Psalms 35:14

“Ik ging1980 8694 steeds, alsof het een vriend,7453 alsof het mij een broeder251 geweest ware; ik ging gebukt7817 8804 in het zwart,6937 8802 als een, die over [zijn] moeder517 treurt.57”

Psalms 35:14 — Statenvertaling (1637)

Verse 14 of 28 in Psalms chapter 35 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Psalms 35 — full chapter (Statenvertaling (1637))

[] [psalm] van .1732 ,7378 8798 HEERE!3068 met mijn twisters;3401 strijd3898 8798 met mijn bestrijders.3898 8802 Grijp2388 8685 het schild4043 en de rondas,6793 en sta op6965 8798 tot mijn hulp.5833 En breng7324 de spies2595 voort,7324 8685 en sluit [den] [weg] toe,5462 8798 mijn vervolgers7291 8802 tegemoet;7125 8800 zeg559 8798 tot mijn ziel:5315 Ik ben uw .3444 Laat hen beschaamd954 8799 en te schande worden,3637 8735 die mijn ziel5315 zoeken;1245 8764 laat hen achterwaarts268 gedreven5472 8735 en schaamrood worden,2659 8799 die kwaad7451 tegen mij bedenken.2803 8802 Laat hen worden als kaf4671 voor6440 den wind,7307 en de Engel4397 des HEEREN3068 drijve hen weg.1760 8802 Hun weg1870 zij duister2822 en gans slibberig;2519 en de Engel4397 des HEEREN3068 vervolge7291 8802 hen. Want zij hebben zonder oorzaak2600 de groeve7845 van hun 7568 voor mij verborgen;2934 8804 zij hebben zonder oorzaak2600 gegraven2658 8804 voor mijn ziel.5315 De verwoesting7722 overkome935 8799 hem, dat hij het niet3808 wete,3045 8799 en zijn ,7568 dat hij verborgen heeft,2934 8804 vange3920 8799 hemzelven; hij valle5307 8799 daarin met verwoesting.7722 Zo zal mijn ziel5315 zich verheugen1523 8799 in den HEERE;3068 zij zal vrolijk zijn7797 8799 in heil.3444 Al mijn beenderen6106 zullen zeggen:559 8799 HEERE,3068 wie is U gelijk! U, Die den ellendige6041 redt5337 8688 van dien, die sterker2389 is hij, en den ellendige6041 en nooddruftige34 van zijn berover.1497 8802 Wrevelige2555 getuigen5707 staan er op;6965 8799 hetgeen ik niet weet,3045 8804 eisen zij7592 8799 van mij. Zij vergelden7999 8762 mij kwaad7451 voor goed,2896 de beroving7908 mijner ziel.5315 Mij aangaande daarentegen, als zij krank waren,2470 8800 was een zak8242 mijn kleed;3830 ik kwelde6031 8765 mijn ziel5315 met vasten,6685 en mijn gebed8605 keerde weder7725 8799 in mijn boezem.2436 Ik ging1980 8694 steeds, alsof het een vriend,7453 alsof het mij een broeder251 geweest ware; ik ging gebukt7817 8804 in het zwart,6937 8802 als een, die over [zijn] moeder517 treurt.57 Maar als ik hinkte,6761 waren zij verblijd,8055 8804 en verzamelden zich;622 8738 zij verzamelden zich622 8738 tot mij [als] geslagenen,5222 en ik merkte3045 8804 niets; zij scheurden7167 8804 [hun] [klederen], en zwegen niet stil.1826 8804 Onder de huichelende2611 spotachtige3934 tafelbroeders4580 knersten zij2786 8800 over mij met hun tanden.8127 HEERE!136 hoe lang zult toezien?7200 8799 Breng7725 mijn ziel5315 weder7725 8685 van hunlieder verwoestingen,7722 mijn eenzame3173 van de jonge leeuwen.3715 Zo zal ik U loven3034 8686 in de grote7227 gemeente;6951 onder machtig veel6099 volks5971 zal ik U prijzen.1984 8762 Laat hen zich niet verblijden8055 8799 over mij, die mij om valse oorzaken8267 vijanden zijn;341 8802 [noch] wenken7169 8799 met de ogen,5869 die mij zonder oorzaak2600 haten.8130 8802 Want zij spreken1696 8762 niet van vrede,7965 maar zij bedenken2803 8799 bedriegelijke4820 zaken1697 tegen de stillen7282 in het land.776 En zij sperren hun mond6310 wijd op7337 8686 tegen mij; zij zeggen:559 8804 Ha,1889 ha,1889 ons oog5869 heeft het gezien!7200 8804 HEERE!3068 hebt het gezien,7200 8804 zwijg2790 8799 niet; HEERE!136 wees niet verre7368 8799 van mij. Ontwaak5782 8685 en word wakker6974 8685 tot mijn recht;4941 mijn God430 en HEERE!136 tot mijn twistzaak.7379 Doe mij recht8199 8798 naar Uw gerechtigheid,6664 HEERE,3068 mijn God!430 en laat hen zich over mij niet verblijden.8055 8799 Laat hen niet zeggen559 8799 in hun hart:3820 ,1889 onze ziel!5315 laat hen niet zeggen:559 8799 hebben hem verslonden!1104 8765 Laat hen beschaamd954 8799 en te zamen3162 schaamrood worden,2659 8799 die zich in mijn kwaad7451 verblijden;8056 laat hen met schaamte1322 en schande3639 bekleed worden,3847 8799 die zich tegen mij groot maken.1431 8688 Laat hen vrolijk zingen7442 8799 en verblijd zijn,8055 8799 die lust2655 hebben tot mijn gerechtigheid;6664 en laat hen geduriglijk8548 zeggen:559 8799 gemaakt zij1431 8799 de HEERE,3068 lust2655 heeft tot den vrede7965 knechts!5650 Zo zal mijn tong3956 vermelden1897 8799 Uw gerechtigheid,6664 [en] Uw lof8416 den gansen dag.3117

Every verse in Psalms 35

Chapter navigation

0:000:00