Psalms 33:17

“Het paard5483 feilt8267 ter overwinning,8668 en bevrijdt4422 8762 niet door zijn grote7230 sterkte.2428”

Psalms 33:17 — Statenvertaling (1637)

Verse 17 of 22 in Psalms chapter 33 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Psalms 33 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Gij rechtvaardigen!6662 zingt vrolijk7442 8761 in den HEERE;3068 lof8416 betaamt5000 den oprechten.3477 Looft3034 8685 den HEERE3068 met de ;3658 psalmzingt2167 8761 met de luit,5035 [en] het tiensnarig instrument.6218 Zingt7891 8798 een nieuw2319 lied;7892 speelt5059 8763 wel3190 8685 met vrolijk geschal.8643 Want des HEEREN3068 woord1697 is recht,3477 en al werk4639 getrouw.530 Hij heeft157 gerechtigheid6666 en gericht4941 lief;157 8802 de aarde776 is vol4390 8804 van de goedertierenheid2617 des HEEREN.3068 Door het Woord1697 des HEEREN3068 zijn de hemelen8064 gemaakt,6213 8738 en door den Geest7307 monds6310 al hun heir.6635 Hij vergadert3664 8802 de wateren4325 der zee3220 als op een hoop;5067 stelt5414 8802 den afgronden8415 schatkameren.214 Laat de ganse aarde776 voor den HEERE3068 vrezen;3372 8799 laat alle inwoners3427 8802 van de wereld8398 voor schrikken.1481 8799 Want spreekt,559 8804 en het is er; Hij gebiedt,6680 8765 en het staat5975 8799 er. De HEERE3068 vernietigt6331 8689 den raad6098 der heidenen;1471 breekt5106 8689 de gedachten4284 der volken.5971 [] de raad6098 des HEEREN3068 bestaat5975 8799 in eeuwigheid,5769 de gedachten4284 harten3820 van geslacht1755 tot geslacht.1755 Welgelukzalig835 is het volk,1471 welks God430 de HEERE3068 is; het volk,5971 dat ten erve5159 verkoren heeft.977 8804 De HEERE3068 schouwt5027 8689 uit den hemel,8064 en ziet7200 8804 alle mensenkinderen.1121 120 Hij ziet7688 8689 uit van vaste4349 woonplaats3427 8800 op alle inwoners3427 8802 der aarde.776 Hij formeert3335 8802 hun aller3162 hart;3820 let op995 8688 al hun werken.4639 Een koning4428 wordt niet behouden3467 8737 door een groot7230 heir;2428 een held1368 wordt niet gered5337 8735 door grote7230 kracht;3581 Het paard5483 feilt8267 ter overwinning,8668 en bevrijdt4422 8762 niet door zijn grote7230 sterkte.2428 Ziet, des HEEREN3068 oog5869 is over degenen, die vrezen,3373 op degenen, die op goedertierenheid2617 hopen.3176 8764 Om hun ziel5315 van den dood4194 te redden,5337 8687 en om hen bij het leven te houden2421 8763 in den honger.7458 Onze ziel5315 verbeidt2442 8765 den HEERE:3068 is onze Hulp5828 en ons .4043 Want ons hart3820 is in verblijd,8055 8799 omdat wij op den Naam8034 heiligheid6944 vertrouwen.982 8804 Uw goedertierenheid,2617 HEERE!3068 zij over ons; gelijk als wij op U hopen.3176 8765

Every verse in Psalms 33

Chapter navigation

0:000:00