Numbers 5:13
“Dat een man376 bij haar door bijligging7902 des zaads2233 zal gelegen hebben,7901 8804 en het voor de ogen5869 haars mans376 zal verborgen zijn,5956 8738 en zij zich verheeld zal hebben,5641 8738 zijnde nochtans onrein geworden;2930 8738 en geen getuige5707 tegen haar is, en zij niet betrapt is;8610 8738”
Numbers 5:13 — Statenvertaling (1637)
Verse 13 of 31 in Numbers chapter 5 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Numbers 5 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En de HEERE3068 sprak1696 8762 tot ,4872 zeggende:559 8800 Gebied6680 8761 den kinderen1121 ,3478 dat zij uit het leger4264 wegzenden7971 8762 alle melaatsen,6879 8803 en alle vloeienden,2100 8802 en allen, die onrein2931 [zijn] van een dode.5315 Van den man2145 tot de vrouw5347 toe zult gij hen wegzenden;7971 8762 tot buiten2351 het leger4264 zult gij hen wegzenden;7971 8762 opdat zij niet verontreinigen2930 8762 hun legers,4264 in welker834 midden8432 Ik wone.7931 8802 En de kinderen1121 Israels3478 deden6213 8799 alzo, en zonden7971 8762 hen tot buiten2351 het leger;4264 gelijk de HEERE3068 tot Mozes4872 gesproken had,1696 8765 alzo deden6213 8804 de kinderen1121 .3478 Verder sprak1696 8762 de HEERE3068 tot ,4872 zeggende:559 8800 Spreek1696 8761 tot de kinderen1121 :3478 een man376 of een vrouw802 iets van enige menselijke120 zonden2403 gedaan zullen hebben,6213 8799 overtreden hebbende4603 8800 door overtreding4604 tegen den HEERE,3068 zo is diezelve ziel5315 schuldig.816 8804 En zij zullen hun zonde,2403 welke zij gedaan hebben,6213 8804 belijden;3034 8694 daarna zal hij zijn schuld817 weder uitkeren,7725 8689 naar de hoofdsom7218 daarvan, en derzelfder vijfde2549 deel zal hij daarboven toedoen,3254 8686 en zal het dien geven,5414 8804 aan wien hij zich verschuldigd heeft.816 8804 Maar zo die man376 geen losser zal hebben,1350 8802 om de schuld817 aan hem weder uit te keren,7725 8687 zal die schuld,817 welken den HEERE3068 weder uitgekeerd wordt,7725 8716 des priesters3548 zijn; behalve den 352 der verzoening,3725 met welken hij voor hem verzoening doen zal.3722 8762 Desgelijks zal alle heffing8641 van alle geheiligde dingen6944 der kinderen1121 ,3478 welke zij tot den priester3548 brengen,7126 8686 zijne zijn. En een ieders376 geheiligde dingen6944 zullen zijne zijn; wat iemand376 den priester3548 zal gegeven hebben,5414 8799 zal zijne zijn. Wijders sprak1696 8762 de HEERE3068 tot ,4872 zeggende:559 8800 Spreek1696 8761 tot de kinderen1121 ,3478 en zeg559 8804 tot hen: Wanneer van iemand376 376 zijn huisvrouw802 zal afgeweken zijn,7847 8799 en door overtreding4604 tegen hem overtreden zal hebben;4603 8804 Dat een man376 bij haar door bijligging7902 des zaads2233 zal gelegen hebben,7901 8804 en het voor de ogen5869 haars mans376 zal verborgen zijn,5956 8738 en zij zich verheeld zal hebben,5641 8738 zijnde nochtans onrein geworden;2930 8738 en geen getuige5707 tegen haar is, en zij niet betrapt is;8610 8738 En de ijvergeest7307 7068 over hem gekomen is,5674 8804 dat hij ijvert7065 8765 over zijn huisvrouw,802 dewijl zij onrein geworden is;2930 8738 of dat over hem de ijvergeest7307 7068 gekomen is,5674 8804 dat hij over zijn huisvrouw802 ijvert,7065 8765 hoewel zij niet onrein geworden is;2930 8738 zal die man376 zijn huisvrouw802 tot den priester3548 brengen,935 8689 en zal haar offerande7133 voor haar medebrengen,935 8689 een tiende6224 deel van een efa374 gerstemeel;8184 7058 hij zal geen olie8081 daarop gieten,3332 8799 noch wierook3828 daarop leggen,5414 8799 dewijl het een spijsoffer4503 der ijveringen7068 is, een spijsoffer4503 der gedachtenis,2146 dat de ongerechtigheid5771 in gedachtenis brengt.2142 8688 En de priester3548 zal haar doen naderen;7126 8689 hij zal haar stellen5975 8689 voor het aangezicht6440 des HEEREN.3068 En de priester3548 zal heilig6918 water4325 in een aarden2789 vat3627 nemen;3947 8804 en van het stof,6083 hetwelk op den vloer7172 des tabernakels4908 is, zal de priester3548 nemen,3947 8799 en in het water4325 doen.5414 8804 Daarna zal de priester3548 de vrouw802 voor het aangezicht6440 des HEEREN3068 stellen,5975 8689 en zal het hoofd7218 van de vrouw802 ontbloten,6544 8804 en zal het spijsoffer4503 der gedachtenis2146 op haar handen3709 leggen,5414 8804 hetwelk het spijsoffer4503 der ijveringen7068 is; en in de hand3027 des priesters3548 zal dat bitter4751 water4325 zijn, hetwelk den vloek medebrengt.779 8764 En de priester3548 zal haar beedigen,7650 8689 en zal tot die vrouw802 zeggen:559 8804 iemand376 bij u gelegen heeft,7901 8804 en indien gij, onder uw man376 zijnde, niet afgeweken zijt7847 8804 tot onreinigheid,2932 wees vrij5352 8734 van dit bitter4751 water,4325 hetwelk den vloek medebrengt!779 8764 Maar zo gij, onder uw man376 zijnde, afgeweken zijt,7847 8804 en zo gij onrein geworden zijt,2930 8738 dat een man376 bij u gelegen7903 heeft,5414 8799 behalve1107 uw man:376 ( zal de priester3548 die vrouw802 met den eed7621 der vervloeking423 beedigen,7650 8689 en de priester3548 zal tot die vrouw802 zeggen:559 8804) De HEERE3068 zette5414 8799 u tot een vloek,423 en tot een eed,7621 in het midden8432 uws volks,5971 mits dat de HEERE3068 uw heup3409 vervallende,5307 8802 en uw buik990 zwellende6639 make;5414 8800 Dat ditzelve water,4325 hetwelk de vervloeking medebrengt,779 8764 in uw ingewand4578 inga,935 8804 om den buik990 te doen zwellen,6638 8687 en de heup3409 te doen vervallen!5307 8687 zal die vrouw802 zeggen:559 8804 Amen,543 amen!543 Daarna zal de priester3548 deze zelfde vloeken423 op een cedeltje5612 schrijven,3789 8804 en hij zal het met het bitter4751 water4325 uitdoen.4229 8804 En hij zal die vrouw802 dat bitter4751 water,4325 hetwelk de vervloeking medebrengt,779 8764 te drinken geven,8248 8689 dat het water,4325 hetwelk de vervloeking medebrengt,779 8764 in haar tot bitterheden4751 inga.935 8804 En de priester3548 zal uit de hand3027 van die vrouw802 het spijsoffer4503 der ijveringen7068 nemen,3947 8804 en hij zal datzelve spijsoffer4503 voor het aangezicht6440 des HEEREN3068 bewegen,5130 8689 en zal dat op het altaar4196 offeren.7126 8689 De priester3548 zal ook van dat spijsoffer,4503 deszelfs gedenkoffer,234 een handvol grijpen,7061 8804 en zal het op het altaar4196 aansteken;6999 8689 en daarna310 zal hij dat water4325 die vrouw802 te drinken geven.8248 8686 Als hij haar nu dat water4325 zal te drinken gegeven hebben,8248 8689 het zal geschieden, indien zij onrein geworden is,2930 8738 en tegen haar man376 door overtreding4604 zal overtreden hebben,4603 8799 dat het water,4325 hetwelk vervloeking medebrengt,779 8764 tot bitterheid4751 in haar ingaan zal,935 8804 en haar buik990 zwellen,6638 8804 en haar heup3409 vervallen zal;5307 8804 en die vrouw802 zal in het midden7130 van haar volk5971 tot een vloek423 zijn. Doch indien de vrouw802 niet onrein geworden is,2930 8738 maar rein2889 is, zo zal zij vrij zijn,5352 8738 en zal met zaad2233 bezadigd worden.2232 8738 Dit is de wet8451 der ijveringen,7068 als een vrouw,802 onder haar man376 zijnde, zal afgeweken7847 8799 en onrein geworden zijn;2930 8738 Of als over een man376 die ijvergeest7307 7068 zal gekomen zijn,5674 8799 en hij over zijn huisvrouw802 zal geijverd hebben,7065 8765 dat hij de vrouw802 voor het aangezicht6440 des HEEREN3068 stelle,5975 8689 en de priester3548 aan haar deze ganse wet8451 volbrenge.6213 8804 En de man376 zal van de ongerechtigheid5771 onschuldig zijn;5352 8738 maar diezelve1931 vrouw802 zal haar ongerechtigheid5771 dragen.5375 8799