Numbers 21:3
“De HEERE3068 dan verhoorde8085 8799 de stem6963 van Israel,3478 en gaf5414 8799 de Kanaanieten3669 over; en hij verbande2763 8686 hen en hun steden;5892 en hij noemde7121 8799 den naam8034 dier plaats4725 Horma.2767”
Numbers 21:3 — Statenvertaling (1637)
Verse 3 of 35 in Numbers chapter 21 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
1 thread runs through this chapter
Numbers 21 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Als de ,3669 de koning4428 van ,6166 wonende3427 8802 tegen het zuiden,5045 hoorde,8085 8799 dat 3478 door den weg1870 der verspieders871 kwam,935 8802 zo streed hij3898 8735 tegen ,3478 en hij voerde7617 enige gevangenen7628 uit denzelven gevankelijk weg.7617 8799 Toen beloofde5087 8799 3478 den HEERE3068 een gelofte,5088 en zeide:559 8799 dit volk5971 geheel5414 8800 in mijn hand3027 geeft,5414 8799 zo zal ik hun steden5892 verbannen.2763 8689 De HEERE3068 verhoorde8085 8799 de stem6963 van ,3478 en gaf5414 8799 de Kanaanieten3669 over; en hij verbande2763 8686 hen en hun steden;5892 en hij noemde7121 8799 den naam8034 dier plaats4725 .2767 Toen reisden zij5265 8799 van den berg2022 ,2023 op den weg1870 der ,5488 3220 dat zij om5437 het land776 der Edomieten123 heentogen;5437 8800 doch de ziel5315 des volks5971 werd verdrietig7114 8799 op dezen weg.1870 En het volk5971 sprak1696 8762 tegen God430 en tegen :4872 hebt gijlieden ons doen optrekken5927 8689 uit ,4714 opdat wij sterven zouden4191 8800 in de woestijn?4057 hier is geen brood,3899 ook geen water,4325 en onze ziel5315 walgt6973 8804 over dit zeer lichte7052 brood.3899 Toen zond7971 8762 de HEERE3068 vurige8314 slangen5175 onder het volk,5971 die beten5391 8762 het volk;5971 en er stierf4191 8799 veel7227 volks5971 van .3478 Daarom kwam935 8799 het volk5971 tot ,4872 en zij zeiden:559 8799 hebben gezondigd,2398 8804 omdat wij tegen den HEERE3068 en tegen u gesproken hebben;1696 8765 bid6419 8690 den HEERE,3068 dat deze slangen5175 van ons wegneme.5493 8686 bad6419 8691 Mozes4872 voor het volk.5971 En de HEERE3068 zeide559 8799 tot :4872 Maak6213 8798 u een vurige slang,8314 en stel7760 8798 ze op een stang;5251 en het zal geschieden, dat al wie gebeten is,5391 8803 als hij haar aanziet,7200 8804 zo zal hij leven.2425 8804 En Mozes4872 maakte6213 8799 een koperen5178 slang,5175 en stelde7760 8799 ze op een stang;5251 en het geschiedde, als een slang5175 iemand376 beet,5391 8804 zo zag hij5027 8689 de koperen5178 slang5175 aan, en hij bleef levend.2425 8804 Toen verreisden5265 8799 de kinderen1121 ,3478 en zij legerden zich2583 8799 te .88 Daarna reisden zij5265 8799 van ,88 en legerden zich2583 8799 aan de heuvelen van Abarim5863 in de woestijn,4057 die tegenover6440 4124 is, tegen den opgang4217 der zon.8121 Van daar reisden zij,5265 8804 en legerden zich2583 8799 bij de beek5158 .2218 Van daar reisden zij,5265 8804 en legerden zich2583 8799 aan deze zijde5676 van de ,769 welke in de woestijn4057 is, uitgaande3318 8802 uit de landpalen1366 der ;567 want de 769 is de landpale1366 van ,4124 tussen 4124 en tussen de .567 (Daarom wordt gezegd559 8735 in het boek5612 van de oorlogen4421 des HEEREN:3068 ,2052 in een wervelwind,5492 en tegen de beken5158 ,769 En den afloop793 der beken,5158 die zich naar de gelegenheid3427 8800 van Ar6144 wendt,5186 8804 en leent aan8172 8738 de landpale1366 van .4124) En van daar [reisden] [zij] naar .876 is de ,875 van welken de HEERE3068 tot Mozes4872 zeide:559 8804 Verzamel622 8798 het volk,5971 zo zal Ik hun water4325 geven.5414 8799 (Toen zong7891 8799 3478 dit lied:7892 op,5927 8798 gij ,875 zingt6030 daarvan bij beurte!6030 8798 Gij ,875 dien de vorsten8269 gegraven hebben,2658 8804 dien de edelen5081 des volks5971 gedolven hebben,3738 8804 door den wetgever,2710 8781 met hun staven.4938) En van de woestijn4057 [reisden] [zij] naar ;4980 En van Mattana4980 tot ;5160 en van Nahaliel5160 tot ;1120 En van Bamoth1120 tot het dal,1516 dat in het veld7704 van 4124 is, aan de hoogte7218 van ,6449 en dat tegen6440 de wildernis3452 ziet.8259 8738 Toen zond7971 8799 3478 boden4397 tot ,5511 den koning4428 der ,567 zeggende:559 8800 Laat mij door uw land776 trekken.5674 8799 zullen niet afwijken5186 8799 in de akkers,7704 noch in de wijngaarden;3754 wij zullen het water4325 der putten875 niet drinken;8354 8799 wij zullen op den koninklijken4428 weg1870 gaan,3212 8799 totdat wij uw landpale1366 doorgetogen zijn.5674 8799 Doch Sihon5511 liet 3478 niet toe,5414 8804 door zijn landpale1366 door te trekken;5674 8800 maar Sihon5511 vergaderde622 8799 al zijn volk,5971 en hij ging uit,3318 8799 3478 tegemoet,7125 8800 naar de woestijn,4057 en hij kwam935 8799 te ,3096 en streed3898 8735 tegen ;3478 Maar 3478 sloeg5221 8686 hem met de scherpte6310 des zwaards,2719 en nam3423 zijn land776 in erfelijke bezitting,3423 8799 van de 769 af tot de 2999 toe, tot aan de kinderen1121 ;5983 want de landpale1366 der kinderen1121 Ammons5983 was vast.5794 Alzo nam3947 8799 3478 al deze steden5892 in; en 3478 woonde3427 8799 in al de steden5892 der ,567 te ,2809 en in al haar onderhorige plaatsen.1323 Want Hesbon2809 was de stad5892 van ,5511 den koning4428 der ;567 en hij had gestreden3898 8738 tegen den vorigen7223 koning4428 der ,4124 en hij had al zijn land776 uit zijn hand3027 genomen,3947 8799 tot aan de .769 Daarom zeggen zij,559 8799 die spreekwoorden gebruiken:4911 8802 Komt935 8798 tot ;2809 men bouwe1129 8735 en bevestige3559 8709 de stad5892 van !5511 Want er is een vuur784 uitgegaan3318 8804 uit ;2809 een vlam3852 uit de stad7151 van ;5511 zij heeft verteerd398 8804 Ar6144 der ,4124 [en] de heren der hoogten1181 van de .769 Wee188 u, !4124 , volk5971 Kamoz3645 zijt verloren!6 8804 heeft zijn zonen,1121 die ontliepen,6412 en zijn dochters1323 in de gevangenis7622 geleverd5414 8804 aan ,5511 den koning4428 der .567 En wij hebben hen nedergeveld!3384 8799 Hesbon2809 is verloren6 8804 tot Dibon1769 toe; en wij hebben hen verwoest8074 8686 tot Nofat5302 toe, welke tot Medeba4311 toe [reikt]. Alzo woonde3427 8799 3478 in het land776 van den .567 Daarna zond7971 8799 Mozes4872 om Jaezer3270 te verspieden;7270 8763 en zij namen3920 8799 haar onderhorige plaatsen1323 in; en hij dreef3423 de ,567 die er waren, uit de bezitting.3423 8686 8675 3423 8799 Toen wendden zij zich6437 8799 en trokken5927 8799 op den weg1870 van ;1316 en Og,5747 de koning4428 van ,1316 ging uit3318 8799 hun tegemoet,7125 8800 hij en al zijn volk,5971 tot den strijd,4421 en .154 De HEERE3068 nu zeide559 8799 tot :4872 Vrees3372 8799 hem niet; want Ik heb hem in uw hand3027 gegeven,5414 8804 en al zijn volk,5971 ook zijn land;776 en gij zult hem doen,6213 8804 gelijk als gij ,5511 den koning4428 der ,567 die te Hesbon2809 woonde,3427 8802 gedaan hebt.6213 8804 En zij sloegen5221 8686 hem, en zijn zonen,1121 en al zijn volk,5971 alzo dat1115 hem niemand8300 overbleef;7604 8689 en zij namen3423 zijn land776 in erfelijke bezitting.3423 8799