Romans 14:20
“Verbreek2647 5720 het werk2041 van God2316 niet3361 om1752 der spijze1033 wil. Alle dingen3956 zijn wel3303 rein;2513 maar235 het is kwaad2556 den mens,444 die met1223 aanstoot4348 eet.2068 5723”
Romans 14:20 — Statenvertaling (1637)
Verse 20 of 23 in Romans chapter 14 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Romans 14 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Dengene nu, die zwak is770 5723 in het geloof,4102 neemt aan,4355 5732 [maar1161 ] niet3361 tot1519 twistige1261 samensprekingen.1253 De een3739 gelooft4100 5719 wel,3303 dat men alles3956 eten mag,5315 5629 maar1161 die zwak is,770 5723 eet2068 5719 moeskruiden.3001 Die daar eet,2068 5723 verachte1848 5720 hem niet,3361 die niet3361 eet;2068 5723 en2532 die niet3361 eet,2068 5723 oordele2919 5720 hem niet,3361 die daar eet;2068 5723 want1063 God2316 heeft hem846 aangenomen.4355 5639 Wie5101 zijt1488 5748 gij,4771 die eens anderen245 huisknecht3610 oordeelt?2919 5723 staat,4739 5719 of2228 hij valt4098 5719 zijn eigen2398 heer;2962 doch1161 hij zal vastgesteld worden,2476 5701 want1063 God2316 is2076 5748 machtig1415 hem846 vast te stellen.2476 5658 De een3739 acht2919 5719 wel3303 den [enen] dag2250 boven3844 den [anderen] dag;2250 maar1161 de ander3739 acht2919 5719 al3956 de dagen2250 [gelijk]. Een iegelijk1538 zij in1722 zijn eigen2398 gemoed3563 ten volle verzekerd.4135 5744 Die den dag2250 waarneemt,5426 5723 die neemt [hem] waar5426 5719 den ;2962 en2532 die den dag2250 niet3361 waarneemt,5426 5723 die neemt5426 [hem] niet3756 waar5426 5719 den .2962 daar eet,2068 5723 die eet2068 5719 [zulks] den ,2962 want1063 hij dankt2168 5719 God;2316 en2532 die niet3361 eet,2068 5723 die eet2068 5719 [zulks] den Heere2962 niet,3756 en2532 hij dankt2168 5719 God.2316 Want1063 niemand3762 van ons2257 leeft2198 5719 zichzelven,1438 en2532 niemand3762 sterft599 5719 zichzelven.1438 Want1063 hetzij1437 5037 dat wij leven,2198 5725 wij leven2198 5719 den ;2962 hetzij1437 5037 dat wij sterven,599 5725 wij sterven599 5719 den .2962 Hetzij1437 5037 3767 dat wij leven,2198 5725 hetzij1437 5037 dat wij sterven,599 5725 wij zijn2070 5748 des .2962 Want1063 daartoe1519 5124 is Christus5547 ook2532 gestorven,599 5627 en2532 opgestaan,450 5627 en2532 weder levend geworden,326 5656 opdat2443 beiden2532 over doden3498 en2532 levenden2198 5723 heersen zou.2961 5661 Maar1161 gij,4771 wat5101 oordeelt gij2919 5719 uw4675 broeder?80 Of2228 ook2532 gij,4771 wat5101 veracht gij1848 5719 uw4675 broeder?80 Want1063 wij zullen allen3956 voor den rechterstoel968 van Christus5547 gesteld worden.3936 5695 Want1063 er is geschreven:1125 5769 Ik1473 leef,2198 5719 zegt3004 5719 de ;2962 3754 voor Mij1698 zal alle3956 knie1119 zich buigen,2578 5692 en2532 alle3956 tong1100 zal God2316 belijden.1843 5698 Zo686 3767 een iegelijk1538 van ons2257 zal voor4012 zichzelven1438 Gode2316 rekenschap3056 geven.1325 5692 Laat ons 3767 elkander240 niet meer3371 oordelen;2919 5725 maar235 oordeelt2919 5657 dit5124 liever,3123 namelijk, dat gij den broeder80 geen3361 aanstoot4348 of2228 ergernis4625 geeft.5087 5721 Ik weet1492 5758 en2532 ben verzekerd3982 5769 in1722 den Heere2962 ,2424 dat3754 geen ding3762 onrein2839 is in1223 zichzelven;1438 1508 die acht3049 5740 iets5100 onrein2839 te zijn,1511 5750 dien1565 is het onrein.2839 Maar1161 indien1487 uw4675 broeder80 om1223 der spijze1033 wil bedroefd wordt,3076 5743 zo wandelt gij4043 5719 niet meer2089 3765 naar2596 liefde.26 Verderf622 5720 dien1565 niet3361 met uw4675 spijze,1033 voor5228 welken3739 Christus5547 gestorven is.599 5627 Dat 3767 uw5216 goed18 niet3361 gelasterd worde.987 5744 Want1063 het Koninkrijk932 Gods2316 is2076 5748 niet3756 spijs1035 en2532 drank,4213 maar235 rechtvaardigheid,1343 en2532 vrede,1515 en2532 blijdschap,5479 door1722 den Heiligen40 .4151 Want1063 die Christus5547 in1722 deze dingen5125 dient,1398 5723 is Gode2316 welbehagelijk,2101 en2532 aangenaam1384 den mensen.444 Zo686 3767 laat ons najagen,1377 5725 hetgeen3588 tot den vrede,1515 en2532 hetgeen tot de stichting3619 onder1519 elkander240 [dient]. Verbreek2647 5720 het werk2041 van God2316 niet3361 om1752 der spijze1033 wil. Alle dingen3956 zijn wel3303 rein;2513 maar235 het is kwaad2556 den mens,444 die met1223 aanstoot4348 eet.2068 5723 Het is goed2570 geen3361 vlees2907 te eten,5315 5629 noch3366 wijn3631 te drinken,4095 5629 noch3366 [iets], waaraan1722 3739 uw4675 broeder80 zich stoot,4350 5719 of2228 geergerd wordt,4624 5743 of2228 [waarin] hij zwak is.770 5719 Hebt2192 5719 gij4771 geloof?4102 hebt2192 5720 [dat] bij2596 uzelven4572 voor1799 God.2316 Zalig3107 is hij, die zichzelven1438 niet3361 oordeelt2919 5723 in1722 hetgeen3739 hij voor goed houdt.1381 5719 Maar1161 die twijfelt,1252 5734 indien1437 hij eet,5315 5632 is veroordeeld,2632 5769 omdat3754 hij niet3756 uit1537 het geloof4102 [eet]. En1161 al wat3956 uit1537 het geloof4102 niet3756 is, dat is2076 5748 zonde.266