Proverbs 5:11

“En gij in uw laatste319 brult,5098 8804 als uw vlees,1320 en uw lijf7607 verteerd is;3615 8800”

Proverbs 5:11 — Statenvertaling (1637)

Verse 11 of 23 in Proverbs chapter 5 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Proverbs 5 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Mijn zoon!1121 merk op7181 8685 mijn wijsheid,2451 neig5186 8685 uw oor241 tot mijn verstand;8394 Opdat gij alle bedachtzaamheid4209 behoudt,8104 8800 en uw lippen8193 wetenschap1847 bewaren.5341 8799 Want de lippen8193 der vreemde2114 8801 [vrouw] druppen5197 8799 honigzeem,5317 en haar gehemelte2441 is gladder2509 olie.8081 Maar het laatste319 van haar is bitter4751 als alsem,3939 scherp2299 als een tweesnijdend6310 zwaard.2719 Haar voeten7272 dalen3381 8802 naar den dood,4194 haar treden6806 houden8551 de hel7585 vast.8551 8799 Opdat gij het pad734 des levens2416 niet zoudt wegen,6424 8762 zijn haar gangen4570 ongestadig,5128 8804 [dat] gij het niet merkt.3045 8799 Nu , gij kinderen!1121 hoort8085 8798 naar mij, en wijkt5493 8799 niet van de redenen561 mijns monds.6310 Maak7368 uw weg1870 verre7368 8685 van haar, en nader7126 8799 niet tot de deur6607 van haar huis;1004 Opdat gij anderen312 uw eer1935 niet geeft,5414 8799 en uw jaren8141 den wrede;394 Opdat de vreemden2114 8801 zich niet verzadigen7646 8799 van uw vermogen,3581 en al uw smartelijke arbeid6089 niet [kome] in het huis1004 des onbekenden;5237 En gij in uw laatste319 brult,5098 8804 als uw vlees,1320 en uw lijf7607 verteerd is;3615 8800 En zegt:559 8804 heb ik de tucht4148 gehaat,8130 8804 en mijn hart3820 de bestraffing8433 versmaad!5006 8804 En heb niet gehoord8085 8804 naar de stem6963 mijner onderwijzers,3384 8688 noch mijn oren241 geneigd5186 8689 tot mijn leraars!3925 8764 Ik ben bijna4592 in alle kwaad7451 geweest, in het midden8432 der gemeente6951 en der vergadering!5712 Drink8354 8798 water4325 uit uw bak,953 en vloeden5140 8802 uit het midden8432 van uw bornput;875 Laat uw fonteinen4599 zich buiten2351 verspreiden,6327 8799 [en] de waterbeken6388 4325 op de straten;7339 Laat ze de uwe alleen zijn, en van geen vreemde2114 8801 met u. Uw springader4726 zij gezegend;1288 8803 en verblijd u8055 8798 vanwege de huisvrouw802 uwer jeugd;5271 Een zeer liefelijke158 hinde,365 en een aangenaam2580 steengeitje;3280 laat u haar borsten1717 te allen tijd6256 dronken maken;7301 8762 dool7686 8799 steeds8548 in haar liefde.160 En waarom zoudt gij, mijn zoon,1121 in een vreemde2114 8801 dolen,7686 8799 en den schoot2436 der onbekende5237 omvangen?2263 8762 Want eens iegelijks376 wegen1870 zijn voor5227 de ogen5869 des HEEREN,3068 en weegt6424 8764 al zijne gangen.4570 Den goddeloze7563 zullen zijn ongerechtigheden5771 vangen,3920 8799 en met de banden2256 zijner zonden2403 zal hij vastgehouden worden.8551 8735 Hij zal sterven,4191 8799 omdat hij zonder tucht4148 geweest is, en in de grootheid7230 zijner dwaasheid200 zal hij verdwalen.7686 8799

Every verse in Proverbs 5

Chapter navigation

0:000:00