Proverbs 7:18

“Kom,3212 8798 laat ons dronken worden7301 8799 van minnen1730 tot den morgen1242 toe; laat ons ons vrolijk maken5965 8691 in grote liefde.159”

Proverbs 7:18 — Statenvertaling (1637)

Verse 18 of 27 in Proverbs chapter 7 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Proverbs 7 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Mijn zoon,1121 bewaar8104 8798 mijn redenen,561 en leg6845 mijn geboden4687 bij u weg.6845 8799 Bewaar8104 8798 mijn geboden,4687 en leef,2421 8798 en mijn wet8451 als den appel380 uwer ogen.5869 Bind7194 8798 ze aan uw vingeren,676 schrijf3789 8798 ze op de tafels3871 uws harten.3820 Zeg559 8798 tot de wijsheid:2451 zijt mijn zuster;269 en heet7121 8799 het verstand998 uw bloedvriend;4129 Opdat zij u bewaren8104 8800 voor een vreemde2114 8801 vrouw,802 voor de onbekende,5237 [die] met haar redenen561 vleit.2505 8689 Want door het venster2474 van mijn huis,1004 door mijn tralie822 keek ik uit;8259 8738 En ik zag7200 8799 onder de slechten;6612 ik merkte995 8799 onder de jonge gezellen1121 een verstandelozen2638 3820 jongeling;5288 Voorbijgaande5674 8802 op de straat,7784 nevens681 haar hoek,6434 en hij trad6805 8799 op den weg1870 van haar huis.1004 In de schemering,5399 in den avond6153 des daags,3117 in den zwarten380 nacht3915 en de donkerheid;653 En ziet, een vrouw802 ontmoette7125 8800 hem in hoerenversiersel,7897 2181 8802 en met het hart3820 op haar hoede;5341 8803 Deze was woelachtig1993 8802 en wederstrevig,5637 8802 haar voeten7272 bleven7931 8799 in haar huis1004 niet; Nu6471 buiten,2351 6471 op de straten7339 zijnde, en bij681 alle hoeken6438 loerende;693 8799 En zij greep hem aan,2388 8689 en kuste5401 8804 hem; zij sterkte5810 8689 haar aangezicht,6440 en zeide559 8799 tot hem: Dankoffers8002 2077 zijn bij mij, ik heb heden3117 mijn geloften5088 betaald;7999 8765 Daarom ben ik uitgegaan3318 8804 u tegemoet,7125 8800 om uw aangezicht6440 naarstiglijk te zoeken,7836 8763 en ik heb u gevonden.4672 8799 Ik heb mijn bedstede6210 met tapijtsieraad4765 toegemaakt,7234 8804 met uitgehouwen2405 werken, met fijn linnen330 van ;4714 Ik heb mijn leger4904 met mirre,4753 aloe174 en kaneel7076 welriekende gemaakt;5130 8804 Kom,3212 8798 laat ons dronken worden7301 8799 van minnen1730 tot den morgen1242 toe; laat ons ons vrolijk maken5965 8691 in grote liefde.159 Want de man376 is niet in zijn huis,1004 hij is een verren7350 weg1870 getogen;1980 8804 Hij heeft een bundel6872 gelds3701 in zijn hand3027 genomen;3947 8804 ten bestemden3677 dage3117 zal hij naar zijn huis1004 komen.935 8799 Zij bewoog5186 8689 hem door de veelheid7230 van haar onderricht,3948 zij dreef hem aan5080 8686 door het gevlei2506 harer lippen.8193 Hij ging1980 8802 haar straks6597 achterna,310 gelijk een os7794 ter slachting2874 gaat,935 8799 en gelijk een dwaas191 tot de tuchtiging4148 der boeien.5914 Totdat hem de pijl2671 zijn lever3516 doorsneed;6398 8762 gelijk een vogel6833 zich haast4116 8763 naar den strik,6341 en niet weet,3045 8804 dat dezelve tegen zijn leven5315 is. Nu , kinderen,1121 hoort8085 8798 naar mij, en luistert7181 8685 naar de redenen561 mijns monds.6310 Laat uw hart3820 tot haar wegen1870 niet wijken,7847 8799 dwaalt8582 8799 niet op haar paden.5410 Want zij heeft veel7227 gewonden2491 nedergeveld,5307 8689 en al haar gedoden2026 8803 zijn machtig6099 vele. Haar huis1004 zijn wegen1870 des grafs,7585 dalende3381 8802 naar de binnenkameren2315 des doods.4194

Every verse in Proverbs 7

Chapter navigation

0:000:00