Proverbs 1:27
“Wanneer uw vreze6343 komt935 8800 gelijk een verwoesting,7722 8675 7584 en uw verderf343 aankomt857 8799 als een wervelwind;5492 wanneer u benauwdheid6869 en angst6695 overkomt;935 8800”
Proverbs 1:27 — Statenvertaling (1637)
Verse 27 of 33 in Proverbs chapter 1 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Proverbs 1 — full chapter (Statenvertaling (1637))
De spreuken4912 van ,8010 den zoon1121 van ,1732 den koning4428 van ,3478 Om wijsheid2451 en tucht4148 te weten;3045 8800 om te verstaan995 8687 redenen561 des verstands;998 Om aan te nemen3947 8800 onderwijs4148 van goed verstand,7919 8687 gerechtigheid,6664 en recht,4941 en billijkheden;4339 Om den slechten6612 kloekzinnigheid6195 te geven,5414 8800 den jongeling5288 wetenschap1847 en bedachtzaamheid.4209 Die wijs2450 [is], zal horen,8085 8799 en zal in lere3948 toenemen;3254 8686 en die verstandig [is],995 8737 zal wijzen raad8458 bekomen;7069 8799 Om te verstaan995 8687 een spreuk4912 en de uitlegging,4426 de woorden1697 der wijzen2450 en hun raadselen.2420 De vrees3374 des HEEREN3068 is het beginsel7225 der wetenschap;1847 de dwazen191 verachten936 8804 wijsheid2451 en tucht.4148 Mijn zoon!1121 hoor8085 8798 de tucht4148 uws vaders,1 en verlaat5203 8799 de leer8451 uwer moeder517 niet;3808 Want zij [zullen] uw hoofd7218 een aangenaam2580 toevoegsel3880 [zijn], en ketenen6060 aan uw hals.1621 Mijn zoon!1121 indien de zondaars2400 u aanlokken,6601 8762 bewillig14 8799 niet;3808 Indien zij zeggen:559 8799 Ga3212 8798 met ons, laat ons loeren693 8799 op bloed,1818 ons versteken6845 8799 tegen den onschuldige,5355 zonder oorzaak;2600 Laat ons hen levend2416 verslinden,1104 8799 als het graf;7585 ja, geheel en al,8549 gelijk die in den kuil953 nederdalen;3381 8802 Alle kostelijk3368 goed1952 zullen wij vinden,4672 8799 onze huizen1004 zullen wij met roof7998 vullen.4390 8762 Gij zult uw 1486 midden8432 onder ons werpen;5307 8686 wij zullen allen een259 buidel3599 hebben. Mijn zoon!1121 wandel3212 8799 niet met hen op den weg;1870 weer4513 8798 uw voet7272 van hun pad.5410 Want hun voeten7272 lopen7323 8799 ten boze;7451 en zij haasten zich4116 8762 om bloed1818 te storten.8210 8800 Zekerlijk, het 7568 wordt tevergeefs2600 gespreid2219 8794 voor de ogen5869 van allerlei gevogelte;1167 3671 En deze loeren693 8799 op hun [eigen] bloed,1818 en versteken zich6845 8799 tegen hun zielen.5315 Zo zijn de paden734 van een iegelijk, die gierigheid1215 pleegt;1214 8802 zij zal de ziel5315 van haar meester1167 vangen.3947 8799 De opperste Wijsheid2454 roept overluid7442 8799 daarbuiten;2351 verheft5414 8799 stem6963 op de straten.7339 Zij roept7121 8799 in het voorste7218 der woelingen;1993 8802 aan de deuren6607 der poorten8179 spreekt Zij559 8799 redenen561 in de stad;5892 Gij slechten!6612 hoe lang zult gij de slechtigheid6612 beminnen,157 8799 en de spotters3887 8801 voor zich de spotternij3944 begeren,2530 8804 en de zotten3684 wetenschap1847 haten?8130 8799 Keert u7725 8799 tot bestraffing;8433 ziet, Ik zal Geest7307 ulieden overvloediglijk uitstorten;5042 8686 Ik zal woorden1697 u bekend maken.3045 8686 Dewijl Ik geroepen heb,7121 8804 en gijlieden geweigerd hebt;3985 8762 hand3027 uitgestrekt heb,5186 8804 en er niemand was, die opmerkte;7181 8688 En gij al raad6098 verworpen,6544 8799 en bestraffing8433 niet gewild hebt;14 8804 Zo zal Ik ook in ulieder verderf343 lachen;7832 8799 Ik zal spotten,3932 8799 wanneer uw vreze6343 komt.935 8800 Wanneer uw vreze6343 komt935 8800 gelijk een verwoesting,7722 8675 7584 en uw verderf343 aankomt857 8799 als een wervelwind;5492 wanneer u benauwdheid6869 en angst6695 overkomt;935 8800 zullen zij tot roepen,7121 8799 maar Ik zal niet antwoorden;6030 8799 zij zullen vroeg zoeken,7836 8762 maar zullen niet vinden;4672 8799 Daarom, dat zij de wetenschap1847 gehaat hebben,8130 8804 en de vreze3374 des HEEREN3068 niet hebben verkoren.977 8804 Zij hebben in raad6098 niet bewilligd;14 8804 al bestraffingen8433 hebben zij versmaad;5006 8804 Zo zullen zij eten398 8799 van de vrucht6529 van hun weg,1870 en zich verzadigen7646 8799 met hun raadslagen.4156 Want de afkering4878 der slechten6612 zal hen doden,2026 8799 en de voorspoed7962 der zotten3684 zal hen verderven.6 8762 Maar die naar hoort,8085 8802 zal zeker983 wonen,7931 8799 en hij zal gerust zijn7599 8768 van de vreze6343 des kwaads.7451