Psalms 132:6
“Ziet, wij hebben van haar gehoord8085 8804 in Efratha;672 wij hebben haar gevonden4672 8804 in de velden7704 van Jaar.3293”
Psalms 132:6 — Statenvertaling (1637)
Verse 6 of 18 in Psalms chapter 132 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Psalms 132 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Een lied7892 .4609 O HEERE!3068 gedenk aan2142 8798 ,1732 aan al zijn lijden;6031 8793 Dat hij den HEERE3068 gezworen heeft,7650 8738 den Machtige46 Jakobs3290 gelofte gedaan heeft,5087 8804 [zeggende]: Zo ik in de tent168 mijns huizes1004 inga,935 8799 zo ik op de koets6210 van mijn bed3326 klimme!5927 8799 Zo ik mijn ogen5869 slaap8153 geve,5414 8799 mijn oogleden6079 sluimering;8572 Totdat ik voor den HEERE3068 een plaats4725 gevonden zal hebben,4672 8799 woningen4908 voor den Machtige46 !3290 Ziet, wij hebben van haar gehoord8085 8804 in ;672 wij hebben haar gevonden4672 8804 in de velden7704 van .3293 Wij zullen in woningen4908 ingaan,935 8799 wij zullen ons nederbuigen7812 8691 voor de voetbank1916 voeten.7272 Sta op,6965 8798 HEERE!3068 tot Uw rust,4496 en de 727 sterkte!5797 Dat Uw priesters3548 bekleed worden3847 8799 met gerechtigheid,6664 en dat Uw gunstgenoten2623 juichen.7442 8762 Weer7725 het aangezicht6440 Gezalfden4899 niet af,7725 8686 om ,1732 knechts5650 wil. De HEERE3068 heeft 1732 de waarheid571 gezworen,7650 8738 waarvan niet wijken zal,7725 8799 [zeggende]: Van de vrucht6529 uws buiks990 zal Ik op uw troon3678 zetten.7896 8799 Indien uw zonen1121 verbond1285 zullen houden,8104 8799 en getuigenissen,5713 die2090 8675 2097 Ik hun leren zal;3925 8762 zo zullen ook hun zonen1121 tot in eeuwigheid5703 op uw troon3678 zitten.3427 8799 Want de HEERE3068 heeft Sion6726 verkoren,977 8804 heeft het begeerd183 8765 tot woonplaats,4186 [zeggende]: Dit is rust4496 tot in eeuwigheid,5703 hier zal Ik wonen,3427 8799 want Ik heb ze begeerd.183 8765 Ik zal haar kost6718 rijkelijk1288 8763 zegenen,1288 8762 haar nooddruftigen34 zal Ik met brood3899 verzadigen.7646 8686 En haar priesters3548 zal Ik met heil3468 bekleden,3847 8686 en haar gunstgenoten2623 zullen zeer7444 8763 juichen.7442 8762 Daar zal Ik 1732 een hoorn7161 doen uitspruiten;6779 8686 Ik heb voor Gezalfde4899 een 5216 toegericht.6186 8804 Ik zal zijn vijanden341 8802 met schaamte1322 bekleden;3847 8686 maar op hem zal zijn kroon5145 bloeien.6692 8686