Song of Solomon 2:4
“Hij voert935 8689 mij in het wijnhuis,3196 1004 en de liefde160 is Zijn banier1714 over mij.”
Song of Solomon 2:4 — Statenvertaling (1637)
Verse 4 of 17 in Song of Solomon chapter 2 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Song of Solomon 2 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Ik ben een Roos2261 van ,8289 een Lelie7799 der dalen.6010 Gelijk een lelie7799 onder de doornen,2336 alzo is vriendin7474 onder de dochteren.1323 Als een appelboom8598 onder de bomen6086 des wouds,3293 zo is mijn Liefste1730 onder de zonen;1121 ik heb groten lust2530 8765 in schaduw,6738 en zit3427 8804 er [onder], en vrucht6529 is mijn gehemelte2441 zoet.4966 Hij voert935 8689 mij in het wijnhuis,3196 1004 en de liefde160 is banier1714 over mij. Ondersteunt gijlieden5564 8761 mij met de flessen,809 versterkt7502 8761 mij met de appelen,8598 want ik ben krank2470 8802 van liefde.160 Zijn linkerhand8040 zij onder mijn hoofd,7218 en rechterhand3225 omhelze2263 8762 mij. Ik bezweer7650 8689 u, gij, dochteren1323 van !3389 [die] bij de reeen,6643 of176 bij de hinden355 des velds7704 zijt, dat gij die liefde160 niet opwekt,5782 8686 noch wakker maakt,5782 8787 totdat het [dezelve] luste!2654 8799 [] is de stem6963 mijns ,1730 ziet , Hij komt,935 8802 springende1801 8764 op de bergen,2022 huppelende7092 8764 op de heuvelen!1389 Mijn Liefste1730 is gelijk1819 8802 een ree,6643 of een welp6082 der herten;354 ziet, Hij staat5975 8802 achter310 onzen muur,3796 kijkende7688 8688 uit de vensteren,2474 blinkende6692 8688 uit de tralien.2762 Mijn Liefste1730 antwoordt,6030 8804 en zegt559 8804 tot mij: Sta op,6965 8798 vriendin,7474 schone,3303 en kom!3212 8798 Want zie, de winter5638 is voorbij,5674 8804 de plasregen1653 is over,2498 8804 hij is overgegaan;1980 8804 De bloemen5339 worden gezien7200 8738 in het land,776 de zangtijd6256 2158 genaakt,5060 8689 en de stem6963 der tortelduif8449 wordt gehoord8085 8738 in ons land.776 De vijgeboom8384 brengt2590 zijn jonge vijgjes6291 voort,2590 8804 en de wijnstokken1612 geven5414 8804 reuk7381 [met] [hun] jonge druifjes.5563 op,6965 8798 vriendin!7474 schone,3303 en kom!3212 8798 Mijn duive,3123 zijnde in de kloven2288 der steenrotsen,5553 in het verborgene5643 ener steile plaats,4095 toon7200 8685 uw gedaante,4758 doe uw stem6963 horen;8085 8685 want uw stem6963 is zoet,6156 en uw gedaante4758 is liefelijk.5000 Vangt gijlieden270 8798 ons de vossen,7776 de kleine6996 vossen,7776 die de wijngaarden3754 verderven,2254 8764 want onze wijngaarden3754 [hebben] jonge druifjes.5563 Mijn Liefste1730 is mijn, en ik ben , Die weidt7462 8802 onder de lelien,7799 Totdat de dag3117 aankomt,6315 8799 en de schaduwen6752 vlieden;5127 8804 keer om,5437 8798 mijn !1730 wordt gelijk1819 8798 een ree,6643 of een welp6082 der herten,354 op de bergen2022 van .1336