Romans 13:11
“En2532 dit5124 [zeg] [ik] [te] [meer], dewijl wij de gelegenheid des tijds2540 weten,1492 5761 dat3754 het de ure5610 is, dat wij2248 nu2235 uit1537 den slaap5258 opwaken;1453 5683 want1063 de zaligheid4991 is ons2257 nu3568 nader,1452 dan2228 toen3753 wij [eerst] geloofd hebben.4100 5656”
Romans 13:11 — Statenvertaling (1637)
Verse 11 of 14 in Romans chapter 13 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Romans 13 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Alle3956 ziel5590 zij den machten,1849 over [haar] gesteld,5242 5723 onderworpen;5293 5732 want1063 er is2076 5748 geen3756 macht1849 1508 van575 God,2316 en1161 de machten,1849 die er zijn,5607 5752 die zijn1526 5748 van5259 God2316 geordineerd.5021 5772 Alzo dat5620 die zich tegen de macht1849 stelt,498 5734 de ordinantie1296 van God2316 wederstaat;436 5758 en1161 die ze wederstaan,436 5761 zullen over zichzelven1438 een oordeel2917 halen.2983 5695 Want1063 de oversten758 zijn1526 5748 niet3756 [tot] een vreze5401 den goeden18 werken,2041 maar235 den kwaden.2556 gij2309 5719 nu1161 de macht1849 niet3361 vrezen,5399 5738 doe4160 5720 het goede,18 en2532 gij zult lof1868 van1537 haar846 hebben;2192 5692 Want1063 zij is2076 5748 Gods2316 dienares,1249 u4671 ten1519 goede.18 Maar1161 indien1437 gij kwaad2556 doet,4160 5725 zo vrees;5399 5732 5737 want1063 zij draagt5409 5719 het zwaard3162 niet3756 te vergeefs;1500 want1063 zij is2076 5748 Gods2316 dienares,1249 een wreekster1558 tot straf3709 dengene,1519 die kwaad2556 doet.4238 5723 Daarom1352 is het nodig318 onderworpen te zijn,5293 5733 niet3756 alleen3440 om1223 der straffe,3709 maar235 ook2532 om1223 des gewetens4893 wil. Want1063 daarom5124 1223 betaalt gij5055 5719 ook2532 schattingen;5411 want1063 zij zijn1526 5748 dienaars3011 van God,2316 in1519 ditzelve5124 846 geduriglijk bezig zijnde.4342 5723 Zo geeft591 5628 3767 een iegelijk,3956 wat gij schuldig zijt;3782 schatting,5411 dien3588 gij de schatting,5411 tol,5056 dien3588 gij den tol,5056 vreze,5401 dien3588 gij de vreze,5401 eer,5092 dien3588 gij de eer5092 [schuldig] [zijt]. Zijt niemand3367 iets3367 schuldig,3784 5720 1508 elkander240 lief te hebben;25 5721 want1063 die den ander2087 liefheeft,25 5723 die heeft de wet3551 vervuld.4137 5758 Want1063 dit: Gij zult geen3756 overspel doen,3431 5692 gij zult niet3756 doden,5407 5692 gij zult niet3756 stelen,2813 5692 gij zult geen3756 valse getuigenis geven,5576 5692 gij zult niet3756 begeren;1937 5692 en2532 zo er enig1536 ander2087 gebod1785 is, wordt in1722 dit5129 woord3056 als in een hoofdsom begrepen,346 5743 [namelijk] in1722 dit: Gij zult uw4675 naaste4139 liefhebben25 5692 gelijk5613 uzelven.1438 De liefde26 doet2038 5736 den naaste4139 geen3756 kwaad.2556 Zo is 3767 de liefde26 de vervulling4138 der wet.3551 En2532 dit5124 [zeg] [ik] [te] [meer], dewijl wij de gelegenheid des tijds2540 weten,1492 5761 dat3754 het de ure5610 is, dat wij2248 nu2235 uit1537 den slaap5258 opwaken;1453 5683 want1063 de zaligheid4991 is ons2257 nu3568 nader,1452 2228 toen3753 wij [eerst] geloofd hebben.4100 5656 De nacht3571 is voorbijgegaan,4298 5656 en1161 de dag2250 is nabij gekomen.1448 5758 ons 3767 afleggen659 5643 de werken2041 der duisternis,4655 en2532 aandoen1746 5672 de wapenen3696 des lichts.5457 Laat ons, als5613 in1722 den dag,2250 eerlijk2156 wandelen;4043 5661 niet3361 in brasserijen2970 en2532 dronkenschappen,3178 niet3361 in slaapkameren2845 en2532 ontuchtigheden,766 niet3361 in twist2054 en2532 nijdigheid;2205 Maar235 doet aan1746 5669 den Heere2962 Jezus2424 ,5547 en2532 verzorgt4160 5732 4307 het vlees4561 niet3361 tot1519 begeerlijkheden.1939