Psalms 39:6
“[039:7] Immers wandelt1980 8691 de mens376 [als] in een beeld,6754 immers woelen zij1993 8799 ijdellijk;1892 men brengt bijeen,6651 8799 en men weet3045 8799 niet, wie het naar zich nemen zal.622 8802”
Psalms 39:6 — Statenvertaling (1637)
Verse 6 of 13 in Psalms chapter 39 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Psalms 39 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Een psalm4210 van ,1732 voor den opperzangmeester,5329 8764 voor .3038 [039:2] Ik zeide:559 8804 Ik zal mijn wegen1870 bewaren,8104 8799 dat ik niet zondige2398 8800 met mijn tong;3956 ik zal mijn mond6310 met een breidel4269 bewaren,8104 8799 terwijl de goddeloze7563 nog tegenover mij is. [039:3] Ik was verstomd481 8738 [door] stilzwijgen,1747 ik zweeg2814 8689 van het goede;2896 maar mijn smart3511 werd verzwaard.5916 8738 [039:4] hart3820 werd heet2552 8804 in mijn binnenste,7130 een vuur784 ontbrandde1197 8799 in mijn overdenking;1901 [toen227 ] sprak ik1696 8765 met mijn tong:3956 [039:5] HEERE!3068 maak mij bekend3045 8685 mijn einde,7093 en welke de mate4060 mijner dagen3117 zij; dat ik wete,3045 8799 hoe vergankelijk2310 ik zij. [039:6] , Gij hebt mijn dagen3117 een handbreed2947 gesteld,5414 8804 en mijn leeftijd2465 is als niets voor U; immers is een ieder3605 mens,120 [hoe] vast hij staat,5324 8737 enkel3605 ijdelheid.1892 .5542 [039:7] wandelt1980 8691 de mens376 [als] in een beeld,6754 immers woelen zij1993 8799 ijdellijk;1892 men brengt bijeen,6651 8799 en men weet3045 8799 niet, wie het naar zich nemen zal.622 8802 [039:8] En nu, wat verwacht ik,6960 8765 o HEERE!136 hoop,8431 die is op U. [039:9] Verlos5337 8685 mij van al mijn overtredingen;6588 en stel7760 8799 mij niet tot een smaad2781 des dwazen.5036 [039:10] Ik ben verstomd,481 8738 ik zal mijn mond6310 niet opendoen,6605 8799 want hebt het gedaan.6213 8804 [039:11] Neem5493 Uw plage5061 van op mij weg,5493 8685 ik ben bezweken3615 8804 van de bestrijding8409 hand.3027 [039:12] Gij3256 8765 iemand376 met straffingen8433 om de ongerechtigheid,5771 zo doet zijn bevalligheid2530 8803 smelten4529 8686 als een mot;6211 immers is een ieder mens120 ijdelheid.1892 .5542 [039:13] ,8085 8798 HEERE!3068 mijn gebed,8605 en neem238 mijn geroep7775 ter ore;238 8685 zwijg2790 8799 niet tot mijn tranen;1832 want ik ben een vreemdeling1616 bij U, een bijwoner,8453 gelijk al mijn vaders.1 [039:14] U van mij af,8159 8685 dat ik mij verkwikke,1082 8686 eer dat ik heenga,3212 8799 en ik niet [meer] zij.