Ruth 2:13

“En zij zeide:559 8799 Laat mij genade2580 vinden4672 8799 in uw ogen,5869 mijn heer,113 dewijl3588 gij mij getroost hebt,5162 8765 en dewijl3588 gij naar5921 het hart3820 uwer dienstmaagd8198 gesproken hebt,1696 8765 hoewel ik595 niet3808 ben,1961 8799 gelijk een259 uwer dienstmaagden.8198”

Ruth 2:13 — Statenvertaling (1637)

Verse 13 of 23 in Ruth chapter 2 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Ruth 2 — full chapter (Statenvertaling (1637))

5281 nu had een bloedvriend4129 8675 3045 8794 van haar man,376 een man,376 geweldig1368 van vermogen,2428 van4480 het geslacht4940 van ;458 en zijn naam8034 was .1162 En ,7327 de ,4125 zeide559 8799 tot413 :5281 mij toch4994 in het veld7704 gaan,3212 8799 en van de aren7641 oplezen,3950 8762 achter310 dien, in wiens834 ogen5869 ik genade2580 zal vinden.4672 8799 En zij zeide559 8799 tot haar: Ga heen,3212 8798 mijn dochter!1323 Zo ging zij heen,3212 8799 en kwam935 8799 en las op3950 8762 in het veld,7704 achter310 de maaiers;7114 8802 en haar viel7136 bij geval4745 voor,7136 8799 een deel2513 van het veld7704 van ,1162 die834 van4480 het geslacht4940 van Elimelech458 was. En ziet,2009 1162 kwam935 8802 van4480 ,1035 en zeide559 8799 tot de maaiers:7114 8802 De HEERE3068 zij met5973 ulieden! En zij zeiden559 8799 tot hem: De HEERE3068 zegene1288 8762 u! Daarna zeide559 8799 1162 tot zijn jongen,5288 die over5921 de maaiers7114 8802 gezet was:5324 8737 Wiens4310 is deze2063 jonge vrouw?5291 En de jongen,5288 die over5921 de maaiers7114 8802 gezet was,5324 8737 antwoordde6030 8799 en zeide:559 8799 Deze1931 is de Moabietische4125 jonge vrouw,5291 die met5973 5281 wedergekomen is7725 8804 uit4480 de velden7704 ;4124 En zij heeft gezegd:559 8799 mij toch4994 oplezen3950 8762 en [aren] bij de garven6016 verzamelen,622 8804 achter310 de maaiers;7114 8802 zo is zij gekomen935 8799 en heeft gestaan5975 8799 van4480 227 des morgens1242 af tot5704 nu6258 toe; nu2088 is haar te huis1004 blijven3427 8800 weinig.4592 Toen zeide559 8799 1162 tot413 :7327 gij8085 8804 niet,3808 mijn dochter?1323 Ga3212 8799 niet,408 om in een ander312 veld7704 op te lezen;3950 8800 ook1571 zult gij van4480 hier2088 niet3808 weggaan,5674 8799 maar hier3541 zult gij u houden1692 8799 bij5973 mijn maagden.5291 Uw ogen5869 zullen zijn op dit veld,7704 dat834 zij maaien zullen,7114 8799 en gij zult achter310 haarlieden gaan;1980 8804 heb ik den jongens5288 niet3808 geboden,6680 8765 dat men u niet1115 aanroere?5060 8800 u dorst,6770 8804 zo ga1980 8804 tot413 de vaten,3627 en drink8354 8804 van4480 hetgeen834 de jongens5288 zullen geschept hebben.7579 8799 Toen viel zij5307 8799 op5921 haar aangezicht,6440 en boog zich7812 8691 ter aarde,776 en zij zeide559 8799 tot413 hem: Waarom4069 heb ik genade2580 gevonden4672 8804 in uw ogen,5869 dat gij mij kent,5234 8687 daar ik595 een vreemde5237 ben? En 1162 antwoordde6030 8799 en zeide559 8799 tot haar: Het is mij wel5046 8715 aangezegd5046 8717 alles,3605 wat834 gij bij uw schoonmoeder2545 gedaan hebt,6213 8804 na310 den dood4194 uws mans,376 en hebt uw vader1 en uw moeder,517 en het land776 uwer geboorte4138 verlaten,5800 8799 en zijt heengegaan3212 8799 tot413 een volk,5971 dat834 gij van te voren8543 8032 niet kendet.3045 8804 De HEERE3068 vergelde7999 8762 u uw daad6467 en uw loon4909 zij1961 8799 volkomen,8003 van4480 5973 den HEERE,3068 den God430 ,3478 onder8478 Wiens834 vleugelen3671 gij gekomen zijt935 8804 om toevlucht te nemen!2620 8800 En zij zeide:559 8799 mij genade2580 vinden4672 8799 in uw ogen,5869 mijn heer,113 dewijl3588 gij mij getroost hebt,5162 8765 en dewijl3588 gij naar5921 het hart3820 uwer dienstmaagd8198 gesproken hebt,1696 8765 hoewel ik595 niet3808 ben,1961 8799 gelijk een259 uwer dienstmaagden.8198 Als het nu etenstijd400 6256 was, zeide559 8799 1162 tot haar: Kom5066 8798 hier1988 bij, en eet398 8804 van4480 het brood,3899 en doop2881 8804 uw bete6595 in den azijn.2558 Zo zat zij neder3427 8799 aan4480 de zijde6654 van de maaiers,7114 8802 en hij langde6642 8799 haar geroost7039 [koren], en zij at,398 8799 en werd verzadigd,7646 8799 en hield over.3498 8686 Als zij nu opstond,6965 8799 om op te lezen,3950 8763 zo gebood6680 8762 1162 zijn jongens,5288 zeggende:559 8800 haar ook1571 tussen996 de garven6016 oplezen,3950 8762 en beschaamt3637 8686 haar niet.3808 Ja, laat ook1571 allengskens7997 8800 van4480 de handvollen6653 voor haar wat vallen,7997 8799 en laat het liggen,5800 8804 dat zij het opleze,3950 8765 en bestraft1605 8799 haar niet.3808 Alzo las zij op3950 8762 in dat veld,7704 tot aan5704 den avond;6153 en zij sloeg uit,2251 8799 wat834 zij opgelezen had,3950 8765 en het was1961 8799 omtrent een efa374 gerst.8184 En zij nam het op,5375 8799 en kwam935 8799 in de stad;5892 en haar schoonmoeder2545 zag,7200 8799 wat834 zij opgelezen had;3950 8765 ook bracht zij voort,3318 8686 en gaf5414 8799 haar, wat834 zij van haar verzadiging7648 overgehouden had.3498 8689 Toen zeide559 8799 haar schoonmoeder2545 tot haar: Waar645 hebt gij heden3117 opgelezen,3950 8765 en waar375 hebt gij gewrocht?6213 8804 Gezegend1288 8803 zij,1961 8799 die u gekend heeft!5234 8688 En zij verhaalde5046 8686 haar schoonmoeder,2545 bij5973 wien834 zij gewrocht had,6213 8804 en zeide:559 8799 De naam8034 des mans,376 bij5973 welken834 ik heden3117 gewrocht heb,6213 8804 is .1162 Toen zeide559 8799 5281 tot haar schoondochter:3618 Gezegend1288 8803 zij hij1931 den HEERE,3068 Die834 weldadigheid2617 niet3808 heeft nagelaten5800 8804 aan de levenden2416 en aan de doden!4191 8801 zeide559 8799 5281 tot haar: Die man376 is ons nabestaande;7138 hij1931 is een van4480 onze lossers.1350 8802 En ,7327 de ,4125 zeide:559 8799 ,1571 omdat3588 hij tot413 mij gezegd heeft:559 8804 zult u houden1692 8799 bij de jongens,5288 die834 ik heb, totdat5704 518 zij den gansen3605 oogst,7105 die834 ik heb, zullen hebben voleindigd.3615 8765 En 5281 zeide559 8799 tot413 haar schoondochter3618 :7327 is goed,2896 mijn dochter,1323 dat3588 gij met5973 zijn maagden5291 uitgaat,3318 8799 opdat zij u niet3808 tegenvallen6293 8799 in een ander312 veld.7704 Alzo hield zij zich1692 8799 bij de maagden5291 van ,1162 om op te lezen,3950 8763 totdat5704 de gersteoogst8184 7105 en tarweoogst2406 7105 voleindigd waren;3615 8800 en zij bleef3427 8799 bij haar schoonmoeder.2545

Every verse in Ruth 2

Chapter navigation

0:000:00