Proverbs 24:8
“Die denkt2803 8764 om kwaad te doen,7489 8687 dien zal men een meester1167 van schandelijke verdichtselen4209 noemen.7121 8799”
Proverbs 24:8 — Statenvertaling (1637)
Verse 8 of 34 in Proverbs chapter 24 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Proverbs 24 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Zijt niet nijdig7065 8762 over de boze7451 lieden,582 en laat u niet gelusten,183 8691 om bij hen te zijn. Want hun hart3820 bedenkt1897 8799 verwoesting,7701 en hun lippen8193 spreken1696 8762 moeite.5999 Door wijsheid2451 wordt een huis1004 gebouwd,1129 8735 en door verstandigheid8394 bevestigd;3559 8709 En door wetenschap1847 worden de binnenkameren2315 vervuld4390 8735 met alle kostelijk3368 en liefelijk5273 goed.1952 Een wijs2450 man1397 is sterk;5797 en een man376 van wetenschap1847 maakt553 de kracht3581 vast.553 8764 Want door wijze raadslagen8458 zult gij voor u den krijg4421 voeren,6213 8799 en in de veelheid7230 der raadgevers3289 8802 is de overwinning.8668 Alle wijsheid2454 is voor den dwaze191 te hoog;7311 8802 hij zal in de poort8179 zijn mond6310 niet opendoen.6605 8799 Die denkt2803 8764 om kwaad te doen,7489 8687 dien zal men een meester1167 van schandelijke verdichtselen4209 noemen.7121 8799 De gedachte2154 der dwaasheid200 is zonde;2403 en een spotter3887 8801 is den mens120 een gruwel.8441 Vertoont gij u slap7503 8694 ten dage3117 der benauwdheid,6869 uw kracht3581 is nauw.6862 Red5337 8685 degenen, die ter dood4194 gegrepen zijn;3947 8803 want zij wankelen4131 8801 ter doding,2027 zo gij u onthoudt.2820 8799 Wanneer gij zegt:559 8799 , wij weten3045 8804 dat niet; zal , Die de harten3826 weegt,8505 8802 [dat] niet merken?995 8799 En uwe ziel5315 gadeslaat,5341 8802 zal het niet weten?3045 8799 zal den mens120 vergelden7725 8689 naar zijn werk.6467 Eet398 8798 honig,1706 mijn zoon!1121 want hij is goed,2896 en honigzeem5317 is zoet4966 voor uw gehemelte.2441 Zodanig is de kennis3045 8798 der wijsheid2451 voor uw ziel;5315 als gij ze vindt,4672 8804 zo zal er3426 beloning319 wezen,3426 en uw verwachting8615 zal niet afgesneden worden.3772 8735 Loer693 8799 niet, o goddeloze!7563 op de woning5116 des rechtvaardigen;6662 verwoest7703 8762 zijn legerplaats7258 niet. Want de rechtvaardige6662 zal zevenmaal7651 vallen,5307 8799 en opstaan;6965 8804 maar de goddelozen7563 zullen in het kwaad7451 nederstruikelen.3782 8735 Verblijd u8055 8799 niet, als uw vijand341 8802 valt;5307 8800 en als hij nederstruikelt,3782 8736 laat uw hart3820 zich niet verheugen;1523 8799 Opdat het de HEERE3068 niet zie,7200 8799 en het kwaad zij7489 8804 in ogen5869 en toorn639 van hem afkere.7725 8689 Ontsteek u2734 8691 niet over de boosdoeners;7489 8688 zijt niet nijdig7065 8762 over de goddelozen.7563 Want de kwade7451 zal geen beloning319 hebben, de 5216 der goddelozen7563 zal uitgeblust worden.1846 8799 Mijn zoon!1121 vrees3372 8798 den HEERE3068 en den koning;4428 vermeng u6148 8691 niet met hen, die naar verandering staan;8138 8802 Want hun verderf343 zal haastelijk6597 ontstaan;6965 8799 en wie weet3045 8802 hun beider8147 ondergang?6365 Deze [spreuken] zijn ook van de wijzen.2450 aangezicht6440 in het gericht4941 te kennen,5234 8687 is niet goed.2896 Die tot den goddeloze7563 zegt:559 8802 zijt rechtvaardig;6662 dien zullen de volken5971 vervloeken,5344 8799 de natien3816 zullen hem gram zijn.2194 8799 Maar voor degenen, die [hem] bestraffen,3198 8688 zal liefelijkheid zijn;5276 8799 en de zegen1293 des goeds2896 zal op hen komen.935 8799 Men zal de lippen8193 kussen5401 8799 desgenen, die rechte5228 woorden1697 antwoordt.7725 8688 Beschik3559 8685 uw werk4399 daarbuiten,2351 en bereid6257 8761 het voor u op den akker,7704 en bouw1129 8804 daarna310 uw huis.1004 Wees niet zonder oorzaak2600 getuige5707 tegen uw naaste;7453 want zoudt gij verleiden6601 8765 met uw lip?8193 Zeg559 8799 niet: Gelijk als hij mij gedaan heeft,6213 8804 zo zal ik hem doen;6213 8799 ik zal een ieder376 vergelden7725 8686 naar zijn werk.6467 Ik ging5674 8804 voorbij den akker7704 eens luiaards,376 6102 en voorbij den wijngaard3754 van een verstandeloos2638 3820 mens;120 En ziet, hij was gans opgeschoten5927 8804 van distelen;7063 zijn gedaante6440 was [met] netelen2738 bedekt,3680 8795 en zijn stenen68 scheidsmuur1444 was afgebroken.2040 8738 Als ik dat aanschouwde,2372 8799 nam ik7896 8799 het ter harte;3820 ik zag7200 8804 het, [en] nam3947 onderwijzing4148 aan;3947 8804 Een weinig4592 slapens,8142 een weinig4592 sluimerens,8572 en weinig4592 handvouwens,2264 3027 al nederliggende;7901 8800 Zo zal uw armoede7389 [u] overkomen,935 8804 [als] een wandelaar,1980 8693 en uw velerlei gebrek4270 als een gewapend4043 man.376