Proverbs 6:35
“Hij zal geen verzoening3724 aannemen;5375 8799 6440 en hij zal niet bewilligen,14 8799 ofschoon gij het geschenk7810 vergroot.7235 8686”
Proverbs 6:35 — Statenvertaling (1637)
Verse 35 of 35 in Proverbs chapter 6 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Proverbs 6 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Mijn zoon!1121 zo gij voor uw naaste7453 borg geworden zijt,6148 8804 voor een vreemde2114 8801 uw hand3709 toegeklapt hebt;8628 8804 Gij zijt verstrikt3369 8738 met de redenen561 uws monds;6310 gij zijt gevangen3920 8738 met de redenen561 uws monds.6310 Doe6213 8798 nu645 dit, mijn zoon!1121 en red5337 8734 u, dewijl gij in de hand3709 uws naasten7453 gekomen zijt;935 8804 ga,3212 8798 onderwerp7511 8690 uzelven, en sterk7292 8798 uw naaste.7453 Laat5414 uw ogen5869 geen slaap8142 toe,5414 8799 noch uw oogleden6079 sluimering;8572 Red5337 8734 u, als een ree6643 uit de hand3027 [des] [jagers], en als een vogel6833 uit de hand3027 des vogelvangers.3353 Ga3212 8798 tot de mier,5244 gij luiaard!6102 zie7200 8798 haar wegen,1870 en word wijs;2449 8798 Dewelke, geen overste,7101 ambtman7860 8802 noch heerser4910 8802 hebbende, Haar brood3899 bereidt3559 8686 in den zomer,7019 haar spijs3978 vergadert103 8804 in den oogst.7105 Hoe lang zult gij, luiaard,6102 nederliggen?7901 8799 zult gij van uw slaap8142 opstaan?6965 8799 Een weinig4592 slapens,8142 een weinig4592 sluimerens,8572 een weinig4592 handvouwens,2264 3027 al nederliggende;7901 8800 Zo zal uw armoede7389 [u] overkomen935 8804 als een wandelaar,1980 8764 en uw gebrek4270 als een gewapend4043 man.376 Een ,1100 120 een ondeugdzaam205 man376 gaat1980 8802 met verkeerdheid6143 des monds6310 om; Wenkt7169 8802 met zijn ogen,5869 spreekt4448 8802 met zijn voeten,7272 leert3384 8688 met zijn vingeren;676 In zijn hart3820 zijn verkeerdheden,8419 hij smeedt2790 8802 te aller tijd6256 kwaad;7451 hij werpt7971 8762 twisten4066 8675 4090 in. Daarom zal zijn verderf343 haastelijk6597 komen;935 8799 hij zal schielijk6621 verbroken worden,7665 8735 dat er geen genezen4832 aan zij. Deze zes8337 haat8130 8804 de HEERE;3068 ja, zeven7651 zijn ziel5315 een gruwel:8441 Hoge7311 8802 ogen,5869 een valse8267 tong,3956 en handen,3027 die onschuldig5355 bloed1818 vergieten;8210 8802 Een hart,3820 dat ondeugdzame205 gedachten4284 smeedt;2790 8802 voeten,7272 die zich haasten,4116 8764 om tot kwaad7451 te lopen;7323 8800 Een vals8267 getuige,5707 [die] leugenen3577 blaast;6315 8686 en die tussen broederen251 krakelen4090 inwerpt.7971 8764 Mijn zoon,1121 bewaar5341 8798 het gebod4687 uws vaders,1 en verlaat5203 8799 de wet8451 uwer moeder517 niet. Bind7194 8798 ze steeds8548 aan uw hart,3820 hecht6029 8798 ze aan uw hals.1621 Als gij wandelt,1980 8692 zal dat u geleiden;5148 8686 als gij nederligt,7901 8800 zal het over u de wacht houden;8104 8799 als gij wakker wordt,6974 8689 zal hetzelve [met] u spreken.7878 8799 Want het gebod4687 is een ,5216 en de wet8451 is een licht,216 en de bestraffingen8433 der tucht4148 zijn de weg1870 des levens;2416 Om u te bewaren8104 8800 voor de kwade7451 vrouw,802 voor het gevlei2513 der vreemde5237 tong.3956 Begeer2530 8799 haar schoonheid3308 niet in uw hart,3824 en laat ze u niet vangen3947 8799 met haar oogleden.6079 Want door1157 een vrouw,802 [die] een hoer2181 8802 is, komt men tot een stuk3603 broods;3899 en eens mans376 huisvrouw802 jaagt6679 8799 de kostelijke3368 ziel.5315 Zal iemand376 vuur784 in zijn boezem2436 nemen,2846 8799 dat zijn klederen899 niet verbrand worden?8313 8735 Zal iemand376 op kolen1513 gaan,1980 8762 dat zijn voeten7272 niet branden?3554 8735 Alzo die tot zijns naasten7453 huisvrouw802 ingaat;935 8802 al wie haar aanroert,5060 8802 zal niet onschuldig gehouden worden.5352 8735 Men doet een dief1590 geen verachting aan,936 8799 als hij steelt1589 8799 om zijn ziel5315 te vullen,4390 8763 dewijl hij honger heeft;7456 8799 En gevonden zijnde,4672 8738 vergeldt hij7999 8762 het zevenvoudig;7659 hij geeft5414 8799 al het goed1952 van zijn huis.1004 [] die met een vrouw802 overspel doet,5003 8802 is verstandeloos;2638 3820 hij verderft7843 8688 zijn ziel,5315 die dat doet;6213 8799 Plage5061 en schande7036 zal hij vinden,4672 8799 en zijn smaad2781 zal niet uitgewist worden.4229 8735 Want jaloersheid7068 is een grimmigheid2534 des mans;1397 en in den dag3117 der wraak5359 zal hij niet verschonen.2550 8799 Hij zal geen verzoening3724 aannemen;5375 8799 6440 en hij zal niet bewilligen,14 8799 ofschoon gij het geschenk7810 vergroot.7235 8686