Psalms 91:12
“Zij zullen u op de handen3709 dragen,5375 8799 opdat gij uw voet7272 aan geen steen68 stoot.5062 8799”
Psalms 91:12 — Statenvertaling (1637)
Verse 12 of 16 in Psalms chapter 91 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Psalms 91 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Die in de schuilplaats5643 des Allerhoogsten5945 is gezeten,3427 8802 die zal vernachten3885 8698 in de schaduw6738 des .7706 Ik zal tot den HEERE3068 zeggen:559 8799 Toevlucht4268 en mijn !4686 mijn God,430 op ik vertrouw!982 8799 Want zal u redden5337 8686 van den strik6341 des vogelvangers,3353 van de zeer verderfelijke1942 pestilentie.1698 Hij zal u dekken5526 8686 met vlerken,84 en onder vleugelen3671 zult gij betrouwen;2620 8799 waarheid571 is een rondas6793 en beukelaar.5507 Gij zult niet vrezen3372 8799 voor den schrik6343 des nachts,3915 voor den pijl,2671 die des daags3119 vliegt;5774 8799 Voor de pestilentie,1698 die in de donkerheid652 wandelt;1980 8799 voor het verderf,6986 dat op den middag6672 verwoest.7736 8799 Aan uw zijden6654 zullen er duizend505 vallen,5307 8799 en tien duizend7233 aan uw rechterhand;3225 tot u zal het niet genaken.5066 8799 Alleenlijk zult gij het met uw ogen5869 aanschouwen;5027 8686 en gij zult de vergelding8011 der goddelozen7563 zien.7200 8799 Want , HEERE!3068 zijt mijn !4268 Allerhoogste5945 hebt gij gesteld7760 8804 tot uw ;4583 U zal geen kwaad7451 wedervaren,579 8792 en geen plage5061 zal uw tent168 naderen.7126 8799 Want zal engelen4397 van u bevelen,6680 8762 dat zij u bewaren8104 8800 in al uw wegen.1870 Zij zullen u op de handen3709 dragen,5375 8799 opdat gij uw voet7272 aan geen steen68 stoot.5062 8799 Op den fellen leeuw7826 en de adder6620 zult gij treden,1869 8799 gij zult den jongen leeuw3715 en den draak8577 vertreden.7429 8799 Dewijl hij zeer bemint,2836 8804 [spreekt] [God], zo zal Ik hem uithelpen;6403 8762 Ik zal hem op een hoogte stellen,7682 8762 want hij kent3045 8804 .8034 Hij zal aanroepen,7121 8799 en Ik zal hem verhoren;6030 8799 in de benauwdheid6869 zal Ik bij hem zijn. Ik zal er hem uittrekken,2502 8762 en zal hem verheerlijken.3513 8762 Ik zal hem met langheid753 der dagen3117 verzadigen,7646 8686 en Ik zal hem heil3444 doen zien.7200 8686