Psalms 131:1
“Een lied7892 Hammaaloth,4609 van David.1732 O HEERE!3068 mijn hart3820 is niet verheven,1361 8804 en mijn ogen5869 zijn niet hoog;7311 8804 ook heb ik niet gewandeld1980 8765 in [dingen] mij te groot1419 en te wonderlijk.6381 8737”
Psalms 131:1 — Statenvertaling (1637)
Verse 1 of 3 in Psalms chapter 131 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Psalms 131 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Een lied7892 ,4609 van .1732 O HEERE!3068 mijn hart3820 is niet verheven,1361 8804 en mijn ogen5869 zijn niet hoog;7311 8804 ook heb ik niet gewandeld1980 8765 in [dingen] mij te groot1419 en te wonderlijk.6381 8737 Zo ik mijn ziel5315 niet heb gezet7737 8765 en stil gehouden,1826 8776 gelijk een gespeend kind1580 8803 bij zijn moeder!517 ziel5315 is als een gespeend kind1580 8803 in mij. 3478 hope3176 8761 op den HEERE3068 van nu aan tot5704 in der eeuwigheid.5769