Proverbs 23:6
“Eet3898 8799 het brood3899 niet desgenen, die boos7451 is van oog,5869 en wees niet belust183 8691 op zijn smakelijke spijzen;4303”
Proverbs 23:6 — Statenvertaling (1637)
Verse 6 of 35 in Proverbs chapter 23 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Proverbs 23 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Als gij aangezeten zult zijn3427 8799 om met een heerser4910 8802 te eten,3898 8800 zo zult gij scherpelijk995 8800 letten995 8799 op dengene, die voor uw aangezicht6440 is. En zet7760 8804 een mes7915 aan uw keel,3930 indien gij een gulzig5315 mens1167 zijt; Laat u niet gelusten183 8691 zijner smakelijke spijzen,4303 want het is een leugenachtig3577 brood.3899 Vermoei u3021 8799 niet om rijk te worden;6238 8687 sta af2308 8798 van uw vernuft.998 Zult gij uw ogen5869 laten vliegen5774 8686 8675 5774 8799 op hetgeen niets is? Want het zal zich gewisselijk6213 8800 vleugelen3671 maken6213 8799 gelijk een arend,5404 die naar den hemel8064 vliegt.5774 8799 8675 5774 8687 Eet3898 8799 het brood3899 niet desgenen, die boos7451 is van oog,5869 en wees niet belust183 8691 op zijn smakelijke spijzen;4303 Want gelijk hij bedacht heeft8176 8804 in zijn ziel,5315 alzo zal hij tot u zeggen:559 8799 Eet398 8798 en drink!8354 8798 maar zijn hart3820 is niet met u; Uw bete,6595 die gij gegeten hebt,398 8804 zoudt gij uitspuwen;6958 8686 en gij zoudt uw liefelijke5273 woorden1697 verderven.7843 8765 Spreek1696 8762 niet voor het oor241 van een zot,3684 want hij zou het verstand7922 uwer woorden4405 verachten.936 8799 Zet5253 de oude5769 palen1366 niet terug;5253 8686 en kom935 8799 op de akkers7704 der wezen3490 niet; Want hun Verlosser1350 8802 is sterk;2389 zal hun twistzaak7379 tegen u twisten.7378 8799 Begeef935 8685 uw hart3820 tot de tucht,4148 en uw oren241 tot de redenen561 der wetenschap.1847 Weer4513 8799 de tucht4148 van den jongen5288 niet; als gij hem met de roede7626 zult slaan,5221 8686 zal hij niet sterven.4191 8799 Gij zult hem met de roede7626 slaan,5221 8686 en zijn ziel5315 van de hel7585 redden.5337 8686 Mijn zoon!1121 zo uw hart3820 wijs is,2449 8804 mijn hart3820 zal blijde zijn,8055 8799 ja, ik.589 En mijn nieren3629 zullen van vreugde opspringen,5937 8799 als uw lippen8193 billijkheden4339 spreken zullen.1696 8763 Uw hart3820 zij niet nijdig7065 8762 over de zondaren;2400 maar zijt te allen dage3117 in de vreze3374 des HEEREN.3068 Want zekerlijk, er is3426 een beloning;319 en uw verwachting8615 zal niet afgesneden worden.3772 8735 Hoor gij,8085 8798 mijn zoon!1121 en word wijs,2449 8798 en richt833 8761 uw hart3820 op den weg.1870 Zijt niet onder de wijnzuipers,3196 5433 8802 noch onder de vleesvreters;2151 8802 1320 Want een zuiper5433 8802 en vraat2151 8802 zal arm worden;3423 8735 en de sluimering5124 doet verscheurde klederen7168 dragen.3847 8686 Hoor8085 8798 naar uw vader,1 die u gewonnen heeft;3205 8804 en veracht936 8799 uw moeder517 niet, als zij oud geworden is.2204 8804 Koop7069 8798 de waarheid,571 en verkoop4376 8799 ze niet, [mitsgaders] wijsheid,2451 en tucht,4148 en verstand.998 De vader1 des rechtvaardigen6662 zal zich zeer1524 verheugen;1523 8799 en die een wijzen2450 [zoon] gewint,3205 8802 zal zich over hem verblijden.8055 8799 Laat uw vader1 zich verblijden,8055 8799 ook uw moeder;517 en laat haar zich verheugen,1523 8799 die u gebaard heeft.3205 8802 Mijn zoon!1121 geef5414 8798 mij uw hart,3820 en laat uw ogen5869 mijn wegen1870 bewaren.7521 8799 5341 8799 Want een hoer2181 8802 is een diepe6013 gracht,7745 en een vreemde5237 vrouw is een enge6862 .875 Ook loert zij693 8799 als een rover;2863 en zij vermenigvuldigt3254 8686 de trouwelozen898 8802 onder de mensen.120 Bij wien is wee?188 bij wien och arme?17 bij wien gekijf?4079 8675 4066 bij wien het beklag?7879 bij wien wonden6482 zonder oorzaak?2600 bij wien de roodheid2448 der ogen?5869 Bij degenen, die bij den wijn3196 vertoeven;309 8764 bij degenen, die komen935 8802 om gemengden drank4469 na te zoeken.2713 8800 Zie7200 8799 den wijn3196 niet aan, als hij zich rood vertoont,119 8691 als hij in den beker3563 8675 3599 zijn verve5869 geeft,5414 8799 [als] hij recht4339 opgaat;1980 8691 [In] zijn einde319 zal hij als een slang5175 bijten,5391 8799 en steken6567 8686 als een adder.6848 Uw ogen5869 zullen naar vreemde vrouwen2114 8801 zien,7200 8799 en uw hart3820 zal verkeerdheden8419 spreken.1696 8762 En gij zult zijn, gelijk een, die in het hart3820 van de zee3220 slaapt;7901 8802 en gelijk een, die in het opperste7218 van den mast2260 slaapt.7901 8802 Men heeft mij geslagen,5221 8689 [zult] [gij] [zeggen], ik ben niet ziek geweest;2470 8804 men heeft mij gebeukt,1986 8804 ik heb het niet gevoeld;3045 8804 wanneer zal ik opwaken?6974 8686 Ik zal hem nog meer3254 8686 zoeken!1245 8762