Proverbs 14:23

“In allen smartelijken arbeid6089 is overschot;4195 maar het woord1697 der lippen8193 [strekt] alleen tot gebrek.4270”

Proverbs 14:23 — Statenvertaling (1637)

Verse 23 of 35 in Proverbs chapter 14 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Proverbs 14 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Elke wijze2454 vrouw802 bouwt1129 8804 haar huis;1004 maar die zeer dwaas200 is, breekt het af2040 8799 met haar handen.3027 Die in zijn oprechtheid3476 wandelt,1980 8802 vreest3373 den HEERE;3068 maar die afwijkt3868 8737 in zijn wegen,1870 veracht959 8802 . In den mond6310 des dwazen191 is een roede2415 des hoogmoeds;1346 maar de lippen8193 der wijzen2450 bewaren8104 8799 hen. Als er geen ossen504 zijn, zo is de krib18 rein;1249 maar door de kracht3581 van den os7794 is der inkomsten8393 veel.7230 Een waarachtig529 getuige5707 zal niet liegen;3577 maar een vals8267 getuige5707 blaast6315 8686 leugens.3576 8762 De spotter3887 8801 zoekt1245 8765 wijsheid,2451 en er is gene; maar de wetenschap1847 is voor den verstandige995 8737 licht.7043 8738 Ga weg3212 8798 van de tegenwoordigheid5048 eens zotten3684 mans;376 want gij zoudt [bij] [hem] geen lippen8193 der wetenschap1847 merken.3045 8804 De wijsheid2451 des kloekzinnigen6175 is zijn weg1870 te verstaan;995 8687 maar dwaasheid200 der zotten3684 is bedriegerij.4820 Elke dwaas191 zal de schuld817 verbloemen;3887 8686 maar onder de oprechten3477 is goedwilligheid.7522 Het hart3820 kent3045 8802 zijn eigen5315 bittere droefheid;4787 en een vreemde2114 8801 zal zich met deszelfs blijdschap8057 niet vermengen.6148 8691 Het huis1004 der goddelozen7563 zal verdelgd worden;8045 8735 maar de tent168 der oprechten3477 zal bloeien.6524 8686 Er is3426 een weg,1870 die iemand6440 376 recht schijnt;3477 maar het laatste319 van dien zijn wegen1870 des doods.4194 Het hart3820 zal ook in het lachen7814 smart hebben;3510 8799 en het laatste319 van die blijdschap8057 is droefheid.8424 Die afkerig5472 8803 van hart3820 is, zal van zijn wegen1870 verzadigd worden;7646 8799 maar een goed2896 man376 van zich zelven. De slechte6612 gelooft539 8686 alle woord;1697 maar de kloekzinnige6175 merkt op995 8799 zijn gang.838 De wijze2450 vreest,3373 en wijkt5493 8802 van het kwade;7451 maar de zot3684 is oplopende toornig,5674 8693 en zorgeloos.982 8802 Die haastig7116 is tot toorn,639 zal dwaasheid200 doen;6213 8799 en een man376 van schandelijke verdichtselen4209 zal gehaat worden.8130 8735 De slechten6612 erven5157 8804 dwaasheid;200 maar de kloekzinnigen6175 zullen zich met wetenschap1847 kronen.3803 8686 De kwaden7451 buigen7817 8804 voor het aangezicht6440 der goeden2896 neder, en de goddelozen7563 voor de poorten8179 des rechtvaardigen.6662 De arme7326 8802 wordt zelfs van zijn vriend7453 gehaat;8130 8735 maar de liefhebbers157 8802 des rijken6223 zijn vele.7227 Die zijn naaste7453 veracht,936 8802 zondigt;2398 8802 maar die zich der nederigen6035 8675 6041 ontfermt,2603 8781 die is welgelukzalig.835 Dwalen zij8582 8799 niet, die kwaad7451 stichten?2790 8802 weldadigheid2617 en trouw571 is voor degenen, die goed2896 stichten.2790 8802 In allen smartelijken arbeid6089 is overschot;4195 maar het woord1697 der lippen8193 [strekt] alleen tot gebrek.4270 Der wijzen2450 kroon5850 is hun rijkdom;6239 de dwaasheid200 der zotten3684 is dwaasheid.200 Een waarachtig571 getuige5707 redt5337 8688 de zielen;5315 maar die leugens3577 blaast,6315 8686 is een bedrieger.4820 In de vreze3374 des HEEREN3068 is een sterk5797 vertrouwen,4009 en zal kinderen1121 een Toevlucht4268 wezen. De vreze3374 des HEEREN3068 is een springader4726 des levens,2416 om af te wijken5493 8800 van de strikken4170 des doods.4194 In de menigte7230 des volks5971 is des konings4428 heerlijkheid;1927 maar in gebrek657 van volk3816 is eens vorsten7333 verstoring.4288 De lankmoedige750 639 is groot7227 van verstand;8394 maar die haastig7116 is van gemoed,7307 verheft7311 8688 de dwaasheid.200 Een gezond4832 hart3820 is het leven2416 des vleses;1320 maar nijd7068 is verrotting7538 der beenderen.6106 Die den arme1800 verdrukt,6231 8802 smaadt2778 8765 deszelfs ;6213 8802 maar die zich des nooddruftigen34 ontfermt,2603 8802 eert3513 8764 . De goddeloze7563 zal heengedreven worden1760 8735 in zijn kwaad;7451 maar de rechtvaardige6662 betrouwt2620 8802 [zelfs] in zijn dood.4194 Wijsheid2451 rust5117 8799 in het hart3820 des verstandigen;995 8737 maar wat in het binnenste7130 der zotten3684 is, wordt bekend.3045 8735 Gerechtigheid6666 verhoogt7311 8787 een volk,1471 maar de zonde2403 is een schandvlek2617 der natien.3816 Het welbehagen7522 des konings4428 is over een verstandigen7919 8688 knecht;5650 maar zijn verbolgenheid5678 zal zijn [over] dengene, die beschaamd maakt.954 8688

Every verse in Proverbs 14

Chapter navigation

0:000:00