Numbers 13:28
“Behalve657 dat het een sterk5794 volk5971 is, hetwelk in dat land776 woont,3427 8802 en de steden5892 zijn vast,1219 8803 [en] zeer3966 groot;1419 en ook hebben wij daar kinderen3211 van Enak6061 gezien.7200 8804”
Numbers 13:28 — Statenvertaling (1637)
Verse 28 of 33 in Numbers chapter 13 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Numbers 13 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En de HEERE3068 sprak1696 8762 tot ,4872 zeggende:559 8800 Zend7971 8798 u mannen582 uit: die het land776 Kanaan3667 verspieden,8446 8799 hetwelk834 Ik589 den kinderen1121 Israels3478 geven zal;5414 8802 van elken259 stam4294 zijner vaderen1 zult gijlieden een259 man376 376 zenden,7971 8799 zijnde ieder3605 een overste5387 onder hen. Mozes4872 zond7971 8799 hen uit de woestijn4057 van ,6290 naar den mond6310 des HEEREN;3068 al3605 die mannen582 waren1992 hoofden7218 der kinderen1121 .3478 En dit zijn hun namen:8034 van den stam4294 van ,7205 ,8051 de zoon1121 van .2139 Van den stam4294 van ,8095 ,8202 de zoon1121 van .2753 Van den stam4294 van ,3063 ,3612 de zoon1121 van .3312 Van den stam4294 van ,3485 ,3008 de zoon1121 van .3130 Van den stam4294 van ,669 ,1954 de zoon1121 van .5126 Van den stam4294 van ,1144 ,6406 de zoon1121 van .7505 Van den stam4294 van ,2074 ,1427 de zoon1121 van .5476 Van den stam4294 van ,3130 voor den stam4294 van ,4519 ,1426 de zoon1121 van .5485 Van den stam4294 van ,1835 ,5988 de zoon1121 van .1582 Van den stam4294 van ,836 ,5639 de zoon1121 van .4317 Van den stam4294 van ,5321 ,5147 de zoon1121 van .2058 Van den stam4294 van ,1410 ,1345 de zoon1121 van .4352 Dit zijn de namen8034 der mannen,582 die Mozes4872 zond,7971 8804 om dat land776 te verspieden;8446 8800 en Mozes4872 noemde7121 8799 ,1954 den zoon1121 van ,5126 .3091 Mozes4872 zond7971 8799 hen, om het land776 Kanaan3667 te verspieden;8446 8800 en hij zeide559 8799 tot hen: Trekt dit henen op5927 8798 tegen het zuiden,5045 en klimt5927 8804 op het gebergte;2022 En beziet7200 8804 het land,776 hoedanig het zij, en het volk,5971 dat daarin woont,3427 8802 of het sterk2389 zij of zwak,7504 of het weinig4592 zij of veel;7227 En hoedanig het land776 zij, waarin hetzelve woont,3427 8802 of het goed2896 zij of kwaad;7451 en hoedanig de steden5892 zijn, in dewelke2007 hetzelve woont,3427 8802 of in legers,4264 of in sterkten;4013 Ook hoedanig het land776 zij, of het vet8082 zij of mager,7330 of er bomen6086 in zijn3426 of niet; en versterkt u,2388 8694 en neemt3947 8804 van de vrucht6529 des lands.776 dagen3117 nu waren de dagen3117 der eerste vruchten1061 van de wijndruiven.6025 Alzo trokken zij op,5927 8799 en verspiedden8446 8799 het land,776 van de woestijn4057 Zin6790 af tot Rechob7340 toe, waar men gaat935 8800 naar .2574 En zij trokken op5927 8799 in het zuiden,5045 en kwamen935 8799 tot 2275 toe, en daar waren ,289 Sesai8344 en ,8526 kinderen3211 van ;6061 2275 nu was zeven7651 jaren8141 gebouwd1129 8738 voor6440 6814 in .4714 Daarna kwamen zij935 8799 tot het dal5158 ,812 en sneden3772 8799 van daar een rank2156 af met een259 tros811 wijndruiven,6025 dien zij droegen5375 8799 met tweeen,8147 op een draagstok;4132 ook van de granaatappelen7416 en van de vijgen.8384 Diezelve plaats4725 noemde men7121 8804 het dal5158 ,812 ter oorzake182 van den tros,811 dien de kinderen1121 Israels3478 van daar afgesneden hadden.3772 8804 Daarna keerden zij weder7725 8799 van het verspieden8446 8800 des lands,776 ten einde7093 van veertig705 dagen.3117 En zij gingen heen,3212 8799 en kwamen935 8799 tot Mozes4872 en tot ,175 en tot de gehele vergadering5712 der kinderen1121 ,3478 in de woestijn4057 van ,6290 naar ;6946 en brachten7725 bescheid1697 weder7725 8686 aan hen, en aan de gehele vergadering,5712 en lieten7200 hun de vrucht6529 des lands776 zien.7200 8686 En zij vertelden5608 8762 hem, en zeiden:559 8799 zijn gekomen935 8804 tot dat land,776 waarheen gij ons gezonden hebt;7971 8804 en voorwaar, het is van melk2461 en honig1706 vloeiende,2100 8802 en dit is zijn vrucht.6529 Behalve657 dat het een sterk5794 volk5971 is, hetwelk in dat land776 woont,3427 8802 en de steden5892 zijn vast,1219 8803 [en] zeer3966 groot;1419 en ook hebben wij daar kinderen3211 van Enak6061 gezien.7200 8804 De Amalekieten6002 wonen3427 8802 in het land776 van het zuiden;5045 maar de ,2850 en de ,2983 en de Amorieten567 wonen3427 8802 op het gebergte;2022 en de Kanaanieten3669 wonen3427 8802 aan de zee,3220 en aan den oever3027 van de .3383 Toen stilde2013 8686 Kaleb3612 het volk5971 voor ,4872 en zeide:559 8799 ons vrijmoedig5927 8800 optrekken,5927 8799 en dat erfelijk bezitten;3423 8804 want wij zullen dat voorzeker3201 8800 overweldigen!3201 8799 Maar de mannen,582 die met hem opgetrokken waren,5927 8804 zeiden:559 8804 zullen tot dat volk5971 niet kunnen3201 8799 optrekken,5927 8800 want het is sterker2389 wij. Alzo brachten zij3318 8686 een kwaad gerucht1681 voort van het land,776 dat zij verspied hadden,8446 8804 aan de kinderen1121 ,3478 zeggende:559 8800 land,776 door hetwelk wij doorgegaan zijn,5674 8804 om het te verspieden,8446 8800 is een land,776 dat zijn inwoners3427 8802 verteert;398 8802 en al het volk,5971 hetwelk wij in het midden8432 van hetzelve gezien hebben,7200 8804 zijn mannen582 van grote lengte.4060 Wij hebben ook daar de reuzen5303 gezien,7200 8804 en de kinderen1121 van ,6061 van de reuzen;5303 en wij waren als sprinkhanen2284 in onze ogen,5869 alzo waren wij ook in hun ogen.5869