Proverbs 8:11

“Want wijsheid2451 is beter2896 dan robijnen,6443 en al wat men begeren2656 mag, is met haar niet te vergelijken.7737 8799”

Proverbs 8:11 — Statenvertaling (1637)

Verse 11 of 36 in Proverbs chapter 8 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Proverbs 8 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Roept7121 8799 de Wijsheid2451 niet, en verheft5414 8799 [niet] de Verstandigheid8394 stem?6963 Op de spits7218 der hoge plaatsen,4791 aan den weg,1870 ter plaatse,1004 waar paden5410 zijn, staat ;5324 8738 Aan de zijde3027 der poorten,8179 voor aan6310 de stad,7176 [aan] den ingang3996 der deuren6607 roept overluid:7442 8799 Tot u, o mannen!376 roep Ik,7121 8799 en stem6963 is tot de mensenkinderen.1121 120 Gij slechten!6612 verstaat995 8685 kloekzinnigheid,6195 en gij zotten!3684 verstaat995 8685 [met] [het] hart.3820 Hoort,8085 8798 want ik zal vorstelijke dingen5057 spreken,1696 8762 en de opening4669 lippen8193 zal enkel billijkheid4339 zijn. Want gehemelte2441 zal de waarheid571 bedachtelijk uitspreken,1897 8799 en de goddeloosheid7562 is lippen8193 een gruwel.8441 Al de redenen561 monds6310 zijn in gerechtigheid;6664 er is niets verdraaids,6617 8737 noch verkeerds6141 in. Zij zijn alle recht5228 voor dengene, die verstandig is,995 8688 en rechtmatig3477 voor degenen, die wetenschap1847 vinden.4672 8802 Neemt3947 8798 tucht4148 aan, en niet zilver,3701 en wetenschap,1847 meer het uitgelezen977 8737 uitgegraven goud.2742 Want wijsheid2451 is beter2896 robijnen,6443 en al wat men begeren2656 mag, is met haar niet te vergelijken.7737 8799 Ik, Wijsheid,2451 woon7931 8804 [bij] de kloekzinnigheid,6195 en vinde4672 8799 de kennis1847 van alle bedachtzaamheid.4209 De vreze3374 des HEEREN3068 is, te haten8130 8800 het kwade,7451 de hovaardigheid,1344 en den hoogmoed,1347 en den kwaden7451 weg;1870 Ik haat8130 8804 ook den mond6310 der verkeerdheden.8419 Raad6098 en het wezen8454 zijn ; Ik ben het ,998 is de .1369 Door regeren4427 8799 de koningen,4428 en de vorsten7336 8802 stellen2710 8779 gerechtigheid.6664 Door heersen8323 8799 de heersers,8269 en de prinsen,5081 al de rechters8199 8802 der aarde.776 Ik heb lief,157 8799 die liefhebben;157 8802 en die vroeg zoeken,7836 8764 zullen vinden.4672 8799 Rijkdom6239 en eer3519 is bij , duurachtig6276 goed1952 en gerechtigheid.6666 Mijn vrucht6529 is beter2896 uitgegraven goud,2742 en dicht goud;6337 en inkomen8393 uitgelezen977 8737 zilver.3701 Ik doe wandelen1980 8762 op den weg734 der gerechtigheid,6666 in het midden8432 van de paden5410 des rechts;4941 Opdat Ik liefhebbers157 8802 doe beerven5157 8687 dat bestendig3426 is, en Ik zal hun schatkameren214 vervullen.4390 8762 De HEERE3068 bezat7069 8804 [in] [het] beginsel7225 wegs,1870 voor6924 werken,4659 van toen aan. Ik ben van eeuwigheid5769 af gezalfd geweest;5258 8738 van den aanvang,7218 van de oudheden6924 der aarde776 aan. Ik was geboren,2342 8797 als de afgronden8415 nog niet waren, als nog geen fonteinen4599 waren, zwaar3513 8737 van water;4325 Aleer de bergen2022 ingevest waren,2883 8717 voor6440 de heuvelen1389 was Ik geboren.2342 8797 Hij had de aarde776 nog niet gemaakt,6213 8804 noch de velden,2351 noch de aanvang7218 van de stofjes6083 der wereld.8398 Toen de hemelen8064 bereidde,3559 8687 was Ik daar; toen een cirkel2329 over het vlakke6440 des afgronds8415 beschreef;2710 8800 Toen de opperwolken7834 van boven4605 vestigde;553 8763 toen de fonteinen5869 des afgronds8415 vastmaakte;5810 8800 Toen der zee3220 haar perk2706 zette,7760 8800 opdat de wateren4325 bevel6310 niet zouden overtreden;5674 8799 toen de grondvesten4144 der aarde776 stelde;2710 8800 Toen was Ik een voedsterling525 bij ,681 en Ik was dagelijks3117 [] vermakingen,8191 te aller tijd6256 voor aangezicht6440 spelende;7832 8764 Spelende7832 8764 in de wereld8398 aardrijks,776 en vermakingen8191 zijn met de mensenkinderen.1121 120 Nu , kinderen!1121 hoort8085 8798 naar ; want welgelukzalig835 zijn zij, [die] wegen1870 bewaren.8104 8799 Hoort8085 8798 de tucht,4148 en wordt wijs,2449 8798 en verwerpt6544 8799 [die] niet. Welgelukzalig835 is de mens,120 die naar hoort,8085 8802 dagelijks3117 wakende8245 8800 aan poorten,1817 waarnemende8104 8800 de posten4201 deuren.6607 Want die vindt,4672 8802 vindt4672 8804 8675 4672 8802 het leven,2416 en trekt6329 8686 een welgevallen7522 van den HEERE.3068 Maar die [tegen] zondigt,2398 8802 doet zijn ziel5315 geweld aan;2554 8802 allen, die haten,8130 8764 hebben157 den dood4194 lief.157 8804

Every verse in Proverbs 8

Chapter navigation

0:000:00