Matthew 22:45

“Indien1487 Hem846 dan3767 David1138 noemt2564 5719 [zijn] Heere,2962 hoe4459 is Hij2076 5748 zijn846 Zoon?5207”

Matthew 22:45 — Statenvertaling (1637)

Verse 45 of 46 in Matthew chapter 22 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Matthew 22 — full chapter (Statenvertaling (1637))

En2532 ,2424 antwoordende,611 5679 sprak2036 5627 tot hen846 wederom3825 door1722 gelijkenissen,3850 zeggende:3004 5723 Het Koninkrijk932 der hemelen3772 is gelijk3666 5681 een zeker444 koning,935 die3748 zijn846 zoon5207 een bruiloft1062 bereid had;4160 5656 En2532 zond649 5656 zijn846 dienstknechten1401 uit, om de genoden2564 5772 ter1519 bruiloft1062 te roepen;2564 5658 en2532 zij wilden2309 5707 niet3756 komen.2064 5629 Wederom3825 zond hij649 5656 andere243 dienstknechten1401 uit, zeggende:3004 5723 Zegt2036 5628 den genoden:2564 5772 ,2400 5628 ik heb mijn3450 middagmaal712 bereid;2090 5656 mijn3450 ossen,5022 en2532 de gemeste4619 [beesten] zijn geslacht,2380 5772 en2532 alle dingen3956 zijn gereed;2092 komt1205 5773 tot1519 de bruiloft.1062 Maar1161 zij, [zulks] niet achtende,272 5660 zijn heengegaan,565 5627 deze3739 3303 tot1519 zijn2398 akker,68 gene3739 1161 tot1519 zijn846 koopmanschap.1711 En1161 de anderen3062 grepen2902 5660 zijn846 dienstknechten,1401 deden [hun] smaadheid aan,5195 5656 en2532 doodden615 5656 hen. Als nu1161 de koning935 [dat] hoorde,191 5660 werd hij toornig,3710 5681 en2532 zijn846 krijgsheiren4753 zendende,3992 5660 heeft die1565 doodslagers5406 vernield,622 5656 en2532 hun846 stad4172 in brand gestoken.1714 5656 Toen5119 zeide hij3004 5719 tot zijn846 dienstknechten:1401 De bruiloft1062 is2076 5748 wel3303 bereid,2092 doch1161 de genoden2564 5772 waren2258 5713 het niet3756 waardig.514 Daarom3767 gaat4198 5737 op1909 de uitgangen1327 der wegen,3598 en2532 zovelen als3745 302 gij er zult vinden,2147 5632 roept2564 5657 ze tot1519 de bruiloft.1062 En2532 dezelve1565 dienstknechten,1401 uitgaande1831 5631 op1519 de wegen,3598 vergaderden4863 5627 allen,3956 die3745 zij vonden,2147 5627 beiden5037 kwaden4190 en2532 goeden;18 en2532 de bruiloft1062 werd vervuld4130 5681 met aanzittende345 5740 [gasten]. En1161 als de koning935 ingegaan was,1525 5631 om de aanzittende345 5740 [gasten] te overzien,2300 5664 zag hij1492 5627 aldaar1563 een mens,444 niet3756 gekleed1746 5765 [zijnde] met een bruiloftskleed;1062 1742 En2532 zeide3004 5719 tot hem:846 !2083 hoe4459 zijt gij hier5602 ingekomen,1525 5627 geen3361 bruiloftskleed1062 1742 [aan] hebbende?2192 5723 En1161 hij verstomde.5392 5681 Toen5119 zeide2036 5627 de koning935 tot de dienaars:1249 Bindt1210 5660 zijn846 handen5495 en2532 voeten,4228 neemt142 5657 hem846 weg, en2532 werpt [hem] uit1544 5628 in1519 de buitenste1857 duisternis;4655 daar1563 zal zijn2071 5704 wening2805 en2532 knersing1030 der tanden.3599 Want1063 velen4183 zijn1526 5748 geroepen,2822 maar1161 weinigen3641 uitverkoren.1588 Toen5119 gingen4198 5679 de Farizeen5330 heen, en hielden2983 5627 te zamen raad,4824 hoe3704 zij Hem846 verstrikken zouden3802 5661 in1722 [] rede.3056 En2532 zij zonden uit649 5719 tot Hem846 hun846 discipelen,3101 met3326 de ,2265 zeggende:3004 5723 !1320 wij weten,1492 5758 dat3754 waarachtig227 zijt,1488 5748 en2532 den weg3598 Gods2316 in1722 der waarheid225 leert,1321 5719 en2532 naar4012 niemand3756 3762 vraagt;4671 3199 5719 want1063 ziet991 5719 den persoon1519 4383 der mensen444 niet3756 aan; Zeg2036 5628 ons2254 :3767 wat5101 dunkt1380 5719 U?4671 Is het geoorloofd,1832 5748 den keizer2541 schatting2778 te geven1325 5629 of2228 niet?3756 Maar1161 ,2424 bekennende1097 5631 hun846 boosheid,4189 zeide:2036 5627 Gij geveinsden,5273 wat5101 verzoekt gij3985 5719 ?3165 Toont1925 5657 Mij3427 de schattingpenning.2778 3546 En1161 zij brachten4374 5656 Hem846 een penning.1220 En2532 zeide3004 5719 tot hen: 846 Wiens5101 is dit3778 beeld1504 en2532 het opschrift?1923 Zij zeiden3004 5719 tot :846 keizers.2541 Toen5119 zeide Hij3004 5719 tot hen:846 Geeft591 5628 3767 den keizer,2541 dat3588 des keizers2541 is, en2532 ,2316 dat3588 Gods2316 is. En2532 zij, dit horende,191 5660 verwonderden zich,2296 5656 en2532 Hem846 verlatende,863 5631 zijn zij weggegaan.565 5627 Te1722 dienzelfden1565 dage2250 kwamen4334 5656 tot Hem846 de ,4523 die3588 zeggen,3004 5723 dat er geen3361 opstanding386 is,1511 5750 en2532 vraagden1905 5656 .846 Zeggende:3004 5723 !1320 Mozes3475 heeft gezegd:2036 5627 Indien1437 iemand5100 sterft,599 5632 geen3361 kinderen5043 hebbende,2192 5723 zo zal zijn846 broeder80 deszelfs846 vrouw1135 trouwen,1918 5692 en2532 zijn846 broeder80 zaad4690 verwekken.450 5692 Nu1161 waren er2258 5713 bij3844 ons2254 zeven2033 broeders;80 en2532 de eerste,4413 [een] [vrouw] getrouwd hebbende,1060 5660 stierf;5053 5656 en2532 dewijl hij geen3361 zaad4690 had,2192 5723 zo liet hij863 5656 zijn846 vrouw1135 voor zijn846 broeder.80 Desgelijks3668 ook2532 de tweede,1208 en2532 de derde,5154 tot2193 den zevende2033 toe. 1161 laatste5305 na allen,3956 is ook2532 de vrouw1135 gestorven.599 5627 In1722 de opstanding386 ,3767 wiens5101 vrouw1135 zal zij wezen2071 5704 van die zeven,2033 want1063 zij hebben ze846 allen3956 gehad?2192 5627 Maar1161 Jezus2424 antwoordde611 5679 en zeide2036 5627 tot hen: 846 dwaalt,4105 5744 niet3361 wetende1492 5761 de ,1124 noch3366 de kracht1411 .2316 Want1063 in1722 de opstanding386 nemen zij1060 niet3777 ten huwelijk,1060 5719 noch3777 worden ten huwelijk uitgegeven;1547 5743 maar235 zij zijn1526 5748 als5613 engelen32 Gods2316 in1722 den hemel.3772 En1161 wat aangaat4012 de opstanding386 der doden,3498 hebt gij niet3756 gelezen,314 5627 hetgeen3588 van5259 God2316 tot ulieden5213 gesproken is,4483 5685 daar zegt:3004 5723 Ik1473 ben1510 5748 de God2316 ,11 en2532 de God2316 ,2464 en2532 de God2316 !2384 God2316 is2076 5748 niet3756 een God2316 der doden,3498 maar235 der levenden.2198 5723 En2532 de scharen,3793 [dit] horende,191 5660 werden verslagen1605 5712 over1909 Zijn846 leer.1322 En1161 den ,5330 gehoord hebbende,191 5660 dat3754 den Sadduceen4523 den mond gestopt had,5392 5656 zijn te zamen1909 846 bijeenvergaderd.4863 5681 En2532 een1520 uit1537 hen,846 [zijnde] een wetgeleerde,3544 heeft gevraagd,1905 5656 Hem846 verzoekende,3985 5723 en2532 zeggende:3004 5723 Meester!1320 welk4169 is het grote3173 gebod1785 in1722 de wet?3551 En1161 Jezus2424 zeide2036 5627 tot hem: 846 zult liefhebben25 5692 den ,2962 uw4675 God,2316 met1722 geheel3650 uw4675 hart,2588 en2532 met1722 geheel3650 uw4675 ziel,5590 en2532 met1722 geheel3650 uw4675 verstand.1271 Dit3778 is2076 5748 het eerste4413 en2532 het grote3173 gebod.1785 En1161 het tweede1208 aan dit846 gelijk,3664 [is]: Gij zult uw4675 naaste4139 liefhebben25 5692 als5613 uzelven.4572 Aan1722 deze5025 twee1417 geboden1785 hangt2910 5743 de ganse3650 wet3551 en2532 de profeten.4396 Als nu1161 de Farizeen5330 samenvergaderd waren,4863 5772 vraagde1905 5656 hun846 ,2424 En zeide: 3004 5723 Wat5101 dunkt1380 5719 u5213 van4012 den ?5547 Wiens5101 Zoon5207 is ?2076 5748 zeiden3004 5719 tot :846 Davids1138 []. Hij zeide3004 5719 tot hen:846 Hoe4459 noemt2564 5719 Hem846 3767 ,1138 in1722 den ,4151 [zijn] ?2962 zeggende:3004 5723 De Heere2962 heeft gezegd2036 5627 tot Mijn3450 :2962 Zit2521 5737 aan1537 Mijn3450 rechter1188 [hand], totdat2193 302 Ik Uw4675 vijanden2190 zal gezet hebben5087 5632 tot een voetbank5286 Uwer4675 voeten.4228 Indien1487 Hem846 3767 1138 noemt2564 5719 [zijn] ,2962 hoe4459 is Hij2076 5748 zijn846 ?5207 En2532 niemand3762 kon1410 5711 Hem846 een woord3056 antwoorden;611 5677 noch3761 iemand5100 durfde5111 5656 Hem846 van575 dien1565 dag2250 aan [iets] meer3765 vragen.1905 5658

Every verse in Matthew 22

Chapter navigation

0:000:00