Psalms 59:13

“[059:14] Verteer3615 8761 hen in grimmigheid;2534 verteer3615 8761 hen, dat zij er niet zijn, en laat hen weten,3045 8799 dat God430 Heerser is4910 8802 in Jakob,3290 [ja], tot aan de einden657 der aarde.776 Sela.5542”

Psalms 59:13 — Statenvertaling (1637)

Verse 13 of 17 in Psalms chapter 59 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Psalms 59 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Een gouden kleinood4387 van ,1732 voor den opperzangmeester,5329 8764 ;516 8686 toen 7586 gezonden had,7971 8800 die [zijn] huis1004 bewaren zouden,8104 8799 om hem te doden.4191 8687 [059:2] Red5337 8685 mij van mijn vijanden,341 8802 o mijn God!430 stel mij in een hoog vertrek7682 8762 voor degenen, die tegen mij opstaan.6965 8693 [059:3] Red5337 8685 mij van de werkers6466 8802 der ongerechtigheid,205 en verlos3467 8685 mij van de mannen582 des bloeds.1818 [059:4] zie, zij leggen693 mijner ziel5315 lagen;693 8804 sterken5794 rotten zich1481 8799 tegen mij; zonder mijn overtreding,6588 en zonder mijn zonde,2403 o HEERE!3068 [059:5] lopen7323 8799 en bereiden zich3559 8709 zonder [mijn] misdaad;5771 waak op5782 8798 mij tegemoet,7125 8800 en zie.7200 8798 [059:6] Ja, Gij HEERE,3068 God430 der heirscharen,6635 God430 !3478 ontwaak,6974 8685 om al deze heidenen1471 te bezoeken;6485 8800 wees niemand van hen genadig,2603 8799 die trouwelooslijk898 ongerechtigheid205 bedrijven.898 8802 .5542 [059:7] den avond6153 keren zij weder,7725 8799 zij tieren1993 8799 als een hond,3611 en zij gaan rondom5437 8779 de stad.5892 [059:8] , zij storten overvloediglijk uit5042 8686 met hun mond;6310 zwaarden2719 zijn op hun lippen;8193 want wie hoort8085 8802 het? [059:9] , HEERE!3068 zult hen belachen;7832 8799 zult alle heidenen1471 bespotten.3932 8799 [059:10] [] zijn sterkte5797 zal ik [op] U wachten;8104 8799 want God430 is mijn .4869 [059:11] De God430 mijner goedertierenheid2617 zal mij voorkomen;6923 8762 God430 zal mij op mijn verspieders8324 8802 doen zien.7200 8686 [059:12] Dood2026 8799 hen niet, opdat mijn volk5971 [het] niet vergete;7911 8799 doe hen omzwerven5128 8685 door Uw macht,2428 en werp hen neder,3381 8685 o ,136 ons !4043 [059:13] [Om] de zonde2403 huns monds,6310 [om] het woord1697 hunner lippen;8193 en laat hen gevangen worden3920 8735 in hun hoogmoed;1347 en om den vloek,423 en om de leugen,3585 [die] zij vertellen.5608 8762 [059:14] Verteer3615 8761 hen in grimmigheid;2534 verteer3615 8761 hen, dat zij er niet zijn, en laat hen weten,3045 8799 dat God430 is4910 8802 in ,3290 [ja], tot aan de einden657 der aarde.776 .5542 [059:15] hen tegen den avond6153 wederkeren,7725 8799 laat hen tieren1993 8799 als een hond,3611 en rondom5437 de stad5892 gaan;5437 8779 [059:16] hen zelfs omzwerven5128 8686 8675 5128 8799 om spijs;398 8800 en laat hen vernachten,3885 8799 al zijn zij niet verzadigd.7646 8799 [059:17] ik zal Uw sterkte5797 zingen,7891 8799 en des morgens1242 Uw goedertierenheid2617 vrolijk roemen,7442 8762 omdat mij een Vertrek4869 zijt geweest, en een Toevlucht4498 ten dage,3117 als mij bange6862 was. [059:18] U, o mijn !5797 zal ik psalmzingen;2167 8762 want God430 is mijn ,4869 de God430 mijner goedertierenheid.2617

Every verse in Psalms 59

Chapter navigation

0:000:00