Psalms 66:11

“Gij hadt ons in het net4686 gebracht;935 8689 Gij hadt een engen band4157 om onze lenden4975 gelegd;7760 8804”

Psalms 66:11 — Statenvertaling (1637)

Verse 11 of 20 in Psalms chapter 66 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Psalms 66 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Een lied,7892 een psalm,4210 voor den opperzangmeester.5329 8764 Juicht7321 8685 ,430 gij ganse aarde!776 Psalmzingt2167 8761 de eer3519 ;8034 geeft7760 8798 eer3519 lof.8416 Zegt559 8798 tot God:430 vreselijk3372 8737 zijt [in] Uw werken!4639 Om de grootheid7230 sterkte5797 zullen zich Uw vijanden341 8802 geveinsdelijk aan U onderwerpen.3584 8762 De ganse aarde776 aanbidde7812 8691 U, en psalmzinge2167 8762 U; zij psalmzinge2167 8762 Uw .8034 .5542 Komt3212 8798 en ziet7200 8798 Gods430 daden;4659 is vreselijk3372 8737 van werking5949 aan de mensenkinderen.1121 120 Hij heeft de zee3220 veranderd2015 8804 in het droge;3004 zij zijn te voet7272 doorgegaan5674 8799 door de rivier;5104 daar hebben wij ons in verblijd.8055 8799 Hij heerst4910 8802 eeuwiglijk5769 met macht;1369 ogen5869 houden wacht6822 8799 over de heidenen;1471 laat de afvalligen5637 8802 niet verhoogd worden.7311 8799 8675 7311 8686 .5542 Looft,1288 8761 gij volken!5971 onzen God;430 en laat horen8085 8685 de stem6963 roems.8416 Die onze zielen5315 in het leven2416 stelt,7760 8802 en niet toelaat,5414 8804 dat onze voet7272 wankele.4132 Want hebt ons beproefd,974 8804 o God!430 hebt ons gelouterd,6884 8804 gelijk men het zilver3701 loutert;6884 8800 Gij hadt ons in het 4686 gebracht;935 8689 hadt een engen band4157 om onze lenden4975 gelegd;7760 8804 Gij hadt den mens582 op ons hoofd7218 doen rijden;7392 8689 wij waren in het vuur784 en in het water4325 gekomen;935 8804 maar hebt ons uitgevoerd3318 8686 in een overvloeiende7310 verversing. Ik zal met brandofferen5930 in Uw huis1004 gaan;935 8799 ik zal U mijn geloften5088 betalen,7999 8762 Die mijn lippen8193 hebben geuit,6475 8804 en mijn mond6310 heeft uitgesproken,1696 8765 als mij bange6862 was. Brandofferen5930 van mergbeesten4220 zal ik U offeren,5927 8686 met rookwerk7004 van rammen;352 ik zal runderen1241 met bokken6260 bereiden.6213 8799 .5542 Komt,3212 8798 hoort toe,8085 8798 o allen gij, die God430 vreest,3373 en ik zal vertellen,5608 8762 wat aan mijn ziel5315 gedaan heeft.6213 8804 Ik riep7121 8804 tot met mijn mond,6310 en werd verhoogd7311 8785 8676 7318 8785 onder8478 mijn tong.3956 Had ik naar ongerechtigheid205 met mijn hart3820 gezien,7200 8804 de Heere136 zou niet gehoord hebben.8085 8799 Maar zeker,403 God430 heeft gehoord;8085 8804 heeft gemerkt7181 8689 op de stem6963 mijns gebeds.8605 Geloofd zij1288 8803 God,430 mijn gebed8605 niet heeft afgewend,5493 8689 noch goedertierenheid2617 van mij.

Every verse in Psalms 66

Chapter navigation

0:000:00