Song of Solomon 1:5

“Ik ben zwart,7838 doch liefelijk5000 (gij dochteren1323 van Jeruzalem!3389), gelijk de tenten168 van Kedar,6938 gelijk de gordijnen3407 van Salomo.8010”

Song of Solomon 1:5 — Statenvertaling (1637)

Verse 5 of 17 in Song of Solomon chapter 1 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Song of Solomon 1 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Het ,7892 7892 hetwelk van Salomo8010 is. Hij kusse5401 8799 mij met de kussen5390 monds;6310 want Uw uitnemende liefde1730 is beter2896 wijn.3196 Uw olien8081 zijn goed2896 tot reuk,7381 Uw naam8034 is een olie,8081 die uitgestort wordt;7324 8714 daarom hebben157 U de maagden5959 lief.157 8804 Trek4900 8798 mij, wij zullen U nalopen!7323 8799 310 De Koning4428 heeft mij gebracht935 8689 in binnenkameren;2315 wij zullen ons verheugen1523 8799 en in U verblijden;8055 8799 wij zullen Uw uitnemende liefde1730 vermelden,2142 8686 meer den wijn;3196 de oprechten4339 hebben U lief.157 8804 Ik ben zwart,7838 doch liefelijk5000 (gij dochteren1323 van !3389), gelijk de tenten168 van ,6938 gelijk de gordijnen3407 van .8010 Ziet mij niet aan,7200 8799 dat ik zwartachtig7840 ben, omdat mij de zon8121 heeft beschenen;7805 8804 de kinderen1121 mijner moeder517 waren tegen mij ontstoken,2787 8738 zij hebben mij gezet7760 8804 tot een hoederin5201 8802 der wijngaarden.3754 wijngaard,3754 dien ik heb, heb ik niet gehoed.5201 8804 Zeg mij aan,5046 8685 [], Dien mijn ziel5315 liefheeft,157 8804 waar weidt,7462 8799 waar349 [de] [kudde] legert7257 8686 in den middag;6672 want waarom4100 zou ik zijn als een, die zich bedekt5844 8802 bij de kudden5739 metgezellen?2270 Indien gij het niet weet,3045 8799 o gij schoonste3303 onder de vrouwen!802 zo ga uit3318 8798 op de voetstappen6119 der schapen,6629 en weid7462 8798 uw geiten1429 bij de woningen4908 der herderen.7462 8802 Mijn vriendin!7474 Ik vergelijk1819 8765 u bij de paarden5484 aan de wagens7393 van .6547 Uw wangen3895 zijn liefelijk4998 8773 in de spangen,8447 uw hals6677 in de parelsnoeren.2737 Wij zullen u gouden2091 spangen8447 maken,6213 8799 met zilveren3701 stipjes.5351 Terwijl de Koning4428 aan ronde tafel4524 is, geeft5414 8804 mijn nardus5373 zijn reuk.7381 Mijn Liefste1730 is mij een bundeltje6872 mirre,4753 [dat] tussen mijn borsten7699 vernacht.3885 8799 Mijn Liefste1730 is mij een tros811 van ,3724 in de wijngaarden3754 van En-gedi.5872 Zie, gij zijt schoon,3303 vriendin!7474 , gij zijt schoon;3303 uw ogen5869 zijn duiven3123 [ogen]. Zie, gij zijt schoon,3303 mijn ,1730 ja, liefelijk;5273 ook groent7488 onze bedstede.6210 De balken6982 onzer huizen1004 zijn cederen,730 onze galerijen7351 8675 7351 zijn cipressen.1266

Every verse in Song of Solomon 1

Chapter navigation

0:000:00