Song of Solomon 3:5
“Ik bezweer7650 8689 u, gij dochteren1323 van Jeruzalem!3389 die bij de reeen6643 of176 bij de hinden355 des velds7704 zijt, dat gij de liefde160 niet opwekt,5782 8686 noch wakker maakt,5782 8787 totdat het [haar] luste!2654 8799”
Song of Solomon 3:5 — Statenvertaling (1637)
Verse 5 of 11 in Song of Solomon chapter 3 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Song of Solomon 3 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Ik zocht1245 8765 des nachts3915 op mijn leger4904 , Dien mijn ziel5315 liefheeft;157 8804 ik zocht1245 8765 , maar ik vond4672 8804 niet; [ik] [zeide]: Ik zal nu opstaan,6965 8799 en in de stad5892 omgaan,5437 8779 in de wijken7339 en in de straten;7784 ik zal zoeken,1245 8762 mijn ziel5315 liefheeft;157 8804 ik zocht1245 8765 , maar ik vond4672 8804 niet. De wachters,8104 8802 die in de stad5892 omgingen,5437 8802 vonden4672 8804 mij: [ik] [zeide]: Hebt gij gezien,7200 8804 mijn ziel5315 liefheeft?157 8804 Toen ik een weinigje4592 van hen weggegaan was,5674 8804 vond ik4672 8804 , Dien mijn ziel5315 liefheeft;157 8804 ik hield vast,270 8804 en liet niet gaan,7503 8686 totdat ik in mijner moeders517 huis1004 gebracht had,935 8689 en in de binnenste kamer2315 van degene, die mij gebaard heeft.2029 8802 Ik bezweer7650 8689 u, gij dochteren1323 van !3389 die bij de reeen6643 of176 bij de hinden355 des velds7704 zijt, dat gij de liefde160 niet opwekt,5782 8686 noch wakker maakt,5782 8787 totdat het [haar] luste!2654 8799 Wie is zij, die daar opkomt5927 8802 uit de woestijn,4057 als rookpilaren,8490 6227 berookt6999 8794 met mirre4753 en wierook,3828 [en] met allerlei poeder81 des kruideniers?7402 8802 Ziet, het bed,4296 dat Salomo8010 heeft, daar zijn zestig8346 helden1368 rondom5439 van de helden1368 van ;3478 Die altemaal zwaarden2719 houden,270 8803 geleerd3925 8794 ten oorlog,4421 elk376 hebbende zijn zwaard2719 aan zijn heup,3409 vanwege den schrik6343 des nachts.3915 De koning4428 Salomo8010 heeft zich een koets668 gemaakt6213 8804 van het hout6086 van .3844 De pilaren5982 derzelve maakte hij6213 8804 [van] zilver,3701 haar vloer7507 [van] goud,2091 haar gehemelte4817 [van] purper;713 het binnenste8432 was bespreid7528 8803 met de liefde160 van de dochteren1323 van .3389 Gaat uit,3318 8798 en aanschouwt,7200 8798 gij, dochteren1323 van !6726 den koning4428 ,8010 met de kroon,5850 waarmede moeder517 kroonde5849 8765 op den dag3117 bruiloft,2861 en op den dag3117 der vreugde8057 harten.3820