Numbers 15:2
“Spreek1696 8761 tot de kinderen1121 Israels,3478 en zeg559 8804 tot hen: Wanneer gij gekomen zult zijn935 8799 in het land776 uwer woningen,4186 dat Ik u geven zal;5414 8802”
Numbers 15:2 — Statenvertaling (1637)
Verse 2 of 41 in Numbers chapter 15 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Numbers 15 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Daarna sprak1696 8762 de HEERE3068 tot ,4872 zeggende:559 8800 Spreek1696 8761 tot de kinderen1121 ,3478 en zeg559 8804 tot hen: Wanneer gij gekomen zult zijn935 8799 in het land776 uwer woningen,4186 dat Ik u geven zal;5414 8802 En gij een vuuroffer801 den HEERE3068 zult doen,6213 8804 een brandoffer,5930 of slachtoffer,2077 om af te zonderen6381 8763 een gelofte,5088 of in een vrijwillig offer,5071 of in uw gezette hoogtijden,4150 om den HEERE3068 een liefelijken5207 reuk7381 te maken,6213 8800 van runderen1241 of van klein vee;6629 Zo zal hij, die zijn offerande7133 den HEERE3068 offert,7126 8688 een spijsoffer4503 offeren7126 8689 van een tiende6241 meelbloem,5560 gemengd1101 8803 met een vierendeel7243 van een 1969 olie.8081 En wijn3196 ten drankoffer,5262 een vierendeel7243 van een ,1969 zult gij bereiden6213 8799 tot een brandoffer5930 of tot een slachtoffer,2077 voor een259 lam.3532 Of voor een 352 zult gij een spijsoffer4503 bereiden,6213 8799 van twee8147 tienden6241 meelbloem,5560 gemengd1101 8803 met olie,8081 een derde7992 deel van een .1969 En wijn3196 ten drankoffer,5262 een derde7992 deel van een ,1969 zult gij offeren7126 8686 tot een liefelijken5207 reuk7381 den HEERE.3068 En wanneer gij een jong1121 rund1241 zult bereiden6213 8799 tot een brandoffer5930 of een slachtoffer,2077 om een gelofte5088 af te zonderen,6381 8763 of ten dankoffer8002 den HEERE;3068 Zo zal hij tot een jong1121 rund1241 offeren7126 8689 een spijsoffer4503 van drie7969 tienden6241 meelbloem,5560 gemengd1101 8803 met olie,8081 de helft2677 van een .1969 En wijn3196 zult gij offeren7126 8686 ten drankoffer,5262 de helft2677 van een ,1969 tot een vuuroffer801 van liefelijken5207 reuk7381 den HEERE.3068 Alzo zal gedaan worden6213 8735 met den enen259 os,7794 of met den enen259 ,352 of met het klein vee,7716 van de lammeren,3532 of van de geiten.5795 Naar het getal,4557 dat gij bereiden zult,6213 8799 zult gij alzo3602 doen6213 8799 met elkeen,259 naar hun getal.4557 Alle inboorling249 zal deze dingen alzo doen,6213 8799 offerende7126 8687 een vuuroffer801 tot een liefelijken5207 reuk7381 den HEERE.3068 Wanneer ook een vreemdeling1616 bij u als vreemdeling verkeert,1481 8799 of die in het midden8432 van u is, in uw geslachten,1755 en hij een vuuroffer801 zal bereiden6213 8804 tot een liefelijken5207 reuk7381 den HEERE;3068 gelijk als gij zult doen,6213 8799 alzo zal hij doen.6213 8799 Gij, gemeente,6951 het zij ulieden en den vreemdeling,1616 die als vreemdeling [bij] [u] verkeert,1481 8802 enerlei259 inzetting:2708 ter eeuwige5769 inzetting2708 bij uw geslachten,1755 gelijk gijlieden, alzo zal de vreemdeling1616 voor des HEEREN3068 aangezicht6440 zijn. Enerlei259 wet8451 en enerlei259 recht4941 zal ulieden zijn, en den vreemdeling,1616 die bij ulieden als vreemdeling verkeert.1481 8802 Voorts sprak1696 8762 de HEERE3068 tot ,4872 zeggende:559 8800 Spreek1696 8761 tot de kinderen1121 ,3478 en zeg559 8804 tot hen: Als gij zult gekomen zijn935 8800 in het land,776 waarheen Ik u inbrengen zal,935 8688 Zo zal het geschieden, als gij van het brood3899 des lands776 zult eten,398 8800 zult gij den HEERE3068 een hefoffer8641 offeren.7311 8686 De eerstelingen7225 uws deegs,6182 een koek2471 zult gij tot een hefoffer8641 offeren;7311 8686 gelijk het hefoffer8641 des dorsvloers1637 zult gij dat offeren.7311 8686 Van de eerstelingen7225 uws deegs6182 zult gij den HEERE3068 een hefoffer8641 geven,5414 8799 bij uw geslachten.1755 Voorts wanneer gijlieden afgedwaald zult zijn,7686 8799 en niet gedaan hebben6213 8799 al deze geboden,4687 die de HEERE3068 tot Mozes4872 gesproken heeft;1696 8765 Alles, wat u de HEERE3068 door de hand3027 van Mozes4872 geboden heeft;6680 8765 van dien dag3117 af, dat het de HEERE3068 geboden heeft,6680 8765 en voortaan1973 bij uw geslachten;1755 Zo zal het geschieden, indien iets bij dwaling7684 gedaan,6213 8738 [en] voor de ogen5869 der vergadering5712 [verborgen] [is], dat de ganse vergadering5712 een259 var,6499 een jong1121 rund,1241 zal bereiden6213 8804 ten brandoffer,5930 tot een liefelijken5207 reuk7381 den HEERE,3068 met zijn spijsoffer4503 en zijn drankoffer,5262 naar de wijze;4941 en een259 geitenbok8163 5795 ten zondoffer.2403 En de priester3548 zal de verzoening doen3722 8765 voor de ganse vergadering5712 van de kinderen1121 ,3478 en het zal hun vergeven worden;5545 8738 want het was een afdwaling,7684 en zij hebben hun offerande7133 gebracht,935 8689 een vuuroffer801 den HEERE,3068 en hun zondoffer,2403 voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 over hun afdwaling.7684 Het zal aan de ganse vergadering5712 der kinderen1121 Israels3478 vergeven worden,5545 8738 ook den vreemdeling,1616 die in het midden8432 van henlieden als vreemdeling verkeert;1481 8802 want het is het ganse volk5971 door dwaling7684 [overkomen]. En indien een259 ziel5315 door afdwaling7684 gezondigd zal hebben,2398 8799 die zal een eenjarige1323 8141 geit5795 ten zondoffer2403 offeren.7126 8689 En de priester3548 zal de verzoening doen3722 8765 over de dwalende7683 8802 ziel,5315 als zij gezondigd heeft2398 8800 door afdwaling,7684 voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 doende de verzoening3722 8763 over haar; en het zal haar vergeven worden.5545 8738 Den inboorling249 der kinderen1121 ,3478 en den vreemdeling,1616 die in hunlieder midden8432 als vreemdeling verkeert,1481 8802 enerlei259 wet8451 zal ulieden zijn, dengene, die het door afdwaling7684 doet.6213 8802 Maar de ziel,5315 die iets gedaan zal hebben6213 8799 met opgeheven7311 8802 hand,3027 hetzij van inboorlingen249 of van4480 vreemdelingen,1616 die smaadt1442 8764 den HEERE;3068 en diezelve ziel5315 zal uitgeroeid worden3772 8738 uit het midden7130 van haar volk;5971 Want zij heeft het woord1697 des HEEREN3068 veracht959 8804 en gebod4687 vernietigd;6565 8689 diezelve ziel5315 zal ganselijk3772 8736 uitgeroeid worden;3772 8735 haar ongerechtigheid5771 is op haar. Als nu de kinderen1121 Israels3478 in de woestijn4057 waren, zo vonden zij4672 8799 een man,376 hout6086 lezende7197 8781 op den sabbatdag.7676 3117 En die hem vonden,4672 8802 hout6086 lezende,7197 8781 brachten7126 8686 hem tot ,4872 en tot ,175 en tot de ganse vergadering.5712 En zij stelden3240 8686 hem in bewaring;4929 want het was niet verklaard,6567 8795 wat hem gedaan zou worden.6213 8735 Zo zeide559 8799 de HEERE3068 tot :4872 man376 zal zekerlijk4191 8800 gedood worden;4191 8714 de ganse vergadering5712 zal hem met stenen68 stenigen7275 8800 buiten2351 het leger.4264 Toen bracht3318 8686 hem de ganse vergadering5712 uit tot buiten2351 het leger,4264 en zij stenigden7275 8799 hem met stenen,68 dat hij stierf,4191 8799 gelijk als de HEERE3068 Mozes4872 geboden had.6680 8765 En de HEERE3068 sprak559 8799 tot ,4872 zeggende:559 8800 Spreek1696 8761 tot de kinderen1121 ,3478 en zeg559 8804 tot hen: Dat zij zich snoertjes6734 maken6213 8804 aan de hoeken3671 hunner klederen,899 bij hun geslachten;1755 en op de snoertjes6734 des hoeks3671 zullen zij een hemelsblauwen8504 draad6616 zetten.5414 8804 En hij zal ulieden aan de snoertjes6734 zijn, opdat gij het aanziet,7200 8804 en aan al de geboden4687 des HEEREN3068 gedenkt,2142 8804 en die doet;6213 8804 en gij zult naar310 uw hart,3824 en naar uw ogen5869 niet sporen,8446 8799 die gij zijt nahoererende;310 2181 8802 Opdat gij gedenkt2142 8799 en doet6213 8804 al geboden,4687 en uw God430 heilig6918 zijt.1961 8804 Ik ben de HEERE,3068 uw God,430 u uit Egypteland776 4714 uitgevoerd heb,3318 8689 om u tot een God430 te zijn; Ik ben de HEERE,3068 uw God!430