Psalms 139:1
“Een psalm4210 van David,1732 voor den opperzangmeester.5329 8764 HEERE!3068 Gij doorgrondt2713 8804 en kent3045 8799 mij.”
Psalms 139:1 — Statenvertaling (1637)
Verse 1 of 24 in Psalms chapter 139 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Psalms 139 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Een psalm4210 van ,1732 voor den opperzangmeester.5329 8764 HEERE!3068 doorgrondt2713 8804 en kent3045 8799 mij. Gij weet3045 8804 mijn zitten3427 8800 en mijn opstaan;6965 8800 verstaat995 8804 van verre7350 mijn gedachten.7454 Gij omringt2219 8765 mijn gaan734 en mijn liggen;7252 en zijt al mijn wegen1870 gewend.5532 8689 Als er nog geen woord4405 op mijn tong3956 is, zie, Heere!3068 weet3045 8804 het alles. Gij bezet6696 8804 mij van achteren268 en van voren,6924 en zet7896 8799 Uw hand3709 op mij. De kennis1847 is mij te wonderbaar,6383 8675 6383 zij is hoog,7682 8738 ik kan3201 8799 er niet bij. Waar zou ik heengaan3212 8799 voor Uw Geest7307 en waar zou ik heenvlieden1272 8799 voor Uw aangezicht?6440 Zo ik opvoer5266 8799 ten hemel,8064 zijt daar; of bedde ik3331 8686 mij in de hel,7585 zie, Gij zijt [daar]. Nam ik5375 8799 vleugelen3671 des dageraads,7837 woonde ik7931 8799 aan het uiterste319 der zee;3220 Ook daar zou Uw hand3027 mij geleiden,5148 8686 en Uw rechterhand3225 zou mij houden.270 8799 Indien ik zeide:559 8799 De duisternis2822 zal mij immers bedekken;7779 8799 is de nacht3915 een licht216 om mij.1157 Ook verduistert2821 8686 de duisternis2822 voor U niet; maar de nacht3915 licht215 8686 als de dag;3117 de duisternis2825 is als het licht.219 Want bezit7069 8804 mijn nieren;3629 hebt mij in mijner moeders517 buik990 bedekt.5526 8799 Ik loof3034 8686 U, omdat ik op een heel vreselijke wijze3372 8737 wonderbaarlijk gemaakt ben;6395 8738 wonderlijk6381 8737 zijn Uw werken!4639 ook weet3045 8802 het mijn ziel5315 zeer wel.3966 Mijn gebeente6108 was voor U niet verholen,3582 8738 als ik in het verborgene5643 gemaakt ben,6213 8795 [en] als een borduursel gewrocht ben,7551 8795 in de nederste delen8482 der aarde.776 Uw ogen5869 hebben mijn ongevormden klomp1564 gezien;7200 8804 en al deze dingen waren in Uw boek5612 geschreven,3789 8735 de dagen3117 als zij geformeerd zouden worden,3335 8795 toen nog geen259 van die was. Daarom, hoe kostelijk3365 8804 zijn mij, o God,410 Uw gedachten!7454 hoe machtig veel6105 8804 zijn haar sommen!7218 Zoude ik ze tellen?5608 8799 is meer,7235 8799 des zands;2344 word ik wakker,6974 8689 zo ben ik nog5750 bij U. O God!433 dat den goddeloze7563 ombracht!6991 8799 en gij, mannen582 des bloeds,1818 wijkt5493 8798 van mij! Die van U schandelijk4209 spreken,559 8799 [en] Uw vijanden6145 ijdellijk7723 verheffen.5375 8804 Zou ik niet haten,8130 8799 HEERE!3068 die U haten?8130 8764 en verdriet hebben6962 8709 in degenen, die tegen U opstaan?8618 Ik haat8130 8804 hen met volkomen8503 haat,8135 tot vijanden341 8802 zijn zij mij. Doorgrond2713 8798 mij, o God!410 en ken3045 8798 mijn hart;3824 beproef974 8798 mij, en ken3045 8798 mijn gedachten.8312 En zie,7200 8798 of bij mij een schadelijke6090 weg1870 zij; en leid5148 8798 mij op den eeuwigen5769 weg.1870