Numbers 31:51
“Zo nam3947 8799 Mozes4872 en Eleazar,499 de priester,3548 van hen het goud,2091 alle welgewrochte4639 vaten.3627”
Numbers 31:51 — Statenvertaling (1637)
Verse 51 of 54 in Numbers chapter 31 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Numbers 31 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En de HEERE3068 sprak1696 8762 tot ,4872 zeggende:559 8800 Neem5358 8798 de wraak5360 der kinderen1121 Israels3478 van de ;4084 daarna310 zult gij verzameld worden622 8735 tot uw volken.5971 Mozes4872 sprak1696 8762 tot het volk,5971 zeggende:559 8800 zich mannen582 uit u ten strijde6635 toerusten,2502 8734 en dat zij tegen de Midianieten4080 zijn, om de wraak5360 des HEEREN3068 te doen5414 8800 aan de .4080 Van elken stam4294 4294 onder alle stammen4294 Israels3478 zult gij een duizend505 505 ten strijde6635 zenden.7971 8799 Alzo werden geleverd4560 8735 uit de duizenden505 van ,3478 duizend505 van elken stam,4294 twaalf8147 6240 duizend505 toegerusten2502 8803 ten strijde.6635 En Mozes4872 zond7971 8799 hen ten strijde,6635 duizend505 van elken stam,4294 hen en ,6372 den zoon1121 van ,499 den priester,3548 ten strijde,6635 met de heilige6944 vaten,3627 en de trompetten2689 des geklanks8643 in zijn hand.3027 En zij streden6633 8799 tegen de ,4080 gelijk als de HEERE3068 Mozes4872 geboden had,6680 8765 en zij doodden2026 8799 al wat mannelijk2145 was. Daartoe doodden zij2026 8804 boven5921 hun verslagenen,2491 de koningen4428 der ,4080 ,189 en ,7552 en ,6698 en ,2354 en ,7254 vijf2568 koningen4428 der ;4080 ook doodden zij2026 8804 met het zwaard2719 ,1109 den zoon1121 van .1160 Maar de kinderen1121 Israels3478 namen7617 de vrouwen802 der ,4080 en hun kinderkens2945 gevangen;7617 8799 zij roofden962 8804 ook al hun beesten,929 en al hun vee,4735 en al hun vermogen.2428 Voorts al hun steden5892 met hun woonplaatsen,4186 en al hun burchten2918 verbrandden zij8313 8804 met vuur.784 En zij namen3947 8799 al den roof,7998 en al den buit,4455 van mensen120 en van beesten.929 Daarna brachten zij935 8686 de gevangenen,7628 en den buit,4455 en den roof,7998 tot Mozes4872 en tot ,499 den priester,3548 en tot de vergadering5712 der kinderen1121 ,3478 in het leger,4264 in de vlakke velden6160 van ,4124 dewelke zijn aan de Jordaan3383 van .3405 Maar Mozes4872 en ,499 de priester,3548 en alle oversten5387 der vergadering,5712 gingen uit3318 8799 hen tegemoet,7125 8800 tot buiten2351 voor het leger.4264 En Mozes4872 werd grotelijks vertoornd7107 8799 tegen de bevelhebbers6485 8803 des heirs,2428 de hoofdlieden8269 der duizenden,505 en de hoofdlieden8269 der honderden,3967 die uit den strijd6635 van dien oorlog4421 kwamen.935 8802 En Mozes4872 zeide559 8799 tot hen: Hebt gij alle3605 vrouwen5347 laten leven?2421 8765 Ziet,2007 deze waren,1961 8804 door den raad1697 van ,1109 den kinderen1121 ,3478 om oorzake der overtreding4604 tegen den HEERE3068 te geven,4560 8800 in de zaak1697 van ;6465 waardoor die plaag4046 werd onder de vergadering5712 des HEEREN.3068 Nu , doodt2026 8798 al wat mannelijk2145 is onder de kinderkens;2945 en doodt2026 8798 alle vrouw,802 die door bijligging4904 des mans2145 een man376 bekend heeft.3045 8802 Doch al de kinderen2945 van vrouwelijk802 geslacht, die de bijligging4904 des mans2145 niet bekend hebben,3045 8804 laat voor ulieden leven.2421 8685 En gijlieden, legert u2583 8798 buiten2351 het leger4264 zeven7651 dagen;3117 een ieder, die een mens5315 gedood,2026 8802 en een ieder, die een verslagene2491 zult aangeroerd hebben,5060 8802 zult u op den derden7992 dag3117 en op den zevenden7637 dag3117 ontzondigen,2398 8691 gij en uw gevangenen.7628 Ook zult gij alle kleding,899 en alle gereedschap3627 van vellen,5785 en alle geiten5795 [haren] werk,4639 en gereedschap3627 van hout,6086 ontzondigen.2398 8691 En ,499 de priester,3548 zeide559 8799 tot de krijgslieden,582 6635 die tot dien strijd4421 getogen waren:935 8802 is de inzetting2708 der wet,8451 die de HEERE3068 Mozes4872 geboden heeft.6680 8765 Alleen het goud2091 en het zilver,3701 en het koper,5178 het ijzer,1270 het tin913 en het lood;5777 Alle ding,1697 dat het vuur784 lijdt,935 8799 zult gij door het vuur784 laten doorgaan,5674 8686 dat het rein worde;2891 8804 evenwel zal het door het water4325 der afzondering5079 ontzondigd worden;2398 8691 maar al wat het vuur784 niet lijdt,935 8799 zult gij door het water4325 laten doorgaan.5674 8686 Gij zult ook uw klederen899 op den zevenden7637 dag3117 wassen,3526 8765 dat gij rein wordt;2891 8804 en daarna310 zult gij in het leger4264 komen.935 8799 Verder sprak559 8799 de HEERE3068 tot ,4872 zeggende:559 8800 Neem op5375 8798 de som7218 van den buit4455 der gevangenen7628 van mensen120 en van beesten;929 gij en ,499 de priester,3548 en de hoofden7218 van de vaderen1 der vergadering.5712 En deel2673 den buit4455 in twee helften2673 8804 tussen degenen, die den strijd4421 aangegrepen hebben,8610 8802 die tot den strijd6635 uitgegaan zijn,3318 8802 en tussen de ganse vergadering.5712 Daarna zult gij een schatting4371 voor den HEERE3068 heffen,7311 8689 van de oorlogsmannen,582 4421 die tot dezen krijg6635 uitgetogen zijn,3318 8802 van vijfhonderd2568 3967 een259 ziel,5315 uit de mensen120 en uit de runderen,1241 en uit de ezelen,2543 en uit de schapen.6629 Van hun helft4276 zult gij het nemen,3947 8799 en den priester3548 499 geven5414 8804 tot een heffing8641 des HEEREN.3068 Maar van de helft4276 der kinderen1121 Israels3478 zult gij een259 gevangene270 8803 van vijftig2572 nemen,3947 8799 uit de mensen,120 uit de runderen,1241 uit de ezelen,2543 en uit de schapen,6629 uit al de beesten;929 en gij zult ze aan de Levieten3881 geven,5414 8804 die de wacht4931 van de tabernakel4908 des HEEREN3068 waarnemen.8104 8802 En Mozes4872 en ,499 de priester,3548 deden,6213 8799 gelijk als de HEERE3068 Mozes4872 geboden had.6680 8765 De buit4455 nu, het overschot3499 van den roof,957 dat het krijgsvolk5971 6635 geroofd had,962 8804 was zeshonderd8337 3967 505 vijf2568 505 en zeventig7657 duizend505 schapen;6629 En twee8147 en zeventig7657 duizend505 runderen;1241 En een259 en zestig8346 duizend505 ezelen;2543 En der mensen120 zielen,5315 uit de vrouwen,802 die geen bijligging4904 des mans2145 bekend hadden,3045 8804 alle3605 zielen5315 waren twee8147 en dertig7970 duizend.505 En de helft,4275 [te] [weten] het deel2506 dergenen, die tot dezen krijg6635 uitgetogen waren,3318 8802 was in getal4557 driehonderd7969 3967 505 zeven7651 en dertig7970 duizend505 en vijfhonderd2568 3967 schapen.6629 En de schatting4371 voor den HEERE3068 van schapen6629 was zeshonderd8337 3967 vijf2568 en zeventig.7657 En de runderen1241 waren zes8337 en dertig7970 duizend,505 en hun schatting4371 voor den HEERE3068 twee8147 en zeventig.7657 En de ezelen2543 waren dertig7970 duizend505 en vijfhonderd,2568 3967 en hun schatting4371 voor den HEERE3068 was een259 en zestig.8346 En der mensen120 zielen5315 waren zestien8337 6240 duizend,505 en hun schatting4371 voor den HEERE3068 twee8147 en dertig7970 zielen.5315 En Mozes4872 gaf5414 8799 ,499 den priester,3548 de schatting4371 van de heffing8641 des HEEREN,3068 gelijk als de HEERE3068 Mozes4872 geboden had.6680 8765 En van de helft4276 der kinderen1121 ,3478 welke Mozes4872 afgedeeld had,2673 8804 van de mannen,582 die gestreden hadden;6633 8802 (Het halve deel4275 nu der vergadering5712 was, uit4480 de schapen,6629 driehonderd7969 3967 505 zeven7651 505 en dertig7970 duizend505 en vijfhonderd;2568 3967 En de runderen1241 waren zes8337 en dertig7970 duizend;505 En de ezelen2543 dertig7970 duizend505 en vijfhonderd;2568 3967 En der mensen120 zielen5315 zestien8337 6240 duizend;505) Van die helft4276 der kinderen1121 Israels3478 nam3947 8799 Mozes4872 een259 gevangene270 8803 uit vijftig,2572 van mensen120 en van beesten;929 en hij gaf5414 8799 ze aan de ,3881 die de wacht4931 van den tabernakel4908 des HEEREN3068 waarnamen,8104 8802 gelijk als de HEERE3068 Mozes4872 geboden had.6680 8765 Toen traden7126 8799 tot Mozes4872 de bevelhebbers,6485 8803 die over de duizenden505 des heirs6635 waren, de hoofdlieden8269 der duizenden,505 en de hoofdlieden8269 der honderden;3967 En zij zeiden559 8799 tot :4872 Uw knechten5650 hebben opgenomen5375 8804 de som7218 der krijgslieden,582 4421 die onder onze hand3027 geweest zijn; en uit ons ontbreekt6485 8738 niet een man.376 Daarom hebben wij een offerande7133 des HEEREN3068 gebracht,7126 8686 een ieder376 wat hij gekregen heeft,4672 8804 een gouden2091 vat,3627 een keten,685 of een armring,6781 een vingerring,2885 een oorring,5694 of een afhangenden gordel,3558 om voor onze zielen5315 verzoening te doen3722 8763 voor het aangezicht6440 des HEEREN.3068 Zo nam3947 8799 Mozes4872 en ,499 de priester,3548 van hen het goud,2091 alle welgewrochte4639 vaten.3627 En al het goud2091 der heffing,8641 dat zij den HEERE3068 offerden,7311 8689 was zestien8337 6240 duizend505 zevenhonderd7651 3967 en vijftig2572 sikkelen,8255 van de hoofdlieden8269 der duizenden,505 en van de hoofdlieden8269 der honderden.3967 Aangaande de krijgslieden,582 6635 een iegelijk376 had geroofd962 8804 voor zichzelven. Zo nam3947 8799 Mozes4872 en ,499 de priester,3548 dat goud2091 van de hoofdlieden8269 der duizenden505 en der honderden,3967 en zij brachten935 8686 het in de tent168 der samenkomst,4150 ter gedachtenis2146 voor de kinderen1121 ,3478 voor het aangezicht6440 des HEEREN.3068