Psalms 135:1

“Hallelujah!1984 8761 3050 Prijst1984 8761 den Naam8034 des HEEREN,3068 prijst1984 8761 [Hem], gij knechten5650 des HEEREN!3068”

Psalms 135:1 — Statenvertaling (1637)

Verse 1 of 21 in Psalms chapter 135 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Psalms 135 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Hallelujah!1984 8761 3050 Prijst1984 8761 den Naam8034 des HEEREN,3068 prijst1984 8761 [], gij knechten5650 des HEEREN!3068 Gij, die staat5975 8802 in het huis1004 des HEEREN,3068 in de voorhoven2691 van het huis1004 onzes !430 Looft1984 8761 den HEERE,3050 want de HEERE3068 is goed;2896 psalmzingt2167 8761 ,8034 want is liefelijk.5273 Want de HEERE3050 heeft Jakob3290 verkoren,977 8804 3478 tot eigendom.5459 Want ik weet,3045 8804 dat de HEERE3068 groot1419 is, en dat onze Heere113 boven alle goden430 is. Al wat den HEERE3068 behaagt,2654 8804 doet ,6213 8804 in de hemelen,8064 en op de aarde,776 in de zeeen3220 en alle afgronden.8415 Hij doet dampen5387 opklimmen5927 8688 van het einde7097 der aarde;776 maakt6213 8804 de bliksemen1300 met den regen;4306 brengt3318 den wind7307 uit schatkameren214 voort.3318 8688 Die de eerstgeborenen1060 van Egypte4714 sloeg,5221 8689 van den mens120 af tot het vee929 toe. Hij zond7971 8804 tekenen226 en wonderen4159 in het midden8432 van u, o !4714 tegen Farao6547 en tegen al zijn knechten.5650 Die veel7227 volken1471 sloeg,5221 8689 en machtige6099 koningen4428 doodde;2026 8804 Sihon,5511 den koning4428 der ,567 en Og,5747 den koning4428 van ,1316 en al de koninkrijken4467 van ,3667 En gaf5414 8804 hun land776 ten erve,5159 ten erve5159 aan volk5971 .3478 O HEERE!3068 Uw Naam8034 is in eeuwigheid;5769 HEERE!3068 Uw gedachtenis2143 is van geslacht1755 tot geslacht.1755 Want de HEERE3068 zal volk5971 richten,1777 8799 en het zal berouwen5162 8691 over knechten.5650 De afgoden6091 der heidenen1471 zijn zilver3701 en goud,2091 een werk4639 van mensenhanden.120 3027 Zij hebben een mond,6310 maar spreken1696 8762 niet; zij hebben ogen,5869 maar zien7200 8799 niet; Oren241 hebben zij, maar horen238 8686 niet; ook is er3426 geen adem7307 in hun mond.6310 Dat die ze maken,6213 8802 hun gelijk worden, [en] al wie op hen vertrouwt.982 8802 Gij huis1004 !3478 looft1288 8761 den HEERE;3068 gij huis1004 !175 looft1288 8761 den HEERE.3068 Gij huis1004 van !3878 looft1288 8761 den HEERE;3068 gij die den HEERE3068 vreest!3373 looft1288 8761 den HEERE.3068 Geloofd1288 8803 zij de HEERE3068 uit ,6726 te Jeruzalem3389 woont.7931 8802 !1984 8761 3050

Every verse in Psalms 135

Chapter navigation

0:000:00