Psalms 1:3
“Want hij zal zijn1961 8799 als een boom,6086 geplant8362 8803 aan5921 waterbeken,6388 4325 die zijn vrucht6529 geeft5414 8799 op zijn tijd,6256 en welks blad5929 niet3808 afvalt;5034 8799 en al wat834 hij doet,6213 8799 zal wel gelukken.6743 8686”
Psalms 1:3 — Statenvertaling (1637)
Verse 3 of 6 in Psalms chapter 1 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Psalms 1 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Welgelukzalig835 is de man,376 die834 niet3808 wandelt1980 8804 in den raad6098 der goddelozen,7563 noch3808 staat5975 8804 op den weg1870 der zondaren,2400 noch3808 zit3427 8804 in het gestoelte4186 der spotters;3887 8801 Maar3588 518 zijn lust2656 is in des HEEREN3068 wet,8451 en hij overdenkt1897 8799 wet8451 dag3119 en nacht.3915 Want hij zal zijn1961 8799 als een boom,6086 geplant8362 8803 aan5921 waterbeken,6388 4325 die zijn vrucht6529 geeft5414 8799 op zijn tijd,6256 en welks blad5929 niet3808 afvalt;5034 8799 en al wat834 hij doet,6213 8799 zal wel gelukken.6743 8686 Alzo3651 zijn de goddelozen7563 niet,3808 maar3588 518 als het kaf,4671 dat834 de wind7307 henendrijft.5086 8799 Daarom5921 3651 zullen de goddelozen7563 niet3808 bestaan6965 8799 in het gericht,4941 noch de zondaars2400 in de vergadering5712 der rechtvaardigen.6662 Want3588 de HEERE3068 kent3045 8802 den weg1870 der rechtvaardigen;6662 maar de weg1870 der goddelozen7563 zal vergaan.6 8799