Numbers 22:19
“En nu, blijft gijlieden3427 8798 toch ook hier dezen nacht,3915 opdat ik wete,3045 8799 wat de HEERE3068 tot mij verder3254 8686 spreken zal.1696 8763”
Numbers 22:19 — Statenvertaling (1637)
Verse 19 of 41 in Numbers chapter 22 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Numbers 22 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Daarna reisden5265 8799 de kinderen1121 van ,3478 en legerden zich2583 8799 in de vlakke velden6160 van ,4124 aan deze zijde5676 van de Jordaan3383 van .3405 Toen ,1111 de zoon1121 van ,6834 zag7200 8799 al wat 3478 aan de Amorieten567 gedaan had;6213 8804 Zo vreesde1481 8799 4124 zeer3966 voor het aangezicht6440 dezes volks,5971 want het was veel;7227 en 4124 was beangstigd6973 8799 voor het aangezicht6440 van de kinderen1121 .3478 Derhalve zeide559 8799 4124 tot de oudsten2205 der :4080 Nu zal deze gemeente6951 oplikken3897 8762 al wat rondom5439 ons is, gelijk de os7794 de groente3418 des velds7704 oplikt.3897 8800 Te dier tijd6256 nu was ,1111 de zoon1121 van ,6834 koning4428 der .4124 Die zond7971 8799 boden4397 aan ,1109 den zoon1121 van ,1160 te ,6604 hetwelk aan de rivier5104 is, in het land776 der kinderen1121 zijns volks,5971 om hem te roepen,7121 8800 zeggende:559 8800 , er is een volk5971 uit Egypte4714 getogen;3318 8804 zie, het heeft het gezicht5869 des lands776 bedekt,3680 8765 en het blijft liggen3427 8802 recht tegenover4136 mij. En nu, kom3212 8798 toch, vervloek779 8798 mij dit volk,5971 want het is machtiger6099 ik; misschien zal ik het kunnen3201 8799 slaan,5221 8686 of het uit het land776 verdrijven;1644 8762 want ik weet,3045 8804 dat, wien gij zegent,1288 8762 die zal gezegend zijn,1288 8794 en wien gij vervloekt,779 8799 die zal vervloekt zijn.779 8714 Toen gingen3212 8799 de oudsten2205 der ,4124 en de oudsten2205 der ,4080 en hadden het [loon] [der] waarzeggingen7081 in hun hand;3027 alzo kwamen zij935 8799 tot ,1109 en spraken1696 8762 tot hem de woorden1697 van .1111 Hij zeide559 8799 tot hen: Vernacht3885 8798 hier dezen nacht,3915 zo zal ik ulieden een antwoord1697 wederbrengen,7725 8689 gelijk als de HEERE3068 tot mij zal gesproken hebben.1696 8762 bleven3427 8799 de vorsten8269 der Moabieten4124 bij .1109 En God430 kwam935 8799 tot Bileam1109 en zeide:559 8799 zijn die mannen,582 die bij u zijn? Toen zeide559 8799 Bileam1109 tot God:430 ,1111 de zoon1121 van ,6834 de koning4428 der ,4124 heeft hen tot mij gezonden,7971 8804 [zeggende]: Zie, er is een volk5971 uit Egypte4714 getogen,3318 8802 en het heeft het gezicht5869 des lands776 bedekt;3680 8762 kom3212 8798 nu, vervloek6895 8798 het mij; misschien zal ik tegen hetzelve kunnen3201 8799 strijden,3898 8736 of het uitdrijven.1644 8765 Toen zeide559 8799 God430 tot :1109 zult met hen niet trekken;3212 8799 gij zult dat volk5971 niet vloeken,779 8799 want het is gezegend.1288 8803 Toen stond6965 Bileam1109 des morgens1242 op,6965 8799 en zeide559 8799 tot de vorsten8269 van :1111 Gaat3212 8798 naar uw land;776 want de HEERE3068 weigert3985 8765 mij toe te laten5414 8800 met ulieden te gaan.1980 8800 Zo stonden6965 de vorsten8269 der Moabieten4124 op,6965 8799 en kwamen935 8799 tot ,1111 en zij zeiden:559 8799 Bileam1109 heeft geweigerd3985 8765 met ons te gaan.1980 8800 Doch 1111 voer nog voort3254 8686 vorsten8269 te zenden,7971 8800 meer7227 en eerlijker,3513 8737 die waren; Die tot Bileam1109 kwamen,935 8799 en hem zeiden:559 8799 zegt559 8804 ,1111 de zoon1121 van :6834 u toch niet beletten4513 8735 tot mij te komen!1980 8800 Want ik zal u zeer3966 hoog3513 8763 vereren,3513 8762 en al wat gij tot mij zeggen zult,559 8799 dat zal ik doen;6213 8799 zo kom3212 8798 toch, vervloek6895 8798 mij dit volk!5971 Toen antwoordde6030 8799 ,1109 en zeide559 8799 tot de dienaren5650 van :1111 1111 mij zijn huis1004 vol4393 zilver3701 en goud2091 gave,5414 8799 zo vermocht ik3201 8799 niet het bevel6310 des HEEREN3068 mijns Gods430 te overtreden,5674 8800 om te doen6213 8800 klein6996 of groot.1419 En nu, blijft gijlieden3427 8798 toch ook hier dezen nacht,3915 opdat ik wete,3045 8799 wat de HEERE3068 tot mij verder3254 8686 spreken zal.1696 8763 God430 nu kwam935 8799 tot Bileam1109 des nachts,3915 en zeide559 8799 tot hem: Dewijl die mannen582 gekomen zijn,935 8804 om u te roepen,7121 8800 sta op,6965 8798 ga3212 8798 met hen; en nochtans389 zult gij dat1697 doen,6213 8799 hetwelk Ik tot u spreken zal.1696 8762 Toen stond6965 Bileam1109 des morgens1242 op,6965 8799 en zadelde2280 8799 zijn ezelin,860 en hij trok heen3212 8799 met de vorsten8269 van .4124 Doch de toorn639 van God430 werd ontstoken,2734 8799 omdat hij heentoog;1980 8802 en de Engel4397 des HEEREN3068 stelde Zich3320 8691 in den weg,1870 hem tot een tegenpartij;7854 hij reed7392 8802 nu op zijn ezelin,860 en twee8147 zijner jongeren5288 waren bij hem. De ezelin860 nu zag7200 8799 den Engel4397 des HEEREN3068 staande5324 8737 in den weg,1870 met uitgetrokken8025 8803 zwaard2719 in hand;3027 daarom week5186 8799 de ezelin860 uit den weg,1870 en ging3212 8799 in het veld.7704 sloeg5221 8686 Bileam1109 de ezelin,860 om dezelve naar den weg1870 te doen wenden.5186 8687 Maar de Engel4397 des HEEREN3068 stond5975 8799 in een pad4934 der wijngaarden,3754 zijnde een muur1447 aan deze, en een muur1447 aan gene zijde. Toen de ezelin860 den Engel4397 des HEEREN3068 zag,7200 8799 zo klemde zij zichzelve3905 8735 aan den wand,7023 en klemde3905 8799 Bileams1109 voet7272 aan den wand;7023 daarom voer hij voort3254 8686 haar te slaan.5221 8687 Toen ging5674 8800 de Engel4397 des HEEREN3068 noch verder,3254 8686 en stond5975 8799 in een enge6862 plaats,4725 waar geen weg1870 was om te wijken5186 8800 ter rechter3225 [hand] noch ter linkerhand.8040 Als de ezelin860 den Engel4397 des HEEREN3068 zag,7200 8799 zo leide zij zich neder7257 8799 onder ;1109 en de toorn639 van Bileam1109 ontstak,2734 8799 en hij sloeg5221 8686 de ezelin860 met een stok.4731 De HEERE3068 nu opende6605 8799 den mond6310 der ezelin,860 die tot Bileam1109 zeide:559 8799 heb ik u gedaan,6213 8804 dat gij mij nu driemaal7969 7272 geslagen hebt?5221 8689 Toen zeide559 8799 Bileam1109 tot de ezelin:860 gij mij bespot hebt;5953 8694 och, of3863 ik een zwaard2719 in mijn hand3027 had!3426 want ik zoude u nu doden.2026 8804 De ezelin860 nu zeide559 8799 tot :1109 ik niet uw ezelin,860 op welke gij gereden hebt7392 8804 van toen af, dat gij [mijn] [heer] geweest zijt, tot op dezen dag?3117 ik ooit5532 8687 gewend geweest5532 8689 u alzo te doen?6213 8800 zeide:559 8799 ! Toen ontdekte1540 8762 de HEERE3068 de ogen5869 van ,1109 zodat hij den Engel4397 des HEEREN3068 zag,7200 8799 staande5324 8737 in den weg,1870 en uitgetrokken8025 8803 zwaard2719 in hand;3027 daarom neigde hij6915 8799 het hoofd en boog zich7812 8691 op zijn aangezicht.639 Toen zeide559 8799 de Engel4397 des HEEREN3068 tot hem: Waarom hebt gij uw ezelin860 nu driemaal7969 7272 geslagen?5221 8689 , Ik ben uitgegaan3318 8804 [u] tot een tegenpartij,7854 dewijl deze weg1870 van afwijkt.3399 8804 Maar de ezelin860 heeft gezien,7200 8799 en zij is nu driemaal7969 7272 voor aangezicht6440 geweken;5186 8799 indien194 zij voor aangezicht6440 niet194 geweken ware,5186 8804 zekerlijk Ik zoude u nu ook gedood,2026 8804 en haar bij het leven behouden hebben.2421 8689 Toen zeide559 8799 Bileam1109 tot den Engel4397 des HEEREN:3068 Ik heb gezondigd,2398 8804 want ik heb niet geweten,3045 8804 dat mij tegemoet7125 8800 op dezen weg1870 stond;5324 8737 en nu, is het kwaad7489 8804 in Uw ogen,5869 ik zal wederkeren.7725 8799 De Engel4397 des HEEREN3068 nu zeide559 8799 tot :1109 Ga heen3212 8798 met deze mannen;582 maar alleenlijk657 dat woord,1697 wat Ik tot u spreken zal,1696 8762 dat zult gij spreken.1696 8762 toog3212 8799 Bileam1109 met de vorsten8269 van .1111 Als 1111 hoorde,8085 8799 dat Bileam1109 kwam,935 8802 zo ging hij uit,3318 8799 hem tegemoet,7125 8800 tot de stad5892 der ,4124 welke aan de landpale1366 van de 769 [ligt], die aan het uiterste7097 der landpale1366 is. En 1111 zeide559 8799 tot :1109 ik niet ernstiglijk7971 8800 tot u gezonden,7971 8804 om u te roepen?7121 8800 zijt gij niet tot mij gekomen?1980 8804 ik3201 8799 u niet te recht552 vereren?3513 8763 Toen zeide559 8799 Bileam1109 tot :1111 , ik ben tot u gekomen;935 8804 zal ik nu enigszins3201 8800 iets3972 kunnen3201 8799 spreken?1696 8763 woord,1697 hetwelk God430 in mijn mond6310 leggen zal,7760 8799 dat zal ik spreken.1696 8762 En Bileam1109 ging3212 8799 met ;1111 en zij kwamen935 8799 te -huzzoth.2351 7155 Toen slachtte2076 8799 1111 runderen1241 en schapen;6629 en hij zond7971 8762 aan ,1109 en aan de vorsten,8269 die bij hem waren. En het geschiedde des morgens,1242 dat 1111 Bileam1109 nam,3947 8799 en voerde5927 8686 hem op de hoogten1116 van ,1120 dat hij van daar zag7200 8799 het uiterste7097 des volks.5971