Psalms 144:3

“O HEERE!3068 wat is de mens,120 dat Gij hem kent,3045 8799 het kind1121 des mensen,582 dat Gij het acht?2803 8762”

Psalms 144:3 — Statenvertaling (1637)

Verse 3 of 15 in Psalms chapter 144 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Psalms 144 — full chapter (Statenvertaling (1637))

[] [psalm] van .1732 Gezegend1288 8803 zij de HEERE,3068 mijn ,6697 mijn handen3027 onderwijst3925 8764 ten strijde,7128 mijn vingeren676 ten oorlog;4421 Mijn Goedertierenheid2617 en mijn ,4686 mijn Vertrek4869 en mijn Bevrijder6403 8764 voor mij, mijn ,4043 en op ik mij betrouwe;2620 8804 mijn volk5971 aan mij onderwerpt!7286 8802 O HEERE!3068 wat is de mens,120 dat hem kent,3045 8799 het kind1121 des mensen,582 dat het acht?2803 8762 De mens120 is der ijdelheid1892 gelijk;1819 8804 zijn dagen3117 zijn als een voorbijgaande5674 8802 schaduw.6738 Neig5186 8685 Uw hemelen,8064 HEERE!3068 en daal neder;3381 8799 raak5060 8798 de bergen2022 aan, dat zij roken.6225 8799 Bliksem1299 8798 bliksem,1300 en verstrooi6327 8686 hen; zend7971 8798 Uw pijlen2671 uit, en verdoe2000 8799 hen. Steek7971 Uw handen3027 van de hoogte4791 uit;7971 8798 ontzet6475 8798 mij, en ruk5337 8685 mij uit de grote7227 wateren,4325 uit de hand3027 der vreemden;5236 1121 Welker mond6310 leugen7723 spreekt,1696 8765 en hun rechterhand3225 is een rechterhand3225 der valsheid.8267 O God!430 ik zal U een nieuw2319 lied7892 zingen;7891 8799 met de luit5035 [en] het tiensnarig instrument6218 zal ik U psalmzingen.2167 8762 Gij, Die den koningen4428 overwinning8668 geeft,5414 8802 knecht5650 1732 ontzet6475 8802 van het boze7451 zwaard;2719 Ontzet6475 8798 mij en red5337 8685 mij van de hand3027 der vreemden,5236 1121 welker mond6310 leugen7723 spreekt,1696 8765 en hun rechterhand3225 is een rechterhand3225 der valsheid;8267 Opdat onze zonen1121 zijn als planten,5195 welke groot geworden zijn1431 8794 in hun jeugd;5271 onze dochters1323 als hoekstenen,2106 uitgehouwen2404 8794 naar de gelijkenis8403 van een paleis.1964 Dat onze winkelen4200 vol4392 zijnde, den enen voorraad2177 na den anderen2177 uitgeven;6329 8688 dat onze kudden6629 bij duizenden werpen,503 8688 [ja], bij tienduizenden7231 op onze hoeven2351 vermenigvuldigen.7231 8794 Dat onze ossen441 wel geladen zijn;5445 8794 dat geen inbreuk,6556 noch uitval,3318 8802 noch gekrijs6682 zij op onze straten.7339 Welgelukzalig835 is het volk,5971 dien het alzo3602 gaat; welgelukzalig,835 is het volk,5971 wiens God430 de HEERE3068 is.

Every verse in Psalms 144

Chapter navigation

0:000:00