Micah 4:9

“Nu,6258 waarom4100 zoudt gij zo groot geschrei7452 maken?7321 8686 Is er geen369 koning4428 onder u?518 Is uw Raadgever3289 8802 vergaan,6 8804 dat3588 u smart,2427 als van een barende3205 8802 [vrouw], heeft aangegrepen?2388 8689”

Micah 4:9 — Statenvertaling (1637)

Verse 9 of 13 in Micah chapter 4 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Micah 4 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Maar in het laatste319 der dagen3117 zal het geschieden,1961 8804 dat de berg2022 van het huis1004 des HEEREN3068 zal vastgesteld3559 8737 zijn1961 8799 op den top7218 der bergen;2022 en hij1931 zal verheven zijn5375 8737 boven4480 de heuvelen,1389 en de volken5971 zullen tot5921 hem toevloeien.5102 8804 En vele7227 heidenen1471 zullen henengaan,1980 8804 en zeggen:559 8804 Komt3212 8798 en laat ons opgaan5927 8799 tot413 den berg2022 des HEEREN,3068 en ten413 huize1004 van den God430 ,3290 opdat ons lere3384 8686 van4480 wegen,1870 en wij in paden734 wandelen;3212 8799 want3588 uit4480 Sion6726 zal de wet8451 uitgaan,3318 8799 en des HEEREN3068 woord1697 uit4480 .3389 En zal onder996 grote7227 volken5971 richten,8199 8804 en machtige6099 heidenen1471 straffen,3198 8689 tot5704 verre toe;7350 en zij zullen hun zwaarden2719 slaan3807 8765 tot spaden,855 en hun spiesen2595 tot sikkelen;4211 het [ene] volk1471 zal tegen413 het [andere] volk1471 geen3808 zwaard2719 opheffen,5375 8799 en zij zullen den krijg4421 niet3808 meer5750 leren.3925 8799 Maar zij zullen zitten,3427 8804 een ieder376 onder8478 zijn wijnstok,1612 en onder8478 zijn vijgeboom,8384 en er zal niemand zijn,369 die ze verschrikke;2729 8688 want3588 de mond6310 des HEEREN3068 der heirscharen6635 heeft [het] gesproken.1696 8765 Want3588 alle3605 volken5971 zullen wandelen,3212 8799 elk376 in den naam8034 zijns gods;430 maar wij587 zullen wandelen3212 8799 in den Naam8034 des HEEREN,3068 onzes ,430 eeuwiglijk5769 en altoos.5703 Te dien1931 dage,3117 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 zal Ik haar, die hinkende was,6760 8802 verzamelen,622 8799 en haar, die verdreven was,5080 8737 vergaderen,6908 8762 en die834 Ik geplaagd had.7489 8689 En Ik zal haar, die hinkende was,6760 8802 maken7760 8804 tot een overblijfsel,7611 en haar die verre henen verstoten was,1972 8737 tot een machtig6099 volk;1471 en de HEERE3068 zal Koning4427 over hen zijn4427 8804 op den berg2022 ,6726 van4480 nu aan6258 tot5704 in eeuwigheid.5769 En gij859 ,4026 5739 8677 4029 gij Ofel6076 der dochter1323 !6726 tot5704 u zal komen,857 8799 ja, daar zal komen935 8804 de vorige7223 heerschappij,4475 het koninkrijk4467 der dochteren1323 van .3389 Nu,6258 waarom4100 zoudt gij zo groot geschrei7452 maken?7321 8686 Is er geen369 koning4428 onder u?518 Is uw Raadgever3289 8802 vergaan,6 8804 dat3588 u smart,2427 als van een barende3205 8802 [vrouw], heeft aangegrepen?2388 8689 Lijd smart2342 8798 en arbeid om voort te brengen,1518 8798 o dochter1323 !6726 als een barende3205 8802 [vrouw]; want3588 nu6258 zult gij [wel] uit4480 de stad7151 henen uitgaan,3318 8799 en op het veld7704 wonen,7931 8804 en tot5704 in 894 komen,935 8804 [maar] aldaar8033 zult gij gered worden;5337 8735 aldaar8033 zal u de HEERE3068 verlossen1350 8799 uit4480 de hand3709 uwer vijanden.341 8802 Nu6258 zijn wel vele7227 heidenen1471 tegen5921 u verzameld,622 8738 die daar zeggen:559 8802 ze ontheiligd worden,2610 8799 en laat ons oog5869 schouwen2372 8799 aan .6726 Maar zij1992 weten3045 8804 de gedachten4284 des HEEREN3068 niet,3808 en verstaan995 8689 raadslag6098 niet;3808 dat3588 hen vergaderd heeft6908 8765 als garven5995 tot den dorsvloer.1637 Maak u op6965 8798 en dors,1758 8798 o dochter1323 !6726 Want3588 Ik zal uw hoorn7161 ijzer1270 maken,7760 8799 en uw klauwen6541 koper5154 maken,7760 8799 en gij zult vele7227 volken5971 verpletteren;1854 8689 en Ik zal hunlieder gewin1215 den HEERE3068 verbannen,2763 8689 en hun vermogen2428 den Heere113 der ganse3605 aarde.776

Every verse in Micah 4

Chapter navigation

0:000:00