Numbers 27:19
“En stel5975 8689 hem voor het aangezicht6440 van Eleazar,499 den priester,3548 en voor het aangezicht6440 der ganse vergadering;5712 en geef hem bevel6680 8765 voor hun ogen;5869”
Numbers 27:19 — Statenvertaling (1637)
Verse 19 of 23 in Numbers chapter 27 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Numbers 27 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Toen naderden7126 8799 de dochteren1323 van ,6765 den zoon1121 van ,2660 den zoon1121 van ,1568 den zoon1121 van ,4353 den zoon1121 van ,4519 onder de geslachten4940 van ,4519 den zoon1121 van Jozef3130 (en dit zijn de namen8034 zijner dochteren:1323 ,4244 ,5270 en ,2295 en ,4435 en Tirza8656); En zij stonden5975 8799 voor het aangezicht6440 van ,4872 en voor het aangezicht6440 van ,499 den priester,3548 en voor het aangezicht6440 van de oversten,5387 en van de ganse vergadering,5712 aan de deur6607 van de tent168 der samenkomst,4150 zeggende:559 8800 Onze vader1 is gestorven4191 8804 in de woestijn,4057 en hij is niet geweest in het midden8432 der vergadering5712 dergenen, die zich tegen den HEERE3068 vergaderd hebben3259 8737 in de vergadering5712 van ;7141 maar hij is in zijn zonde2399 gestorven,4191 8804 en had geen zonen.1121 Waarom zou de naam8034 onzes vaders1 uit het midden8432 van zijn geslacht4940 weggenomen worden,1639 8735 omdat hij geen zoon1121 heeft? Geef5414 8798 ons een bezitting272 in het midden8432 der broederen251 van onzen vader.1 En Mozes4872 bracht7126 8686 haar rechtzaak4941 voor het aangezicht6440 des HEEREN.3068 En de HEERE3068 sprak559 8799 tot ,4872 zeggende:559 8800 De dochteren1323 van Zelafead6765 spreken1696 8802 recht;3651 gij zult haar ganselijk5414 8800 geven5414 8799 de bezitting272 ener erfenis,5159 in het midden8432 van de broederen251 haars vaders;1 en gij zult de erfenis5159 haars vaders1 op haar doen komen.5674 8689 En tot de kinderen1121 Israels3478 zult gij spreken,1696 8762 zeggende:559 8800 iemand376 sterft,4191 8799 en geen zoon1121 heeft, zo zult gij zijn erfenis5159 op zijn dochter1323 doen komen.5674 8689 En indien hij geen dochter1323 heeft, zo zult gij zijn erfenis5159 aan zijn broederen251 geven.5414 8804 Indien hij nu geen broederen251 heeft, zo zult gij zijn erfenis5159 aan de broederen251 zijns vaders1 geven.5414 8804 Indien ook zijn vader1 geen broeders251 heeft, zo zult gij zijn erfenis5159 geven5414 8804 aan zijn naastbestaande,7607 die hem de naaste7138 van zijn geslacht4940 is, dat hij het erfelijk bezitte.3423 8804 zal den kinderen1121 Israels3478 tot een inzetting2708 des rechts4941 zijn, gelijk als de HEERE3068 Mozes4872 geboden heeft.6680 8765 Daarna zeide559 8799 de HEERE3068 tot :4872 Klim5927 8798 op dezen berg2022 ,5682 en zie7200 8798 dat land,776 hetwelk Ik den kinderen1121 Israels3478 gegeven heb.5414 8804 Wanneer gij dat gezien zult hebben,7200 8804 zult gij tot uw volken5971 verzameld worden,622 8738 gij ook, gelijk als uw broeder251 175 verzameld geworden is;622 8738 Naardien gijlieden mond6310 wederspannig zijt geweest4784 8804 in de woestijn4057 ,6790 in de twisting4808 der vergadering,5712 om aan de wateren4325 voor hun ogen5869 te heiligen.6942 8687 zijn de wateren4325 van ,4809 van ,6946 in de woestijn4057 .6790 Toen sprak1696 8762 Mozes4872 tot den HEERE,3068 zeggende:559 8800 Dat de HEERE,3068 de God430 der geesten7307 van alle vlees,1320 een man376 stelle6485 8799 over deze vergadering.5712 Die voor hun aangezicht6440 uitga,3318 8799 en die voor hun aangezicht6440 inga,935 8799 en die hen uitleide,3318 8686 en die hen inleide;935 8686 opdat de vergadering5712 des HEEREN3068 niet zij als schapen,6629 die geen herder hebben.7462 8802 Toen zeide559 8799 de HEERE3068 tot :4872 Neem3947 8798 tot u ,3091 den zoon1121 van ,5126 een man,376 in wien de Geest7307 is; en leg5564 8804 uw hand3027 op hem; En stel5975 8689 hem voor het aangezicht6440 van ,499 den priester,3548 en voor het aangezicht6440 der ganse vergadering;5712 en geef hem bevel6680 8765 voor hun ogen;5869 En leg5414 8804 op hem van uw heerlijkheid,1935 opdat zij horen,8085 8799 [te] [weten] de ganse vergadering5712 der kinderen1121 .3478 En hij zal voor het aangezicht6440 van ,499 den priester,3548 staan,5975 8799 die voor hem raad vragen zal,7592 8804 naar de wijze4941 van ,224 voor het aangezicht6440 des HEEREN;3068 naar zijn mond6310 zullen zij uitgaan,3318 8799 en naar zijn mond6310 zullen zij ingaan,935 8799 hij, en al de kinderen1121 Israels3478 met hem, en de ganse vergadering.5712 En Mozes4872 deed,6213 8799 gelijk als de HEERE3068 hem geboden had;6680 8765 want hij nam3947 8799 ,3091 en stelde5975 8686 hem voor het aangezicht6440 van ,499 den priester,3548 en voor het aangezicht6440 der ganse vergadering.5712 En hij leide5564 8799 zijn handen3027 op hem, en gaf hem bevel;6680 8762 gelijk als de HEERE3068 door den dienst3027 van Mozes4872 gesproken had.1696 8765