Proverbs 26:13

“De luiaard6102 zegt:559 8804 Er is een felle leeuw7826 op den weg,1870 een leeuw738 is op de straten.7339”

Proverbs 26:13 — Statenvertaling (1637)

Verse 13 of 28 in Proverbs chapter 26 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Proverbs 26 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Gelijk de sneeuw7950 in den zomer,7019 en gelijk de regen4306 in den oogst,7105 alzo past5000 den zot3684 de eer3519 niet. Gelijk de mus6833 is tot wegzweven,5110 8800 gelijk een zwaluw1866 tot vervliegen,5774 8800 alzo zal een vloek,7045 die zonder oorzaak2600 is, niet komen.935 8799 Een zweep7752 is voor het paard,5483 een toom4964 voor den ezel,2543 en een roede7626 voor den rug1460 der zotten.3684 Antwoord6030 8799 den zot3684 naar zijn dwaasheid200 niet, opdat gij ook hem niet gelijk wordt.7737 8799 Antwoord6030 8798 den zot3684 naar zijn dwaasheid,200 opdat hij in zijn ogen5869 niet wijs2450 zij. Hij snijdt7096 [zich] de voeten7272 af,7096 8764 [en] drinkt8354 8802 geweld,2555 die boodschappen1697 zendt7971 8802 door de hand3027 van een zot.3684 Hef1809 de benen7785 van den kreupele6455 op;1809 8804 alzo is een spreuk4912 in den mond6310 der zotten.3684 Gelijk hij, die een [edel] gesteente68 in een slinger4773 bindt,6872 8675 6887 8800 alzo is hij, die den zot3684 eer3519 geeft.5414 8802 [] een doorn2336 gaat5927 8804 in de hand3027 eens dronkaards,7910 alzo is een spreuk4912 in den mond6310 der zotten.3684 De groten7227 doen een iegelijk verdriet aan,2342 8789 en huren7936 8802 de zotten,3684 en huren7936 8802 de overtreders.5674 8802 Gelijk een hond3611 tot zijn uitspuwsel6892 wederkeert,7725 8804 [alzo] herneemt8138 8802 de zot3684 zijn dwaasheid.200 Hebt gij een man376 gezien,7200 8804 die wijs2450 in zijn ogen5869 is! Van een zot3684 is meer verwachting8615 van hem. De luiaard6102 zegt:559 8804 Er is een felle leeuw7826 op den weg,1870 een leeuw738 is op de straten.7339 Een deur1817 keert om5437 8735 op haar herre,6735 alzo de luiaard6102 op zijn bed.4296 De luiaard6102 verbergt2934 8804 zijn hand3027 in den boezem,6747 hij is te moede,3811 8738 om die weder7725 tot zijn mond6310 te brengen.7725 8687 De luiaard6102 is wijzer2450 in zijn ogen,5869 zeven,7651 die [met] rede2940 antwoorden.7725 8688 De voorbijgaande,5674 8802 die zich vertoornt5674 8693 in een twist,7379 [die] hem niet aangaat, is [gelijk] die een hond3611 bij de oren241 grijpt.2388 8688 Gelijk een, die zich veinst te razen,3856 8700 die vuursprankelen,2131 pijlen2671 en dodelijke4194 dingen werpt;3384 8802 Alzo is een man,376 die zijn naaste7453 bedriegt,7411 8765 en zegt:559 8804 ik er niet mede?7832 8764 Als er geen657 hout6086 is, gaat3518 het vuur784 uit;3518 8799 en als er geen oorblazer5372 is, wordt het gekijf4066 gestild.8367 8799 De kool6352 is om de vurige kool,1513 en het hout6086 om het vuur;784 alzo is een kijfachtig4079 8675 4066 man,376 om twist7379 te ontsteken.2787 8771 De woorden1697 des oorblazers5372 zijn als dergenen, die geslagen zijn,3859 8693 en die dalen3381 8804 in het binnenste2315 des buiks.990 Brandende1814 8801 lippen,8193 en een boos7451 hart,3820 zijn [als] een potscherf2789 met schuim5509 van zilver3701 overtogen.6823 8794 Die haat draagt,8130 8802 houdt zich vreemd5234 8735 met zijn lippen;8193 maar in zijn binnenste7130 stelt hij7896 bedrog4820 aan.7896 8799 Als hij met zijn stem6963 smeekt,2603 8762 geloof539 8686 hem niet, want zeven7651 gruwelen8441 zijn in zijn hart.3820 [] haat8135 door bedrog4860 bedekt is,3680 8691 diens boosheid7451 zal in de gemeente6951 geopenbaard worden.1540 8735 Die een kuil7845 graaft,3738 8802 zal er in vallen,5307 8799 en die een steen68 wentelt,1556 8802 op hem zal hij wederkeren.7725 8799 Een valse8267 tong3956 haat8130 8799 degenen, die zij verbrijzelt;1790 en een gladde2509 mond6310 maakt6213 8799 omstoting.4072

Every verse in Proverbs 26

Chapter navigation

0:000:00