Numbers 9:4

“Mozes4872 dan sprak1696 8762 tot de kinderen1121 Israels,3478 dat zij het pascha6453 zouden houden.6213 8800”

Numbers 9:4 — Statenvertaling (1637)

Verse 4 of 23 in Numbers chapter 9 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Numbers 9 — full chapter (Statenvertaling (1637))

En de HEERE3068 sprak1696 8762 tot Mozes4872 in de woestijn4057 van ,5514 in het tweede8145 jaar,8141 nadat zij uit Egypteland776 4714 uitgetogen waren,3318 8800 in de eerste7223 maand,2320 zeggende:559 8800 Dat de kinderen1121 Israels3478 het pascha6453 houden zouden,6213 8799 op zijn gezetten tijd.4150 Op den veertienden702 6240 dag3117 in deze maand,2320 tussen twee avonden6153 zult gij dat houden,6213 8799 op zijn gezetten tijd;4150 naar al zijn inzettingen,2708 en naar al zijn rechten4941 zult gij dat houden.6213 8799 Mozes4872 sprak1696 8762 tot de kinderen1121 ,3478 dat zij het pascha6453 zouden houden.6213 8800 En zij hielden6213 8799 het pascha6453 op den veertienden702 6240 dag3117 der eerste7223 maand,2320 tussen de twee avonden,6153 in de woestijn4057 van ;5514 naar alles, wat de HEERE3068 Mozes4872 geboden had,6680 8765 alzo deden6213 8804 de kinderen1121 .3478 Toen waren er lieden582 geweest, die over het dode lichaam5315 eens mensen120 onrein2931 [waren], en op denzelven dag3117 het pascha6453 niet hadden kunnen3201 8804 houden;6213 8800 daarom naderden zij7126 8799 voor het aangezicht6440 van ,4872 en voor het aangezicht6440 van 175 op dienzelven dag.3117 En diezelve1992 lieden582 zeiden559 8799 tot hem: Wij zijn onrein2931 over het dode lichaam5315 eens mensen;120 waarom zouden wij verkort worden,1639 8735 dat wij de offerande7133 des HEEREN3068 op zijn gezetten tijd4150 niet zouden offeren,7126 8687 in het midden8432 van de kinderen1121 ?3478 En Mozes4872 zeide559 8799 tot hen: Blijft staande,5975 8798 dat ik hoor,8085 8799 wat de HEERE3068 u gebieden zal.6680 8762 Toen sprak1696 8762 de HEERE3068 tot ,4872 zeggende:559 8800 Spreek1696 8761 tot de kinderen1121 ,3478 zeggende:559 8800 iemand376 376 onder u, of onder uw geslachten,1755 over een dood lichaam5315 onrein,2931 of op een verren7350 weg1870 zal zijn, hij zal nog den HEERE3068 het pascha6453 houden.6213 8804 In de tweede8145 maand,2320 op den veertienden702 6240 dag,3117 tussen de twee avonden,6153 zullen zij dat houden;6213 8799 met ongezuurde4682 [broden] en bittere4844 saus zullen zij dat eten.398 8799 Zij zullen daarvan niet overlaten7604 8686 tot den morgen,1242 en zullen daaraan geen been6106 breken;7665 8799 naar alle inzetting2708 van het pascha6453 zullen zij dat houden.6213 8799 Als een man,376 die rein2889 is, en op den weg1870 niet is, en nalaten zal2308 8804 het pascha6453 te houden,6213 8800 zo zal diezelve ziel5315 uit haar volken5971 uitgeroeid worden;3772 8738 want hij heeft de offerande7133 des HEEREN3068 op zijn gezetten tijd4150 niet geofferd,7126 8689 diezelve man376 zal zijn zonde2399 dragen.5375 8799 En wanneer een vreemdeling1616 bij u als vreemdeling verkeert,1481 8799 en hij het pascha6453 den HEERE3068 ook houden zal,6213 8804 naar de inzetting2708 van het pascha,6453 en naar zijn wijze,4941 alzo zal hij het houden;6213 8799 het zal enerlei259 inzetting2708 voor ulieden zijn, beiden den vreemdeling1616 en den inboorling249 des lands.776 En op den dag3117 van het oprichten6965 8687 des tabernakels4908 bedekte3680 8765 de wolk6051 den tabernakel,4908 op de tent168 der getuigenis;5715 en in den avond6153 was over den tabernakel4908 als een gedaante4758 des vuurs,784 tot aan den morgen.1242 Alzo geschiedde het geduriglijk;8548 de wolk6051 bedekte3680 8762 denzelven, en des nachts3915 was er een gedaante4758 des vuurs.784 Maar nadat6310 de wolk6051 opgeheven werd5927 8736 van boven de tent,168 zo verreisden5265 8799 ook daarna310 de kinderen1121 ;3478 en in de plaats,4725 waar de wolk6051 bleef,7931 8799 daar legerden zich2583 8799 de kinderen1121 .3478 Naar den mond6310 des HEEREN,3068 verreisden5265 8799 de kinderen1121 ,3478 en naar des HEEREN3068 mond6310 legerden zij zich;2583 8799 al de dagen,3117 in dewelke de wolk6051 over den tabernakel4908 bleef,7931 8799 legerden zij zich.2583 8799 En als de wolk6051 vele7227 dagen3117 over den tabernakel4908 verbleef,748 8687 zo namen8104 de kinderen1121 Israels3478 de wacht4931 des HEEREN3068 waar,8104 8804 en verreisden5265 8799 niet. Als het nu was,3426 dat de wolk6051 weinige4557 dagen3117 op den tabernakel4908 was, naar den mond6310 des HEEREN3068 legerden zij zich,2583 8799 en naar den mond6310 des HEEREN3068 verreisden zij.5265 8799 Maar was het,3426 dat de wolk6051 van den avond6153 tot den morgen1242 daar was, en de wolk6051 in den morgen1242 opgeheven werd,5927 8738 zo verreisden zij;5265 8804 of des daags,3119 of des nachts,3915 als de wolk6051 opgeheven werd,5927 8738 zo verreisden zij.5265 8804 Of als de wolk6051 twee dagen,3117 of een maand,2320 of [vele] dagen3117 vertoog748 8687 op den tabernakel,4908 blijvende7931 8800 daarop, zo legerden zich2583 8799 de kinderen1121 ,3478 en verreisden5265 8799 niet; en als zij verheven werd,5927 8736 verreisden zij.5265 8799 Naar den mond6310 des HEEREN3068 legerden zij zich,2583 8799 en naar den mond6310 des HEEREN3068 verreisden zij;5265 8799 zij namen8104 de wacht4931 des HEEREN3068 waar,8104 8804 naar den mond6310 des HEEREN,3068 door de hand3027 van .4872

Every verse in Numbers 9

Chapter navigation

0:000:00