3754 ik maar2579 Zijn846 klederen2440 mag aanraken,680 5672 zal ik gezond worden.4982 5701 En2532 terstond2112 is de fontein4077 haars846 bloeds129 opgedroogd,3583 5681 en2532 zij gevoelde1097 5627 aan haar lichaam,4983 dat3754 zij van575 die kwaal3148 genezen was.2390 5769 En2532 terstond2112 ,2424 bekennende1921 5631 in1722 Zichzelven1438 de kracht,1411 die van1537 Hem846 uitgegaan was,1831 5631 keerde om1994 5651 in1722 de schare,3793 en zeide:3004 5707 Wie5101 heeft680 Mijn3450 klederen2440 aangeraakt?680 5662 En2532 discipelen3101 zeiden3004 5707 tot :846 ziet,991 5719 dat de schare3793 U4571 verdringt,4918 5723 en2532 zegt :3004 5719 Wie5101 heeft680 Mij3450 aangeraakt?680 5662 En2532 zag rondom4017 5710 om haar te zien,1492 5629 die dat5124 gedaan had.4160 5660 En1161 de vrouw,1135 vrezende5399 5679 en2532 bevende,5141 5723 wetende,1492 5761 wat3739 aan1909 haar846 geschied was,1096 5754 kwam2064 5627 en2532 viel voor4363 5627 Hem846 neder, en2532 zeide2036 5627 Hem846 al3956 de waarheid.225 En1161 zeide2036 5627 tot haar: 846 ,2364 uw4675 geloof4102 heeft4982 u4571 behouden;4982 5758 ga heen5217 5720 in1519 vrede,1515 en2532 zijt2468 5749 genezen5199 van575 deze uw4675 kwaal.3148 Terwijl Hij846 nog2089 sprak,2980 5723 kwamen2064 5736 [enigen] van575 [het] [huis] des oversten der synagoge,752 zeggende:3004 5723 3754 Uw4675 dochter2364 is gestorven;599 5627 wat5101 zijt gij4660 den Meester1320 nog2089 moeilijk?4660 5719 En1161 ,2424 terstond2112 gehoord hebbende191 5660 het woord,3056 dat er gesproken werd,2980 5746 zeide3004 5719 tot den overste der synagoge:752 Vrees5399 5732 5737 niet;3361 geloof4100 5720 alleenlijk.3440 En2532 liet863 niemand3756 3762 toe863 5656 Hem846 te volgen,4870 5658 1508 ,4074 en2532 ,2385 en2532 ,2491 den broeder80 van ;2385 En2532 kwam2064 5736 in1519 het huis3624 des oversten der synagoge;752 en2532 zag2334 5719 de beroerte2351 [en] [degenen], die zeer4183 weenden2799 5723 en2532 huilden.214 5723 En2532 ingegaan zijnde,1525 5631 zeide Hij3004 5719 tot hen: 846 Wat5101 maakt gij beroerte,2350 5743 en2532 [wat] weent gij?2799 5719 kind3813 is599 niet3756 gestorven,599 5627 maar235 het slaapt.2518 5719 En2532 zij belachten2606 5707 ;846 maar1161 , als hen allen537 had uitgedreven,1544 5631 nam bij Zich3880 5719 den vader3962 en2532 de moeder3384 des kinds,3813 en2532 degenen die met3326 Hem846 [waren], en2532 ging binnen,1531 5736 waar3699 het kind3813 lag.2258 5713 345 5740 En2532 vatte2902 5660 de hand5495 des kinds,3813 en zeide3004 5719 tot haar:846 Talitha5008 kumi!2891 hetwelk3739 is,2076 5748 zijnde overgezet:3177 5746 dochtertje2877 (Ik zeg3004 5719 u4671), sta op.1453 5669 En2532 terstond2112 stond450 het dochtertje2877 op,450 5627 en2532 wandelde;4043 5707 want1063 het was2258 5713 twaalf1427 jaren2094 [oud]; en2532 zij ontzetten zich1839 5627 met grote3173 ontzetting.1611 En2532 gebood1291 5668 hun846 zeer,4183 dat2443 niemand3367 datzelve5124 zou weten;1097 5632 en2532 zeide,2036 5627 dat men haar846 zou te eten5315 5629 geven.1325 5683

Every verse in Mark 5

Chapter navigation

0:000:00