Micah 5:4
“[05:3] En Hij zal staan,5975 8804 en zal weiden7462 8804 in de kracht5797 des HEEREN,3068 in de hoogheid1347 van den Naam8034 des HEEREN,3068 Zijns Gods,430 en zij zullen wonen,3427 8804 want3588 nu6258 zal Hij groot zijn1431 8799 tot5704 aan de einden657 der aarde.776”
Micah 5:4 — Statenvertaling (1637)
Verse 4 of 15 in Micah chapter 5 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Micah 5 — full chapter (Statenvertaling (1637))
[04:14] Nu,6258 rot u1413 8704 met benden,1416 gij dochter1323 der bende,1416 hij zal een belegering4692 tegen5921 ons stellen;7760 8804 zij zullen den rechter8199 8802 Israels3478 met de roede7626 op5921 het kinnebakken3895 slaan.5221 8686 [05:1] En gij,859 1035 !672 zijt gij klein6810 om te wezen1961 8800 onder de duizenden505 van ?3063 Uit4480 u zal voortkomen,3318 8799 een Heerser4910 8802 zal zijn1961 8800 in ,3478 en uitgangen4163 zijn van4480 ouds,6924 van4480 de dagen3117 der eeuwigheid.5769 [05:2] Daarom3651 zal henlieden overgeven,5414 8799 tot5704 den tijd6256 toe, dat zij, die baren zal,3205 8802 gebaard hebbe;3205 8804 zullen de overigen3499 broederen251 zich bekeren7725 8799 met5921 de kinderen1121 .3478 [05:3] En zal staan,5975 8804 en zal weiden7462 8804 in de kracht5797 des HEEREN,3068 in de hoogheid1347 van den Naam8034 des HEEREN,3068 ,430 en zij zullen wonen,3427 8804 want3588 nu6258 zal groot zijn1431 8799 tot5704 aan de einden657 der aarde.776 [05:4] En Deze2088 zal Vrede7965 zijn;1961 8804 wanneer3588 Assur804 in ons land776 zal komen,935 8799 en wanneer3588 hij in onze paleizen759 zal treden,1869 8799 zo zullen wij tegen5921 hem stellen6965 8689 zeven7651 herders,7462 8802 en acht8083 vorsten5257 uit de mensen.120 [05:5] zullen het land776 van Assur804 afweiden7462 8804 met het zwaard,2719 en het land776 van 5248 in deszelfs ingangen.6607 zal [ons] redden5337 8689 van4480 ,804 wanneer3588 dezelve in ons land776 zal komen,935 8799 en wanneer3588 hij in onze landpale1366 zal treden.1869 8799 [05:6] En Jakobs3290 overblijfsel7611 zal zijn1961 8804 in het midden7130 van vele7227 volken,5971 als een dauw2919 van4480 den HEERE,3068 als droppelen7241 op het kruid,5929 6212 dat834 naar geen3808 man376 wacht,6960 8762 noch3808 mensenkinderen1121 120 verbeidt.3176 8762 [05:7] Ja, het overblijfsel7611 van Jakob3290 zal zijn1961 8804 onder de heidenen,1471 in het midden7130 van vele7227 volken,5971 als een leeuw738 onder de beesten929 des wouds,3293 als een jonge leeuw3715 onder de schaapskudden;5739 6629 dewelke,834 wanneer518 hij doorgaat,5674 8804 zo vertreedt7429 8804 en verscheurt hij,2963 8804 dat niemand369 redde.5337 8688 [05:8] Uw hand3027 zal verhoogd zijn7311 8799 boven5921 uw wederpartijders,6862 en al3605 uw vijanden341 8802 zullen uitgeroeid worden.3772 8735 [05:9] En het zal te dien1931 dage3117 geschieden,1961 8804 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 dat Ik uw paarden5483 uit4480 het midden7130 van u zal uitroeien,3772 8689 en Ik zal uw wagenen4818 verdoen.6 8689 [05:10] En Ik zal de steden6145 8676 5892 uws lands776 uitroeien,3772 8689 en Ik zal al3605 uw vestingen4013 afbreken.2040 8804 [05:11] En Ik zal de toverijen3785 uit4480 uw hand3027 uitroeien,3772 8689 en gij zult geen3808 guichelaars6049 8781 hebben.1961 8799 [05:12] En Ik zal uw gesneden beelden6456 en uw opgerichte beelden4676 uit5921 het midden7130 van u uitroeien,3772 8689 dat gij u niet3808 meer5750 zult nederbuigen7812 8691 voor het werk4639 uwer handen.3027 [05:13] zal Ik uw bossen842 uit4480 het midden7130 van u uitroeien,5428 8804 en Ik zal uw steden6145 8676 5892 verdelgen.8045 8689 [05:14] En Ik zal in toorn639 en in grimmigheid2534 wrake5359 doen6213 8804 aan de heidenen,1471 die834 niet3808 horen.8085 8804