Proverbs 28:27

“Die den armen7326 8802 geeft,5414 8802 zal geen gebrek4270 hebben; maar die zijn ogen5869 verbergt,5956 8688 zal veel7227 vervloekt3994 worden.”

Proverbs 28:27 — Statenvertaling (1637)

Verse 27 of 28 in Proverbs chapter 28 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Proverbs 28 — full chapter (Statenvertaling (1637))

De goddelozen7563 vlieden,5127 8804 waar geen vervolger is;7291 8802 maar elk rechtvaardige6662 is moedig,982 8799 als een jonge leeuw.3715 Om de overtreding6588 des lands776 zijn deszelfs vorsten8269 vele;7227 maar om verstandige995 8688 [en] wetende3045 8802 mensen120 zal insgelijks3651 verlenging wezen.748 8686 Een arm7326 8802 man,1397 die de geringen1800 verdrukt,6231 8802 is een wegvagende5502 8802 regen,4306 zodat er geen brood3899 zij. Die de wet8451 verlaten,5800 8802 prijzen1984 8762 de goddelozen;7563 maar die de wet8451 bewaren,8104 8802 mengen zich1624 8691 [in] [strijd] tegen hen. De kwade7451 lieden582 verstaan995 8799 het recht4941 niet; maar die den HEERE3068 zoeken,1245 8764 verstaan995 8799 alles. De arme,7326 8802 wandelende1980 8802 in zijn oprechtheid,8537 is beter,2896 die verkeerd6141 is van wegen,1870 al is hij rijk.6223 Die de wet8451 bewaart,5341 8802 is een verstandig995 8688 zoon;1121 maar die der vraten2151 8802 metgezel7462 8802 is, beschaamt3637 8686 zijn vader.1 Die zijn goed1952 vermeerdert7235 8688 met woeker5392 en met overwinst,8636 vergadert6908 8762 dat voor dengene, die zich des armen1800 ontfermt.2603 8802 Die zijn oor241 afwendt5493 8688 van de wet8451 te horen,8085 8800 diens gebed8605 zelfs zal een gruwel8441 zijn. Die de oprechten3477 doet dwalen7686 8688 op een kwaden7451 weg,1870 zal zelf in zijn gracht7816 vallen;5307 8799 maar de vromen8549 zullen het goede2896 beerven.5157 8799 Een rijk6223 man376 is wijs2450 in zijn ogen;5869 maar de arme,1800 die verstandig is,995 8688 doorzoekt2713 8799 hem. Als de rechtvaardigen6662 opspringen van vreugde,5970 8800 is er grote7227 heerlijkheid;8597 maar als de goddelozen7563 opkomen,6965 8800 wordt de mens120 nauw gezocht.2664 8792 Die zijn overtredingen6588 bedekt,3680 8764 zal niet voorspoedig zijn;6743 8686 maar die ze bekent3034 8688 en laat,5800 8802 zal barmhartigheid verkrijgen.7355 8792 Welgelukzalig835 is de mens,120 die geduriglijk8548 vreest;6342 8764 maar die zijn hart3820 verhardt,7185 8688 zal in het kwaad7451 vallen.5307 8799 De goddeloze,7563 heersende4910 8802 over een arm1800 volk,5971 is een brullende5098 8802 leeuw,738 en een beer,1677 die ginds en weder loopt.8264 8802 Een vorst,5057 die van alle verstand8394 gebrek2638 heeft, is ook veelvoudig7227 in verdrukkingen;4642 [maar] die de gierigheid1215 haat,8130 8802 zal de dagen3117 verlengen.748 8686 Een mens,120 gedrukt6231 8803 om het bloed1818 ener ziel,5315 zal naar den kuil953 toevlieden;5127 8799 men ondersteune8551 8799 hem niet! Die oprecht8549 wandelt,1980 8802 zal behouden worden;3467 8735 maar die zich verkeerdelijk gedraagt6140 8737 in twee wegen,1870 zal in den enen259 vallen.5307 8799 Die zijn land127 bouwt,5647 8802 zal met brood3899 verzadigd worden;7646 8799 maar die ijdele7386 [mensen] volgt,7291 8764 zal met armoede7389 verzadigd worden. Een gans getrouw530 man376 zal veelvoudig7227 zijn in zegeningen;1293 maar die haastig is,213 8801 om rijk te worden,6238 8687 zal niet onschuldig wezen.5352 8735 De aangezichten6440 te kennen,5234 8687 is niet goed;2896 want een man1397 zal om een stuk6595 broods3899 overtreden.6586 8799 Die zich haast926 8737 naar goed,1952 is een man376 van een boos7451 oog;5869 maar hij weet3045 8799 niet, dat het gebrek2639 hem overkomen zal.935 8799 Die een mens120 bestraft,3198 8688 zal achterna310 gunst2580 vinden,4672 8799 meer die met de tong3956 vleit.2505 8688 Wie zijn vader1 of zijn moeder517 berooft,1497 8802 en zegt:559 8802 is geen overtreding;6588 die is des verdervenden7843 8688 mans376 gezel.2270 Die grootmoedig7342 5315 is, verwekt1624 8762 gekijf;4066 maar die op den HEERE3068 vertrouwt,982 8802 zal vet worden.1878 8792 Die op zijn hart3820 vertrouwt,982 8802 die is een zot;3684 maar die in wijsheid2451 wandelt,1980 8802 die zal ontkomen.4422 8735 Die den armen7326 8802 geeft,5414 8802 zal geen gebrek4270 hebben; maar die zijn ogen5869 verbergt,5956 8688 zal veel7227 vervloekt3994 worden. Als de goddelozen7563 opkomen,6965 8800 verbergt zich5641 8735 de mens;120 maar als zij omkomen,6 8800 vermenigvuldigen7235 8799 de rechtvaardigen.6662

Every verse in Proverbs 28

Chapter navigation

0:000:00