Psalms 118:19
“Doet mij de poorten8179 der gerechtigheid6664 open,6605 8798 ik zal daardoor ingaan,935 8799 ik zal den HEERE3050 loven.3034 8686”
Psalms 118:19 — Statenvertaling (1637)
Verse 19 of 29 in Psalms chapter 118 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Psalms 118 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Looft3034 8685 den HEERE,3068 want is goed;2896 want goedertierenheid2617 is in der eeuwigheid.5769 Dat 3478 nu zegge,559 8799 dat goedertierenheid2617 in der eeuwigheid5769 is. Het huis1004 van 175 zegge559 8799 nu, dat goedertierenheid2617 in der eeuwigheid5769 is. Dat degenen, die den HEERE3068 vrezen,3373 nu zeggen,559 8799 dat goedertierenheid2617 in der eeuwigheid5769 is. Uit de benauwdheid4712 heb ik den HEERE3050 aangeroepen;7121 8804 de HEERE3050 heeft mij verhoord,6030 8804 [stellende] [mij] in de ruimte.4800 De HEERE3068 is bij mij, ik zal niet vrezen;3372 8799 wat zal mij een mens120 doen?6213 8799 De HEERE3068 is bij mij onder degenen, die mij helpen;5826 8802 daarom zal ik [mijn] [lust] zien7200 8799 aan degenen, die mij haten.8130 8802 Het is beter2896 tot den HEERE3068 toevlucht te nemen,2620 8800 op den mens120 te vertrouwen.982 8800 Het is beter2896 tot den HEERE3068 toevlucht te nemen,2620 8800 op prinsen5081 te vertrouwen.982 8800 Alle heidenen1471 hadden mij omringd;5437 8804 het is in den Naam8034 des HEEREN,3068 dat ik ze verhouwen heb.4135 8686 Zij hadden mij omringd,5437 8804 ja, zij hadden mij omringd;5437 8804 het is in den Naam8034 des HEEREN,3068 dat ik ze verhouwen heb.4135 8686 Zij hadden mij omringd5437 8804 als bijen;1682 zij zijn uitgeblust1846 8795 als een doornenvuur;784 6975 het is in den Naam8034 des HEEREN,3068 dat ik ze verhouwen heb.4135 8686 Gij hadt mij zeer hard1760 8800 gestoten,1760 8804 tot vallens toe,5307 8800 maar de HEERE3068 heeft mij geholpen.5826 8804 De HEERE3050 is mijn Sterkte5797 en ,2176 want is mij tot heil3444 geweest. In de tenten168 der rechtvaardigen6662 is een stem6963 des gejuichs7440 en des heils;3444 de rechterhand3225 des HEEREN3068 doet6213 8802 krachtige daden.2428 De rechterhand3225 des HEEREN3068 is verhoogd;7426 8802 de rechterhand3225 des HEEREN3068 doet6213 8802 krachtige daden.2428 Ik zal niet sterven,4191 8799 maar leven;2421 8799 en ik zal de werken4639 des HEEREN3050 vertellen.5608 8762 De HEERE3050 heeft mij wel hard3256 8763 gekastijd;3256 8765 maar heeft mij ter dood4194 niet overgegeven.5414 8804 Doet mij de poorten8179 der gerechtigheid6664 open,6605 8798 ik zal daardoor ingaan,935 8799 ik zal den HEERE3050 loven.3034 8686 Dit is de poort8179 des HEEREN,3068 door dewelke de rechtvaardigen6662 zullen ingaan.935 8799 Ik zal U loven,3034 8686 omdat mij verhoord hebt,6030 8804 en mij tot heil3444 geweest zijt. De steen,68 [dien] de bouwlieden1129 8802 verworpen hadden,3988 8804 is tot een hoofd7218 des hoeks6438 geworden. Dit is van den HEERE3068 geschied, [en] het is wonderlijk6381 8738 in onze ogen.5869 Dit is de dag,3117 [dien] de HEERE3068 gemaakt heeft;6213 8804 laat ons op denzelven ons verheugen,1523 8799 en verblijd zijn.8055 8799 Och577 HEERE!3068 geef nu heil;3467 8685 och577 HEERE!3068 geef nu voorspoed.6743 8685 Gezegend1288 8803 zij hij, die daar komt935 8802 in den Naam8034 des HEEREN!3068 zegenen1288 8765 ulieden uit het huis1004 des HEEREN.3068 De HEERE3068 is God,410 ons licht gegeven heeft.215 8686 Bindt631 8798 het feest2282 [offer] met touwen5688 tot aan de hoornen7161 van het altaar.4196 Gij zijt mijn God,410 daarom zal ik U loven;3034 8686 o mijn God!430 ik zal U verhogen.7311 8787 Loof3034 8685 den HEERE,3068 want is goed;2896 want goedertierenheid2617 is in der eeuwigheid.5769