Psalms 110:1

“Een psalm4210 van David.1732 De HEERE3068 heeft tot mijn Heere113 gesproken:5002 8803 Zit3427 8798 aan Mijn rechterhand,3225 totdat Ik Uw vijanden341 8802 gezet zal hebben7896 8799 tot een voetbank1916 Uwer voeten.7272”

Psalms 110:1 — Statenvertaling (1637)

Verse 1 of 7 in Psalms chapter 110 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Psalms 110 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Een psalm4210 van .1732 De HEERE3068 heeft tot mijn Heere113 gesproken:5002 8803 Zit3427 8798 aan rechterhand,3225 totdat Ik Uw vijanden341 8802 gezet zal hebben7896 8799 tot een voetbank1916 voeten.7272 De HEERE3068 zal den scepter4294 sterkte5797 zenden7971 8799 uit ,6726 [zeggende]: Heers7287 8798 in het midden7130 vijanden.341 8802 Uw volk5971 zal zeer gewillig zijn5071 op den dag3117 heirkracht,2428 in heilig6944 sieraad;1926 uit de baarmoeder7358 des dageraads4891 zal U de dauw2919 jeugd3208 zijn. De HEERE3068 heeft gezworen,7650 8738 en het zal niet berouwen:5162 8735 zijt Priester3548 in eeuwigheid,5769 naar de ordening1700 van .4442 De HEERE136 is aan Uw rechterhand;3225 zal koningen4428 verslaan4272 8804 ten dage3117 toorns.639 Hij zal recht doen1777 8799 onder de heidenen;1471 zal het vol4390 dode lichamen1472 maken;4390 8804 zal verslaan4272 8804 dengene, die het hoofd7218 is over een groot7227 land.776 Hij zal op den weg1870 uit de beek5158 drinken;8354 8799 daarom zal het hoofd7218 omhoog heffen.7311 8686

Every verse in Psalms 110

Chapter navigation

0:000:00