Psalms 122:1

“Een lied7892 Hammaaloth,4609 van David.1732 Ik verblijd mij8055 8804 in degenen, die tot mij zeggen:559 8802 Wij zullen in het huis1004 des HEEREN3068 gaan.3212 8799”

Psalms 122:1 — Statenvertaling (1637)

Verse 1 of 9 in Psalms chapter 122 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Psalms 122 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Een lied7892 ,4609 van .1732 Ik verblijd mij8055 8804 in degenen, die tot mij zeggen:559 8802 zullen in het huis1004 des HEEREN3068 gaan.3212 8799 Onze voeten7272 zijn staande5975 8802 in uw poorten,8179 o !3389 Jeruzalem3389 is gebouwd,1129 8803 als een stad,5892 die wel samengevoegd is;2266 8795 3162 Waarheen8033 de stammen7626 opgaan,5927 8804 de stammen7626 des HEEREN,3050 [tot] de getuigenis5715 ,3478 om den Naam8034 des HEEREN3068 te danken.3034 8687 Want daar zijn de stoelen3678 des gerichts4941 gezet,3427 8804 de stoelen3678 van het huis1004 van .1732 Bidt7592 8798 om den vrede7965 van ;3389 wel moeten zij varen,7951 8799 die u beminnen.157 8802 Vrede7965 zij in uw vesting,2426 welvaren7962 in uw paleizen.759 Om mijner broederen251 en mijner vrienden7453 wil, zal ik nu spreken,1696 8762 vrede7965 zij in u! Om des huizes1004 des HEEREN,3068 onzes Gods430 wil, zal ik het goede2896 voor u zoeken.1245 8762

Every verse in Psalms 122

Chapter navigation

0:000:00