Numbers 14:34

“Naar het getal4557 der dagen,3117 in welke gij dat land776 verspied hebt,8446 8804 veertig705 dagen,3117 elken3117 dag3117 voor elk8141 jaar,8141 zult gij uw ongerechtigheden5771 dragen,5375 8799 veertig705 jaren,8141 en gij zult gewaar worden3045 8804 Mijn afbreking.8569”

Numbers 14:34 — Statenvertaling (1637)

Verse 34 of 45 in Numbers chapter 14 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Numbers 14 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Toen verhief zich5375 8799 de gehele vergadering,5712 en zij hieven5414 8799 hun stem6963 op, en het volk5971 weende1058 8799 in dienzelven nacht.3915 En al de kinderen1121 Israels3478 murmureerden3885 8735 tegen Mozes4872 en tegen ;175 en de gehele vergadering5712 zeide559 8799 tot hen: Och, of3863 wij in Egypteland776 4714 gestorven waren!4191 8804 of, och, of3863 wij in deze woestijn4057 gestorven waren!4191 8804 En waarom brengt935 8688 ons de HEERE3068 naar dat land,776 dat wij door het zwaard2719 vallen,5307 8800 [en] onze vrouwen,802 en onze kinderkens2945 ten roof957 worden? Zou het ons niet goed2896 zijn naar Egypte4714 weder te keren?7725 8800 En zij zeiden559 8799 de een376 tot den ander:251 ons een hoofd7218 opwerpen,5414 8799 en wederkeren7725 8799 naar !4714 Toen vielen5307 8799 Mozes4872 en 175 op hun aangezichten,6440 voor het aangezicht6440 van de ganse gemeente6951 der vergadering5712 van de kinderen1121 .3478 En ,3091 de zoon1121 van ,5126 en ,3612 de zoon1121 van ,3312 zijnde van degenen, die dat land776 verspied hadden,8446 8802 scheurden7167 8804 hun klederen.899 En zij spraken559 8799 tot de ganse vergadering5712 der kinderen1121 ,3478 zeggende:559 8800 land,776 door hetwelk wij getrokken zijn,5674 8804 om hetzelve te verspieden,8446 8800 is een uitermate3966 3966 goed2896 land.776 Indien de HEERE3068 een welgevallen aan ons heeft,2654 8804 zo zal ons in dat land776 brengen,935 8689 en zal ons dat geven;5414 8804 een land,776 hetwelk van melk2461 en honig1706 is vloeiende.2100 8802 Alleen zijt tegen den HEERE3068 niet wederspannig!4775 8799 en vreest gij3372 8799 niet het volk5971 dezes lands;776 want zij zijn ons brood!3899 hun schaduw6738 is van hen geweken,5493 8804 en de HEERE3068 is met ons; vreest3372 8799 hen niet! Toen zeide559 8799 de ganse vergadering,5712 dat men hen met stenen68 stenigen zoude.7275 8800 de heerlijkheid3519 des HEEREN3068 verscheen7200 8738 in de tent168 der samenkomst,4150 voor al de kinderen1121 .3478 En de HEERE3068 zeide559 8799 tot :4872 lang zal mij dit volk5971 tergen?5006 8762 En hoe lang zullen zij aan niet3808 geloven,539 8686 door alle tekenen,226 die Ik in het midden7130 van hen gedaan heb?6213 8804 Ik zal het met pestilentie1698 slaan,5221 8686 en Ik zal het verstoten;3423 8686 en Ik zal u tot een groter1419 en sterker6099 volk1471 maken,6213 8799 dit is. En Mozes4872 zeide559 8799 tot den HEERE:3068 Zo zullen het de Egyptenaars4714 horen;8085 8804 want hebt door Uw kracht3581 dit volk5971 uit het midden7130 van hen doen optrekken;5927 8689 En zij zullen zeggen559 8804 tot de inwoners3427 8802 van dit land,776 [die] gehoord hebben,8085 8804 dat , HEERE!3068 in het midden7130 van dit volk5971 zijt; dat , HEERE!3068 oog5869 aan oog5869 gezien wordt,7200 8738 dat Uw wolk6051 over hen staat,5975 8802 en in een wolkkolom5982 6051 voor hun aangezicht6440 gaat1980 8802 des daags,3119 en in een vuurkolom5982 784 des nachts.3915 En zoudt dit volk5971 als een enigen259 man376 doden,4191 8689 zo zouden de heidenen,1471 die Uw gerucht8088 gehoord hebben,8085 8804 spreken,559 8804 zeggende:559 8800 Omdat de HEERE3068 dit volk5971 niet1115 kon3201 8800 brengen935 8687 in dat land,776 hetwelk hun gezworen had,7650 8738 zo heeft hen geslacht7819 8799 in de woestijn!4057 Nu , laat toch de kracht3581 des HEEREN136 groot worden,1431 8799 gelijk als834 gesproken hebt,1696 8765 zeggende:559 8800 De HEERE3068 is lankmoedig750 639 en groot7227 van weldadigheid,2617 vergevende5375 8802 de ongerechtigheid5771 en overtreding,6588 die [den] [schuldige] geenszins5352 8763 onschuldig houdt,5352 8762 bezoekende6485 8802 de ongerechtigheid5771 der vaderen1 aan de kinderen,1121 in het derde8029 en in het vierde7256 [lid]. Vergeef5545 8798 toch de ongerechtigheid5771 dezes volks,5971 naar de grootte1433 goedertierenheid,2617 en gelijk ze aan dit volk,5971 van Egypteland4714 af tot hiertoe,2008 vergeven hebt!5375 8804 En de HEERE3068 zeide:559 8799 Ik heb hun vergeven5545 8804 naar uw woord.1697 Doch zekerlijk,199 [zo] [waarachtig] [als] Ik leef,2416 zo zal de ganse aarde776 met de heerlijkheid3519 des HEEREN3068 vervuld worden!4390 8735 Want al de mannen,582 die gezien hebben7200 8802 heerlijkheid,3519 en tekenen,226 die Ik in Egypte4714 en in de woestijn4057 gedaan heb,6213 8804 en Mij853 nu tienmaal6235 6471 verzocht hebben,5254 8762 en stem6963 niet zijn gehoorzaam geweest;8085 8804 Zo518 zij het land,776 hetwelk Ik aan hun vaderen1 gezworen heb,7650 8738 zien zullen.7200 8799 Ja, geen van die getergd hebben,5006 8764 zullen dat zien!7200 8799 Doch knecht5650 ,3612 omdat6118 een andere312 geest7307 met hem geweest is, en hij volhard heeft4390 8762 na310 te volgen, zo zal Ik hem brengen935 8689 tot het land,776 in hetwelk hij gekomen was,935 8804 en zijn zaad2233 zal het erfelijk bezitten.3423 8686 De Amalekieten6003 nu en de Kanaanieten3669 wonen3427 8802 in het dal;6010 wendt u6437 8798 morgen,4279 en maakt uw reize5265 8798 naar de woestijn,4057 op den weg1870 naar de .5488 3220 Daarna sprak1696 8762 de HEERE3068 tot Mozes4872 en tot ,175 zeggende:559 8800 Hoe lang zal [Ik] bij deze boze7451 vergadering5712 zijn, die tegen zijn murmurerende?3885 8688 Ik heb gehoord8085 8804 de murmureringen8519 van de kinderen1121 ,3478 waarmede zij tegen zijn murmurerende.3885 8688 Zeg559 8798 tot hen: [Zo] [waarachtig] [als] Ik leef,2416 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 indien Ik ulieden zo niet3808 doe,6213 8799 gelijk als gij in oren241 gesproken hebt!1696 8765 Uw dode lichamen6297 zullen in deze woestijn4057 vallen;5307 8799 en al uw getelden,6485 8803 naar uw gehele getal,4557 van twintig6242 jaren8141 oud1121 en daarboven,4605 gij, die tegen gemurmureerd hebt.3885 8689 Zo518 gij in dat land776 komt,935 8799 over hetwelk Ik hand3027 opgeheven heb,5375 8804 dat Ik u daarin zou doen wonen,7931 8763 behalve ,3612 de zoon1121 van ,3312 en ,3091 de zoon1121 van .5126 En uw kinderkens,2945 waarvan gij zeidet:559 8804 zullen ten roof957 worden! die zal Ik daarin brengen,935 8689 en die zullen bekennen3045 8804 dat land,776 hetwelk gij smadelijk verworpen hebt.3988 8804 Maar u aangaande, uw dode lichamen6297 zullen in deze woestijn4057 vallen!5307 8799 En uw kinderen1121 zullen gaan weiden7462 8802 in deze woestijn,4057 veertig705 jaren,8141 en zullen uw hoererijen2184 dragen,5375 8804 totdat uw dode lichamen6297 verteerd zijn8552 8800 in deze woestijn.4057 Naar het getal4557 der dagen,3117 in welke gij dat land776 verspied hebt,8446 8804 veertig705 dagen,3117 elken3117 dag3117 voor elk8141 jaar,8141 zult gij uw ongerechtigheden5771 dragen,5375 8799 veertig705 jaren,8141 en gij zult gewaar worden3045 8804 afbreking.8569 Ik, de HEERE,3068 heb gesproken:1696 8765 zo518 Ik dit2063 aan deze ganse boze7451 vergadering5712 dergenen, die zich tegen verzameld hebben,3259 8737 niet3808 doe,6213 8799 zij zullen in deze woestijn4057 te niet worden,8552 8735 en zullen daar sterven!4191 8799 En die mannen,582 die Mozes4872 gezonden had,7971 8804 om het land776 te verspieden,8446 8800 en wedergekomen zijnde,7725 8799 de ganse vergadering5712 tegen hem hadden doen murmureren,3885 8686 8675 3885 8735 een kwaad gerucht1681 over dat land776 voortbrengende;3318 8687 Diezelfde582 mannen,582 die een kwaad7451 gerucht1681 van dat land776 voortgebracht hadden,3318 8688 stierven4191 8799 door een plaag,4046 voor het aangezicht6440 des HEEREN.3068 Maar ,3091 de zoon1121 van ,5126 en ,3612 de zoon1121 van ,3312 bleven levende2421 8804 van de1992 mannen,582 die heengegaan waren,1980 8802 om het land776 te verspieden.8446 8800 En Mozes4872 sprak1696 8762 deze woorden1697 tot al de kinderen1121 .3478 treurde56 8691 het volk5971 zeer.3966 En zij stonden7925 des morgens1242 vroeg op,7925 8686 en klommen5927 8799 op de hoogte7218 des bergs,2022 zeggende:559 8800 ,2009 hier zijn wij, en wij zullen optrekken5927 8804 tot de plaats,4725 die de HEERE3068 gezegd heeft;559 8804 want wij hebben gezondigd!2398 8804 Maar Mozes4872 zeide:559 8799 overtreedt gij5674 8802 alzo het bevel6310 des HEEREN?3068 dat zal geen voorspoed hebben.6743 8799 Trekt niet op,5927 8799 want de HEERE3068 zal in het midden7130 van u niet zijn; opdat gij niet geslagen wordt,5062 8735 voor het aangezicht6440 uwer vijanden.341 8802 Want de ,6003 en de Kanaanieten3669 zijn daar voor uw aangezicht,6440 en gij zult door het zwaard2719 vallen;5307 8804 want, omdat gij u afgekeerd hebt7725 8804 van310 den HEERE,3068 zo zal de HEERE3068 met u niet zijn. Nochtans poogden zij vermetel,6075 8686 om op de hoogte7218 des bergs2022 te klimmen;5927 8800 maar de 727 des verbonds1285 des HEEREN3068 en Mozes4872 scheidden4185 8804 niet uit het midden7130 des legers.4264 Toen kwamen af3381 8799 de Amalekieten6003 en de ,3669 die in dat gebergte2022 woonden,3427 8802 en sloegen5221 8686 hen, en versmeten3807 8686 hen, tot Horma2767 toe.

Every verse in Numbers 14

Chapter navigation

0:000:00