Nehemiah 10:36
“En de eerstgeborenen1060 onzer zonen1121 en onzer beesten,929 gelijk het in de wet8451 geschreven is;3789 8803 en dat wij de eerstgeborenen1062 onzer runderen1241 en onzer schapen6629 zouden brengen935 8687 ten huize1004 onzes Gods,430 tot de priesteren,3548 die in het huis1004 onzes Gods430 dienen.8334 8764”
Nehemiah 10:36 — Statenvertaling (1637)
Verse 36 of 39 in Nehemiah chapter 10 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Nehemiah 10 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Tot5921 de verzegelingen2856 8803 nu waren: Nehemia5166 ,8660 zoon1121 van ,2446 en ,6667 Seraja,8304 ,5838 ,3414 Pashur,6583 ,568 ,4441 Hattus,2407 ,7645 ,4409 Harim,2766 ,4822 ,5662 ,1840 ,1599 ,1263 Mesullam,4918 ,29 ,4326 Maazia,4590 ,1084 .8098 Dit428 waren de priesters.3548 En de ,3881 namelijk: Jesua,3442 zoon1121 van ,245 ;1131 van4480 de zonen1121 van ,2582 ;6934 En hun broederen:251 ,7645 ,1941 ,7042 ,6411 ,2605 Micha,4316 ,7340 ,2811 Zakkur,2139 ,8274 ,7645 Hodia,1941 ,1137 ;1148 De hoofden7218 des volks:5971 ,6551 -,6355 ,5867 ,2240 ,1137 Bunni,1138 ,5803 ,893 Adonia,138 ,902 ,5720 Ater,333 ,2396 ,5809 Hodia,1941 ,2828 ,1209 Harif,2756 ,6068 ,5109 Magpias,4047 ,4918 ,2387 Mesezabeel,4898 ,6659 ,3037 Pelatja,6410 ,2605 ,6043 ,1954 ,2608 ,2815 Hallohes,3873 ,6401 ,7733 Rehum,7348 ,2812 ,4641 En ,281 ,2605 ,6052 Malluch,4409 ,2766 .1196 En het overige7605 des volks,5971 de priesteren,3548 de ,3881 de poortiers,7778 de zangers,7891 8789 de ,5411 en al3605 wie zich van4480 de volken5971 der landen776 had afgescheiden914 8737 tot413 Gods430 wet,8451 hun vrouwen,802 hun zonen1121 en hun dochteren,1323 al3605 wie wetenschap3045 8802 [en] verstand995 8688 had; Die hielden zich2388 8688 aan5921 hun broederen,251 hun voortreffelijken,117 en kwamen935 8802 in den vloek423 en in den eed,7621 dat zij zouden wandelen3212 8800 in de wet8451 ,430 die834 gegeven is5414 8738 door de hand3027 van den knecht5650 ,430 ;4872 en dat zij zouden houden,8104 8800 en dat zij zouden doen6213 8800 al3605 de geboden4687 des HEEREN,3068 onzes ,113 en rechten4941 en inzettingen;2706 En dat834 wij onze dochteren1323 niet3808 zouden geven5414 8799 aan de volken5971 des lands,776 noch3808 hun dochteren1323 nemen3947 8799 voor onze zonen.1121 Ook als de volken5971 des lands776 waren4728 en alle3605 koren7668 op den sabbatdag7676 3117 ten verkoop4376 8800 brengen,935 8688 dat wij op den sabbat,7676 of op een [anderen] heiligen6944 dag3117 van4480 hen niet3808 zouden nemen;3947 8799 en dat wij het zevende7637 jaar8141 zouden vrij laten,5203 8799 mitsgaders allerhande3605 3027 bezwaarnis.4853 Voorts zetten wij5975 ons5921 geboden4687 op,5975 8689 ons5921 opleggende5414 8800 een derde deel7992 van een sikkel8255 in het jaar,8141 tot den dienst5656 van het huis1004 onzes ;430 Tot het brood3899 der toerichting,4635 en het gedurig8548 spijsoffer,4503 en tot het gedurig8548 brandoffer,5930 der sabbatten,7676 der nieuwe maanden,2320 tot de gezette hoogtijden,4150 en tot de heilige6944 dingen, en tot de zondofferen,2403 om verzoening te doen3722 8763 over5921 ;3478 en [tot] alle3605 werk4399 van het huis1004 onzes .430 Ook wierpen wij5307 8689 de loten,1486 onder de priesters,3548 de Levieten3881 en het volk,5971 over5921 het offer7133 van het hout,6086 dat men brengen zou935 8687 ten huize1004 onzes ,430 naar het huis1004 onzer vaderen,1 op bestemde2163 8794 tijden,6256 jaar8141 op jaar,8141 om te branden1197 8763 op5921 het altaar4196 des HEEREN,3068 onzes ,430 gelijk het in de wet8451 geschreven is;3789 8803 Dat wij ook de eerstelingen1061 onzes lands127 en de eerstelingen1061 van alle3605 vrucht6529 van al3605 het geboomte,6086 jaar8141 op jaar,8141 zouden brengen935 8687 ten huize1004 des HEEREN;3068 En de eerstgeborenen1060 onzer zonen1121 en onzer beesten,929 gelijk het in de wet8451 geschreven is;3789 8803 en dat wij de eerstgeborenen1062 onzer runderen1241 en onzer schapen6629 zouden brengen935 8687 ten huize1004 onzes ,430 tot de priesteren,3548 die in het huis1004 onzes Gods430 dienen.8334 8764 En dat wij de eerstelingen7225 onzes deegs,6182 en onze hefofferen,8641 en de vrucht6529 aller3605 bomen,6086 most8492 en olie,3323 zouden brengen935 8686 tot de priesteren,3548 in413 de kameren3957 van het huis1004 onzes ,430 en de tienden4643 onzes lands127 tot de ;3881 en dat dezelfde1931 Levieten3881 de tienden zouden hebben6237 8764 in alle3605 steden5892 onzer landbouwerij;5656 En dat er een priester,3548 een zoon1121 van ,175 bij5973 de Levieten3881 zou zijn,1961 8804 als de Levieten3881 de tienden ontvangen;6237 8687 en dat de Levieten3881 de tienden4643 4643 zouden opbrengen5927 8686 ten huize1004 onzes ,430 in413 de kameren3957 van het schathuis.214 1004 Want3588 de kinderen1121 Israels3478 en de kinderen1121 van 3878 moeten hefoffer8641 van koren,1715 most8492 en olie3323 in die kameren3957 brengen,935 8686 omdat aldaar8033 de vaten3627 des heiligdoms4720 zijn, en de priesteren,3548 die dienen,8334 8764 en de poortiers,7778 en de zangers;7891 8789 dat wij alzo het huis1004 onzes Gods430 niet3808 zouden verlaten.5800 8799