Numbers 19:16

“En al wie in het open6440 veld7704 een, die met het zwaard2719 verslagen is,2491 of een dode,4191 8801 of het gebeente6106 eens mensen,120 of een graf6913 zal aangeroerd hebben,5060 8799 zal zeven7651 dagen3117 onrein zijn.2930 8799”

Numbers 19:16 — Statenvertaling (1637)

Verse 16 of 22 in Numbers chapter 19 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Numbers 19 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Wijders sprak1696 8762 de HEERE3068 tot Mozes4872 en tot ,175 zeggende:559 8800 Dit is de inzetting2708 van de wet,8451 die de HEERE3068 geboden heeft,6680 8765 zeggende:559 8800 Spreek1696 8761 tot de kinderen1121 ,3478 dat zij tot u brengen3947 8799 een rode122 volkomen8549 vaars,6510 in welke geen gebrek3971 is, op welke geen3808 juk5923 gekomen is.5927 8804 En gij zult die geven5414 8804 aan ,499 den priester;3548 en hij zal ze uitbrengen3318 8689 tot buiten2351 het leger,4264 en men zal haar voor zijn aangezicht6440 slachten.7819 8804 En ,499 den priester,3548 zal van haar bloed1818 met zijn vinger676 nemen,3947 8804 en hij zal van haar bloed1818 recht5227 tegenover6440 de tent168 der samenkomst4150 zevenmaal7651 6471 sprengen.5137 8689 Voorts zal men deze vaars6510 voor zijn ogen5869 verbranden;8313 8804 haar vel,5785 en haar vlees,1320 en haar bloed,1818 met haar mest,6569 zal men verbranden.8313 8799 En de priester3548 zal nemen3947 8804 cederhout,730 6086 en hysop,231 en scharlaken,8438 8144 en werpen7993 8689 ze in het midden8432 van den brand8316 dezer vaars.6510 zal de priester3548 zijn klederen899 wassen,3526 8765 en zijn vlees1320 met water4325 baden,7364 8804 en daarna310 in het leger4264 gaan;935 8799 en de priester3548 zal onrein zijn2930 8804 tot aan den avond.6153 Ook die haar verbrand heeft,8313 8802 zal zijn klederen899 met water4325 wassen,3526 8762 en zijn vlees1320 met water4325 baden,7364 8804 en onrein zijn2930 8804 tot aan den avond.6153 En een rein2889 man376 zal de as665 dezer vaars6510 verzamelen,622 8804 en buiten2351 het leger4264 in een reine2889 plaats4725 wegleggen;3240 8689 en het zal zijn ter bewaring4931 voor de vergadering5712 van de kinderen1121 ,3478 tot het water4325 der afzondering;5079 het is ontzondiging.2403 En die de as665 dezer vaars6510 verzameld heeft,622 8802 zal zijn klederen899 wassen,3526 8765 en onrein zijn2930 8804 tot aan den avond.6153 zal den kinderen1121 ,3478 en den vreemdeling,1616 die in het midden8432 van henlieden als vreemdeling verkeert,1481 8802 tot een eeuwige5769 inzetting2708 zijn. Wie een dode,4191 8801 enig dood lichaam5315 van een mens,120 aanroert,5060 8802 die zal zeven7651 dagen3117 onrein zijn.2930 8804 Op den derden7992 dag3117 zal hij zich daarmede ontzondigen,2398 8691 zo zal hij op den zevenden7637 dag3117 rein zijn;2891 8799 maar indien hij zich op den derden7992 dag3117 niet ontzondigt,2398 8691 zo zal hij op den zevenden7637 dag3117 niet rein zijn.2891 8799 Al wie een dode4191, 8801 het dode lichaam5315 eens mensen,120 die gestorven zal zijn,4191 8799 aanroert,5060 8802 en zich niet ontzondigd zal hebben,2398 8691 die verontreinigt2930 8765 den tabernakel4908 des HEEREN;3068 daarom zal die ziel5315 uitgeroeid worden3772 8738 uit ;3478 omdat het water4325 der afzondering5079 op hem niet gesprengd is,2236 8795 zal hij onrein zijn;2931 zijn onreinigheid2932 is nog in hem. Dit is de wet,8451 wanneer een mens120 zal gestorven zijn4191 8799 in een tent:168 al wie in die tent168 ingaat,935 8802 en al wie in die tent168 is, zal zeven7651 dagen3117 onrein zijn.2930 8799 Ook alle open6605 8803 gereedschap,3627 waarop geen deksel6781 gebonden is,6616 dat is onrein.2931 En al wie in het open6440 veld7704 een, die met het zwaard2719 verslagen is,2491 of een dode,4191 8801 of het gebeente6106 eens mensen,120 of een graf6913 zal aangeroerd hebben,5060 8799 zal zeven7651 dagen3117 onrein zijn.2930 8799 Voor een onreine2931 nu zullen zij nemen3947 8804 van het stof6083 des brands8316 der ontzondiging,2403 en daarop levend2416 water4325 doen5414 8804 in een vat.3627 En een rein2889 man376 zal hysop231 nemen,3947 8804 en in dat water4325 dopen,2881 8804 en sprengen5137 8689 het aan die tent,168 en op al het gereedschap,3627 en aan de zielen,5315 die daar geweest zijn; insgelijks aan dengene, die een gebeente,6106 of een verslagene,2491 of een dode,4191 8801 of een graf6913 aangeroerd heeft.5060 8802 En de reine2889 zal den onreine2931 op den derden7992 dag,3117 en op den zevenden7637 dag3117 besprengen;5137 8689 en op den zevenden7637 dag3117 zal hij hem ontzondigen;2398 8765 en hij zal zijn klederen899 wassen,3526 8765 en [zich] met water4325 baden,7364 8804 en op den avond6153 rein zijn.2891 8804 Wie376 daarentegen onrein zal zijn,2930 8799 en zich niet zal ontzondigen,2398 8691 die ziel5315 zal uit het midden8432 der gemeente6951 uitgeroeid worden;3772 8738 want hij heeft het heiligdom4720 des HEEREN3068 verontreinigd,2930 8765 het water4325 der afzondering5079 is op hem niet gesprengd,2236 8795 hij is onrein.2931 Dit zal hunlieden zijn tot een eeuwige5769 inzetting.2708 En die het water4325 der afzondering5079 sprengt,5137 8688 zal zijn klederen899 wassen;3526 8762 ook wie het water4325 der afzondering5079 aanroert,5060 8802 die zal onrein zijn2930 8799 tot aan den avond.6153 Ja, al wat die onreine2931 aangeroerd zal hebben,5060 8799 zal onrein zijn;2930 8799 en de ziel,5315 die [dat] aangeroerd zal hebben,5060 8802 zal onrein zijn2930 8799 tot aan den avond.6153

Every verse in Numbers 19

Chapter navigation

0:000:00