Psalms 126:1
“Een lied7892 Hammaaloth.4609 Als de HEERE3068 de gevangenen7870 Sions6726 wederbracht,7725 8800 waren wij gelijk degenen, die dromen.2492 8802”
Psalms 126:1 — Statenvertaling (1637)
Verse 1 of 6 in Psalms chapter 126 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Psalms 126 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Een lied7892 .4609 de HEERE3068 de gevangenen7870 Sions6726 wederbracht,7725 8800 waren wij gelijk degenen, die dromen.2492 8802 Toen werd onze mond6310 vervuld4390 8735 met lachen,7814 en onze tong3956 met gejuich;7440 toen zeide men559 8799 onder de heidenen:1471 De HEERE3068 heeft grote dingen1431 8689 aan dezen gedaan.6213 8800 De HEERE3068 heeft grote dingen1431 8689 bij ons gedaan;6213 8800 [dies] zijn wij verblijd.8056 O HEERE!3068 wend7725 8798 onze gevangenis,7622 8675 7622 gelijk waterstromen650 in het zuiden.5045 Die met tranen1832 zaaien,2232 8802 zullen met gejuich7440 maaien.7114 8799 Die het zaad2233 draagt,5375 8802 dat men zaaien zal,4901 gaat3212 8799 al gaande1980 8800 en wenende;1058 8800 [maar] voorzeker935 8800 zal hij met gejuich7440 wederkomen,935 8799 dragende5375 8802 zijn schoven.485