Proverbs 10:2

“Schatten214 der goddeloosheid7562 doen geen nut;3276 8686 maar de gerechtigheid6666 redt5337 8686 van den dood.4194”

Proverbs 10:2 — Statenvertaling (1637)

Verse 2 of 32 in Proverbs chapter 10 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Proverbs 10 — full chapter (Statenvertaling (1637))

De spreuken4912 van .8010 wijs2450 zoon1121 verblijdt8055 8762 den vader;1 maar een zot3684 zoon1121 is zijner moeder517 droefheid.8424 Schatten214 der goddeloosheid7562 doen geen nut;3276 8686 maar de gerechtigheid6666 redt5337 8686 van den dood.4194 De HEERE3068 laat de ziel5315 des rechtvaardigen6662 niet hongeren;7456 8686 maar de have1942 der goddelozen7563 stoot weg.1920 8799 Die met een bedriegelijke7423 hand3709 werkt,6213 8802 wordt arm;7326 8802 maar de hand3027 der vlijtigen2742 maakt rijk.6238 8686 Die in den zomer7019 vergadert,103 8802 is een verstandig7919 8688 zoon;1121 [maar] die in den oogst7105 vast slaapt,7290 8737 is een zoon1121 die beschaamd maakt.954 8688 Zegeningen1293 zijn op het hoofd7218 des rechtvaardigen;6662 maar het geweld2555 bedekt3680 8762 den mond6310 der goddelozen.7563 De gedachtenis2143 des rechtvaardigen6662 zal tot zegening1293 zijn; maar de naam8034 der goddelozen7563 zal verrotten.7537 8799 Die wijs2450 van hart3820 is, neemt3947 8799 de geboden4687 aan; maar die dwaas191 is van lippen,8193 zal omgeworpen worden.3832 8735 Die in oprechtheid8537 wandelt,3212 8799 wandelt1980 8802 zeker;983 maar die zijn wegen1870 verkeert,6140 8764 zal bekend worden.3045 8735 Die met het oog5869 wenkt,7169 8802 richt5414 smart6094 aan;5414 8799 en een dwaas191 van lippen8193 zal omgeworpen worden.3832 8735 De mond6310 des rechtvaardigen6662 is een springader4726 des levens;2416 maar het geweld2555 bedekt3680 8762 den mond6310 der goddelozen.7563 Haat8135 verwekt5782 8787 krakelen;4090 maar de liefde160 dekt3680 alle overtredingen6588 toe.3680 8762 In de lippen8193 des verstandigen995 8737 wordt wijsheid2451 gevonden;4672 8735 maar op den rug1460 des verstandelozen2638 3820 de roede.7626 De wijzen2450 leggen6845 wetenschap1847 weg;6845 8799 maar den mond6310 des dwazen191 is de verstoring4288 nabij.7138 Des rijken6223 goed1952 is een stad7151 zijner sterkte;5797 de armoede7389 der geringen1800 is hun verstoring.4288 Het werk6468 des rechtvaardigen6662 is ten leven;2416 de inkomst8393 des goddelozen7563 is ter zonde.2403 Het pad734 tot het leven2416 is desgenen die de tucht4148 bewaart;8104 8802 maar die de bestraffing8433 verlaat,5800 8802 doet dwalen.8582 8688 Die den haat8135 bedekt,3680 8764 is van valse8267 lippen,8193 en die een kwaad gerucht1681 voortbrengt,3318 8688 is een zot.3684 In de veelheid7230 der woorden1697 ontbreekt2308 8799 de overtreding6588 niet; maar die zijn lippen8193 weerhoudt,2820 8802 is kloek verstandig.7919 8688 De tong3956 des rechtvaardigen6662 is uitgelezen977 8737 zilver;3701 het hart3820 der goddelozen7563 is weinig4592 [waard]. De lippen8193 des rechtvaardigen6662 voeden7462 8799 er velen;7227 maar de dwazen191 sterven4191 8799 door gebrek2638 van verstand.3820 De zegen1293 des HEEREN,3068 die maakt rijk;6238 8686 en voegt3254 8686 er geen smart6089 bij. Het is voor den zot3684 als spel7814 schandelijkheid2154 te doen;6213 8800 maar voor een man376 van verstand,8394 wijsheid2451 [te] [plegen]. De vreze4034 des goddelozen,7563 die zal hem overkomen;935 8799 maar de begeerte8378 der rechtvaardigen6662 zal [God] geven.5414 8799 Gelijk een wervelwind5492 voorbijgaat,5674 8800 alzo is de goddeloze7563 niet [meer]; maar de rechtvaardige6662 is een eeuwige5769 grondvest.3247 Gelijk edik2558 den tanden,8127 en gelijk rook6227 den ogen5869 is, zo is de luie6102 dengenen, die hem uitzenden.7971 8802 De vreze3374 des HEEREN3068 vermeerdert3254 8686 de dagen;3117 maar de jaren8141 der goddelozen7563 worden verkort.7114 8799 De hoop8431 der rechtvaardigen6662 is blijdschap;8057 maar de verwachting8615 der goddelozen7563 zal vergaan.6 8799 De weg1870 des HEEREN3068 is voor den oprechte8537 sterkte;4581 maar voor de werkers6466 8802 der ongerechtigheid205 verstoring.4288 De rechtvaardige6662 zal in eeuwigheid5769 niet bewogen worden;4131 8735 maar de goddelozen7563 zullen de aarde776 niet bewonen.7931 8799 De mond6310 des rechtvaardigen6662 brengt overvloediglijk5107 wijsheid2451 voort;5107 8799 maar de tong3956 der verkeerdheden8419 zal uitgeroeid worden.3772 8735 De lippen8193 des rechtvaardigen6662 weten3045 8799 wat welgevallig7522 is; maar de mond6310 der goddelozen7563 enkel verkeerdheid.8419

Every verse in Proverbs 10

Chapter navigation

0:000:00