Proverbs 27:1

“Beroem u1984 8691 niet over den dag van morgen;4279 want gij weet3045 8799 niet, wat de dag3117 zal baren.3205 8799”

Proverbs 27:1 — Statenvertaling (1637)

Verse 1 of 27 in Proverbs chapter 27 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Proverbs 27 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Beroem u1984 8691 niet over den dag van morgen;4279 want gij weet3045 8799 niet, wat de dag3117 zal baren.3205 8799 Laat u een vreemde2114 8801 prijzen,1984 8762 en niet uw mond;6310 een onbekende,5237 en niet uw lippen.8193 Een steen68 is zwaar,3514 en het zand2344 gewichtig;5192 maar de toornigheid3708 des dwazen191 is zwaarder3515 die beide.8147 Grimmigheid2534 en overloping7858 van toorn639 is wreedheid;395 maar wie zal voor6440 nijdigheid7068 bestaan?5975 8799 Openbare1540 8794 bestraffing8433 is beter2896 verborgene5641 8794 liefde.160 De wonden6482 des liefhebbers157 8802 zijn getrouw;539 8737 maar de kussingen5390 des haters8130 8802 zijn af te bidden.6280 8737 Een verzadigde7649 ziel5315 vertreedt947 8799 het honigzeem;5317 maar aan een hongerige7457 ziel5315 is alle bitter4751 zoet.4966 Gelijk een vogel6833 is, die uit zijn nest7064 omdoolt,5074 8802 alzo is een man,376 die omdoolt5074 8802 uit zijn plaats.4725 Olie8081 en reukwerk7004 verblijdt8055 8762 het hart;3820 alzo is de zoetigheid4986 van iemands vriend,7453 vanwege den raad6098 der ziel.5315 Verlaat5800 8799 uw vriend,7453 noch den vriend7453 uws vaders1 niet; en ga935 8799 ten huize1004 uws broeders251 niet op den dag3117 van uw tegenspoed.343 Beter2896 is een gebuur7934 die nabij7138 is, een broeder,251 die verre7350 is. Zijt wijs,2449 8798 mijn zoon,1121 en verblijd8055 8761 mijn hart;3820 opdat ik mijn smader2778 8802 wat te antwoorden heb.7725 8686 1697 De kloekzinnige6175 ziet7200 8804 het kwaad,7451 [en] verbergt zich;5641 8738 de slechten6612 gaan henen door,5674 8804 [en] worden gestraft.6064 8738 Als [iemand] voor een vreemde2114 8801 borg geworden is,6148 8804 neem3947 8798 zijn kleed,899 en pand2254 8798 hem voor een onbekende5237 [vrouw]. Die zijn vriend7453 zegent1288 8764 met luider1419 stem,6963 zich des morgens1242 vroeg opmakende,7925 8687 het zal hem tot een vloek7045 gerekend worden.2803 8735 Een gedurige2956 8802 druiping1812 ten dage3117 des slagregens5464 en een kijfachtige4079 8675 4066 huisvrouw802 zijn even gelijk.7737 8739 Elkeen, die haar verbergt,6845 8802 zou den wind7307 verbergen,6845 8804 en de olie8081 zijner rechterhand,3225 [die] roept.7121 8799 Ijzer1270 scherpt2300 8799 men met ijzer;1270 alzo scherpt2300 8686 een man376 het aangezicht6440 zijns naasten.7453 Die den vijgeboom8384 bewaart,5341 8802 zal zijn vrucht6529 eten;398 8799 en die zijn heer113 waarneemt,8104 8802 zal geeerd worden.3513 8792 Gelijk [in] [het] water4325 het aangezicht6440 is tegen het aangezicht,6440 alzo is des mensen120 hart3820 tegen den mens.120 De hel7585 en het verderf11 8675 10 worden niet3808 verzadigd;7646 8799 alzo worden de ogen5869 des mensen120 niet verzadigd.7646 8799 De smeltkroes4715 is voor het zilver,3701 en de oven3564 voor het goud;2091 alzo is een man376 naar zijn6310 lof4110 [te] [proeven]. Al stiet gij3806 8799 den dwaas191 in een mortier4388 met een stamper,5940 in het midden8432 van het gestoten graan,7383 zijn dwaasheid200 zou van hem niet afwijken.5493 8799 Zijt naarstig,3045 8799 om het aangezicht6440 uwer schapen6629 te kennen;3045 8800 zet7896 8798 uw hart3820 op de kudden.5739 Want de schat2633 is niet tot in eeuwigheid;5769 of zal de kroon5145 van geslacht1755 tot geslacht1755 zijn? Als het gras2682 zich openbaart,1540 8804 en de grasscheuten1877 gezien worden,7200 8738 laat de kruiden6212 der bergen2022 verzameld worden.622 8738 De lammeren3532 zullen zijn tot uw kleding,3830 en de bokken6260 de prijs4242 des velds.7704 Daartoe zult gij genoegzaamheid1767 van geitenmelk5795 2461 [hebben] tot uw spijze,3899 tot spijze3899 van uw huis,1004 en leeftocht2416 uwer maagden.5291

Every verse in Proverbs 27

Chapter navigation

0:000:00