Nehemiah 13:14

“Gedenk2142 8798 mijner, mijn God,430 in5921 dezen;2063 en delg4229 mijn weldadigheden2617 niet408 uit,4229 8686 die834 ik aan het huis1004 mijns Gods430 en aan Zijn wachten4929 gedaan heb.6213 8804”

Nehemiah 13:14 — Statenvertaling (1637)

Verse 14 of 31 in Nehemiah chapter 13 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Nehemiah 13 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Te dien1931 dage3117 werd er gelezen7121 8738 in het boek5612 van ,4872 voor de oren241 des volks;5971 en daarin werd geschreven3789 8803 gevonden,4672 8738 dat834 de Ammonieten5984 en Moabieten4125 niet zouden komen935 8799 in de gemeente6951 ,430 tot in5704 eeuwigheid;5769 Omdat3588 zij den kinderen1121 Israels3478 niet waren tegengekomen6923 8765 met brood3899 en met water,4325 ja, Bileam1109 tegen5921 hen gehuurd hadden,7936 8799 om hen te vloeken,7043 8763 hoewel onze God430 den vloek7045 omkeerde2015 8799 in een zegen.1293 Zo geschiedde het,1961 8799 als zij deze wet8451 hoorden,8085 8800 dat zij alle3605 vermengeling6154 van 3478 afscheidden.914 8686 Eljasib475 nu,6440 4480 2088 de priester,3548 die gesteld was5414 8803 over de kamer3957 van het huis1004 onzes ,430 was voor dezen6440 nabestaande7138 van Tobia2900 geworden.7138 En hij had hem een grote1419 kamer3957 gemaakt,6213 8799 alwaar8033 zij te voren6440 henenleiden1961 8804 5414 8802 het spijsoffer,4503 den wierook3828 en de vaten,3627 en de tienden4643 van koren,1715 van most8492 en van olie,3323 die bevolen waren4687 voor de ,3881 en de zangers,7891 8789 en de poortiers,7778 mitsgaders het hefoffer8641 der priesteren.3548 Doch in dit2088 alles3605 was ik1961 8804 niet3808 te ;3389 want3588 in het twee8147 en dertigste7970 jaar8141 van ,783 koning4428 van ,894 kwam ik935 8804 tot413 den koning;4428 maar ten einde7093 van [sommige] dagen3117 verkreeg ik [weder] verlof7592 8738 van4480 den koning.4428 En ik kwam935 8799 te ,3389 en verstond995 8799 van het kwaad,7451 dat834 Eljasib475 voor Tobia2900 gedaan had,6213 8804 makende6213 8800 hem een kamer5393 in de voorhoven2691 van Gods430 huis.1004 En het mishaagde mij3415 8799 zeer;3966 zo wierp ik7993 8686 al3605 het huisraad1004 3627 van Tobia2900 buiten, uit4480 2351 de kamer.3957 Voorts gaf ik bevel,559 8799 en zij reinigden2891 8762 de kameren;3957 en ik bracht7725 daar8033 weder in7725 8686 de vaten3627 van Gods430 huis,1004 met het spijsoffer4503 en den wierook.3828 Ook vernam ik,3045 8799 dat3588 der Levieten3881 deel4521 [hun] niet3808 gegeven was;5414 8738 zodat de Levieten3881 en de zangers,7891 8789 die het werk4399 deden,6213 8802 gevloden waren,1272 8799 een iegelijk376 naar zijn akker.7704 En ik twistte7378 8799 met de overheden,5461 en zeide:559 8799 Waarom4069 is het huis1004 Gods430 verlaten?5800 8738 ik vergaderde6908 8762 hen, en herstelde5975 8686 ze in5921 hun stand.5977 Toen bracht935 8689 gans3605 Juda3063 de tienden4643 van het koren,1715 en van den most,8492 en van de olie,3323 in de schatten.214 En ik stelde tot schatmeesters686 8799 over5921 de schatten,214 ,8018 den priester,3548 en ,6659 den schrijver,5608 8802 en ,6305 uit4480 de ;3881 en aan5921 hun hand3027 ,2605 den zoon1121 van ,2139 den zoon1121 van ;4983 want3588 zij werden getrouw539 8737 geacht,2803 8738 en hun werd opgelegd5921 aan hun broederen251 uit te delen.2505 8800 Gedenk2142 8798 mijner, mijn God,430 in5921 dezen;2063 en delg4229 mijn weldadigheden2617 niet408 uit,4229 8686 die834 ik aan het huis1004 mijns Gods430 en aan wachten4929 gedaan heb.6213 8804 In dezelfde1931 dagen3117 zag ik7200 8804 in ,3063 die persen1660 traden1869 8802 op den sabbat,7676 en die garven6194 inbrachten,935 8688 die zij op5921 ezels2543 laadden;6006 8802 als ook637 wijn,3196 druiven6025 en vijgen,8384 en allen3605 last,4853 dien zij te Jeruzalem3389 inbrachten935 8688 op den sabbatdag;7676 3117 en ik betuigde5749 8686 [tegen] [hen] ten dage,3117 als zij eetwaren6718 verkochten.4376 8800 Daar waren3427 ook Tyriers6876 binnen,3427 8804 die vis1709 8675 1709 aanbrachten,935 8688 en alle3605 koopwaren,4377 die zij op den sabbat7676 verkochten4376 8802 aan de kinderen1121 van Juda3063 en te .3389 Zo twistte ik7378 8799 met de edelen2715 van ,3063 en zeide559 8799 tot hen: Wat4100 voor een boos7451 ding1697 is dit,2088 dat834 gijlieden859 doet,6213 8802 en ontheiligt2490 8764 den sabbatdag?7676 3117 Deden6213 8804 niet3808 uw vaders1 alzo,3541 en onze God430 bracht935 8686 al3605 dit2063 kwaad7451 over5921 ons en over5921 deze2063 stad?5892 En gijlieden859 maakt935 8686 de hittige gramschap2740 nog meer3254 8688 over5921 ,3478 ontheiligende2490 8763 den sabbat.7676 Het geschiedde1961 8799 nu, als834 de poorten8179 van Jeruzalem3389 schaduw gaven,6751 8804 voor6440 den sabbat,7676 dat ik bevel gaf,559 8799 en de deuren1817 werden gesloten;5462 8735 en ik beval,559 8799 dat834 zij ze niet3808 zouden opendoen6605 8799 tot5704 na310 den sabbat;7676 en ik stelde5975 8689 van4480 mijn jongens5288 aan5921 de poorten,8179 [opdat] [er] geen3808 last4853 zou inkomen935 8799 op den sabbatdag.7676 3117 Toen vernachtten3885 8799 de kramers,7402 8802 en de verkopers4376 8802 van alle3605 koopwaren,4465 buiten4480 2351 voor ,3389 eens6471 of tweemaal.8147 Zo betuigde ik5749 8686 tegen413 hen, en zeide559 8799 tot hen: Waarom4069 vernacht3885 8801 gijlieden859 tegenover5048 den muur?2346 Zo518 gij het weder doet,8138 8799 zal ik de hand3027 aan u slaan.7971 8799 Van4480 dien1931 tijd6256 af kwamen zij935 8804 niet3808 op den sabbat.7676 Voorts zeide ik559 8799 tot de ,3881 dat834 zij zich zouden reinigen,1961 8799 2891 8693 en de poorten8179 komen935 8802 wachten,8104 8802 om den sabbatdag7676 3117 te heiligen.6942 8763 Gedenk2142 8798 5921 mijner ook1571 [in] dezen,2063 mijn God!430 en verschoon2347 8798 mij naar de veelheid7230 goedertierenheid.2617 Ook1571 zag ik7200 8804 in die1922 dagen3117 ,3064 die ,796 Ammonietische5984 [en] Moabietische4125 vrouwen802 [bij] [zich] hadden doen wonen.3427 8689 En hun kinderen1121 spraken1696 8764 half2677 ,797 en zij konden5234 8688 geen369 Joods3066 spreken,1696 8763 maar naar de taal3956 eens iegelijken5971 volks.5971 Zo twistte ik7378 8799 met5973 hen, en vloekte7043 8762 hen, en sloeg5221 8686 [sommige] mannen582 van4480 hen, en plukte hun het haar uit;4803 8799 en ik deed hen zweren7650 8686 bij God:430 Indien518 gij uw dochteren1323 hun zonen1121 zult geven,5414 8799 en indien518 gij van4480 hun dochteren1323 voor uw zonen1121 of voor u zult nemen!5375 8799 Heeft niet3808 ,8010 de koning4428 van ,3478 daarin5921 428 gezondigd,2398 8804 hoewel er onder vele7227 heidenen1471 geen3808 koning4428 was,1961 8804 gelijk3644 hij, en hij zijn God430 lief was,1961 8804 157 8803 en God430 hem ten koning4428 over5921 gans3605 3478 gesteld had?5414 8799 Ook1571 hem deden2398 de vreemde5237 vrouwen802 zondigen.2398 8689 Zouden wij naar ulieden horen,8085 8799 dat gij al3605 dit2063 grote1419 kwaad7451 zoudt doen,6213 8800 overtredende4603 8800 tegen onzen God,430 doende3427 vreemde5237 vrouwen802 [bij] [u] wonen?3427 8687 Ook was er [een] van4480 de kinderen1121 van ,3111 den zoon1121 van ,475 den hogepriester,1419 3548 schoonzoon2860 geworden van ,5571 den ;2772 daarom jaagde ik1272 hem van4480 mij5921 weg.1272 8686 Gedenk2142 8798 aan hen, mijn God,430 omdat5921 zij het priesterdom3550 hebben verontreinigd,1352 ja, het verbond1285 des priesterdoms3550 en der .3881 Alzo reinigde ik2891 8765 hen van4480 alle3605 vreemden;5236 en ik bestelde5975 8686 de wachten4931 der priesteren3548 en der ,3881 elk376 op zijn werk;4399 Ook tot het offer7133 des houts,6086 op bestemde2163 8794 tijden,6256 en tot de eerstelingen.1061 Gedenk2142 8798 mijner, mijn God,430 ten goede.2896

Every verse in Nehemiah 13

Chapter navigation

0:000:00